Moderne skikleding: Laagjes

Door Rogier

Vroeger was skikleding dik gevoerd en warm. Dat betekende dat je het negentig procent van de tijd te warm of te koud had. Die ene tien procent zat je dan misschien net goed, maar meestal had je vast al te veel gezweet en was het nog niet aangenaam. Tegenwoordig wordt er met het zogenaamde laagjes-systeem gewerkt.

Eerste laag: Transpiratie weg
​De eerste laag moet ervoor zorgen dat de transpiratie direct wordt afgevoerd. Dit betekent een dunne laag onderkleding die strak tegen het lichaam zit en vochttransporterende eigenschappen heeft, dus een laag die geen vocht vasthoudt. Katoen is dan ook uit den boze. Veel fabrikanten leveren ondergoed in zomeren wintervarianten, voor de warmbloedigen onder ons kan de zomervariant ruim voldoende zijn, koukleumen zijn echter gebaat bij een dikkere onderlaag. Deze onderlaag wordt meestal van kunststof gemaakt. Ook komen we steeds Merino-wol tegen in onderkleding, een aangenaam materiaal dat goed isoleert, zeer lang fris blijft ruiken en niet kriebelt. Let op bij de aanschaf: thermisch ondergoed hoort redelijk strak te zitten. Ook is er een behoorlijk prijsverschil tussen verschillende merken sportondergoed. Vaak lubberen goedkopere merken snel uit en wil de pasvorm nog wel eens veranderen. Ook niet onbelangrijk, deze goedkopere stoffen ruiken vaak veel minder fris na een dag sporten.

Tweede laag: Isolatie
​De tweede laag kleding is een echte isolatielaag. Deze laag bestaat sinds een paar jaar bijna altijd uit fleece-achtige stoffen. Fleece laat vocht door richting buitenlaag en isoleert heel erg goed. Er zijn veel verschillende fleecejacks en -truien te verkrijgen. Hierbij kan gekozen worden voor een iets sportievere snit die strakker zit of juist een wat losser model. Strakkere fleecejacks zijn effectiever om warmte vast te houden en vocht weg te transporteren. Ook in fleece is er een behoorlijk kwaliteitsverschil, waaraan je op lange termijn niet ontkomt. Goedkoper fleece verliest vrij snel isolatiewaarde na meerdere keren dragen en wassen.

Optionele laag
​Bij erg koude temperaturen trek ik boven mijn tweede laag vaak een extra isolerende laag aan. Vaak een dun donsjack. Hiermee zijn zelfs de koudste dagen goed door te brengen. Een optie voor koukleumen, en skiërs die ook doorskiën bij zeer koude temperaturen. Ik gebruik een donsjas, maar een extra dik fleecejack kan ook wonderen doen en is vaak goedkoper.

Derde laag: veel vernieuwingen
​De derde laag is een laag die tegenwoordig niet meer zo vast staat als een paar jaar geleden. De klassieke derde laag is een zogenaamde ‘Hardshell’: een dun compleet waterdicht en ademend jack. Maar tegenwoordig zijn daar ook softshell jacks en broeken bij gekomen. De meest bekende Hard-shell is waarschijnlijk Gore-tex, een zeer stevige, slijtvaste stof. Ideaal voor het meest ruige weer, maar op wintersport hebben we zelden regen, dus is 100% waterdicht niet altijd nodig. Een goed ademend jack is soms belangrijker. Dus is er voor wintersporters een tweede keuze bijgekomen: softshell. Softshell is zeer waterafstotend, winddicht en ademt veel beter dan Gore-Tex. In heel veel gevallen ideaal dus. Bijna alle grote merken leveren tegenwoordig zeer hoogstaande Soft-shell jassen die geschikt zijn voor bijna alle wintersportomstandigheden.

De derde laag: Keuzes
Voor een derde laag moeten dus keuzes gemaakt worden. Niet alleen tussen softshell en hardshell maar ook of je nog een extra isolatie in deze laag wilt. Er bestaan namelijk heel wat winterjassen met extra isolatie. Dit is op zich logisch want Gore-tex (of andere hardshells) en softshells zijn op zich niet warm. Dit in tegenstelling tot wat heel veel mensen denken. Deze keuze is geheel persoonlijk, de ene wintersporter heeft graag een lekker warme jas over zijn kleding terwijl anderen liever een extra laag tussenvoegen. Dit is iets wat je alleen voor jezelf kunt aanvoelen en beslissen.