De eerste sneeuw

Door Ruud

Ik kijk al sinds eind augustus naar webcams en weersverwachtingen en ik beken het zonder schaamte. Nou, wel met een klein beetje schaamte, want helemaal normaal vindt mijn omgeving het toch niet, dat turen naar groene afdalingen. Maar vanaf begin september is mijn blik bij het weerbericht gericht op Noord Europa en Rusland. Want terwijl ik me al wachtend op de eerste tekenen van Koning Winter afvraag “Hoe koud is het daar al?, kijkt iedereen nog smachtend naar de landen rond de Middellandse zee. Het is net of we twee heel verschillende weerberichten bekijken.

En als dan -meestal al in september- eenmaal ergens de eerste sneeuw valt, dan breekt de Siberische beer in me los. Steeds maar weer even kijken naar de webcams. Steeds maar weer even checken wat de sneeuwgrens doet. Oh, ik kan uren turen naar al die wit wordende afdalingen. En al haasten de weermannen en –vrouwen zich ook nog zo om te vertellen dat alles weer snel gaat wegdooien, voor mij is het duidelijk; de winter komt er aan. Een heugelijk feit dat ik het liefst met iedereen wil delen.

Maar als ik de volgende dag in de pauze tegen een collega zeg dat in de Alpen de eerste sneeuw alweer gevallen is, antwoordt hij wat zuur “Tel je dit dan al als eerste sneeuw? Het is september!” Die uitspraak zet me aan het denken. Of liever gezegd, ik besef dat ik daarover nooit heb nagedacht. Moet je daar ook al een definitie voor hebben, voor wat telt als eerste sneeuw? Ach wat: alles is eerste sneeuw! Dat ik hier serieus over nadenk, zeg! Ik word bijna boos op mijn collega: het is allemaal wit, allemaal mooi en iedere vlok brengt de winter dichterbij. Zo zit het, niet meer over zeuren, gewoon genieten van iedere stap op weg naar de winter. De eerste diepvriestemperaturen in het hoge Noorden maken me blij, evenals het eerste witte laagje op de hoogste toppen. Als ik in oktober op het nieuws een reportage uit Moskou zie en daar op de achtergrond de eerste bontmutsen door het beeld zie schuiven: ook een mooi schouwspel.

Helemaal echt wordt het als de webcambeelden wit worden. Je ziet jezelf daar al staan. Bijna onhoudbaar wordt het als je op de gletsjers de eerste liften ziet draaien. Of mooier nog: de eerste afdalers waarneemt. Je voelt jezelf daar al skiën. Voor mij is de winter dan echt begonnen, met de wetenschap dat er ergens “in het wild” wordt geskied.

En dan breekt het grote wachten aan; gaat er genoeg vallen voor de opening van de skigebieden? Ook als ik nog helemaal niet direct aan het begin van het seizoen ga wintersporten, ben ik daar mee bezig. Ik kijk op kaarten, sneeuwverwachtingssites, weerberichten. Allemaal om daar de verlossende combinatie te zien van neerslaggebieden en lage temperaturen. En daar het verlossende woord (sneeuw!) bij te denken.

En als het er dan eenmaal ligt, dan ga ik de sneeuwhoogtes checken. Ik kan namelijk erg genieten van de steeds dikker wordende sneeuwdeken. Ook al sta ik er niet in.