Japow

Door Yannick

Vier meter sneeuw in drie dagen? “Niets aan de hand!” roept Eric tijdens een van onze vele ‘sneeuwruimmomenten’ om zijn oprit vrij te houden. “Let wel even op als je de deuren van het huis open schuift, ze willen wel eens blokkeren als er teveel sneeuw op het dak ligt.” Eeuhm?

Drie weken eerder vroegen we ons op het vliegtuig richting Sapporo nog af hoe het met onze Japanse woordenschat stond. Helaas geraakte geen van ons drie verder dan de woorden ‘chopstick’, ‘saké’ en ‘arigato’. Wat we wel over Japan wisten was dat er jaarlijks record hoeveelheden sneeuw vallen en dat de cultuur mijlenver van de onze staat. Reden genoeg om het op onze manier te verkennen: low-budget, met ski’s en snowboards en met een open blik.

We landden op Hokkaido, het noordereiland van Japan. Onze gehuurde minivan bouwden we in snel tempo om, zodat we er met zijn drieën in konden slapen. Op deze manier was het mogelijk snel van het ene gebied naar het andere te rijden en steeds als eerste in de lift te zitten.

Onze eerste skimeters op Japanse bodem bewezen al snel waarom deze trip eentje uit de duizend ging worden: vederlichte sneeuw, weinig skiërs die zich buiten de pistes waagden en een adembenemend landschap. Het hele eiland bestaat uit vulkanen die gedurende de hele winter bestookt worden door Siberische sneeuwstormen. Resultaat: het sneeuwt continu, vorig jaar nog meer dan anders, je ziet gedurende de hele dag vlokken dwarrelen. Zelfs als de zon zich maar sporadisch durft te vertonen.

Ieder skigebied dat we bezochten had wel een verrassing in petto. Rusutsu bleek een gebied te zijn dat rond een soort van pretpark gebouwd was, inclusief duizelingwekkende rollercoasters waar de pistes gewoon onderdoor liepen. Iets verderop in Chisupuri hing een onverdraaglijke stank van rotte eieren over het hele gebied. Later bleek dat een borrelend vulkanisch meer de schuldige was voor de penetrante geur. Gelukkig tastte het de sneeuw niet aan. In Kurodake gingen we toerskiën in een bos dat blijkbaar vol beren zat. Gelukkig slapen deze lieverds in de winter en kwamen we er geen tegen.

In Niseko (het grootste skigebied van Hokaido) kregen we zelf een gedetailleerde kaart met alle leuke off-piste afdalingen van de pisteurs. Normaal gezien is de backcountry strikt gereglementeerd, maar onze zelfgebouwde ski’s, lawinerugzakken en filmmateriaal opende ‘letterlijk’ enkele deuren. We skieden van de ene verbazing in de andere, maar ook naast de afdalingen in de sneeuw was het alsof we door de konijnenpijp van ‘Alice in Wonderland’ gevallen waren. Of de Japanners hun verse vis nu rauw op tafel zetten of in een gefrituurd jasje, het smaakte keer op keer heerlijk, net zoals alle andere gerechten die we nog nooit geproefd hadden.

De vulkanische ondergrond van het eiland zorgt er ook voor dat er op verschillende plaatsen heet water aan de oppervlakte borrelt. Een ‘Onsen’ nemen is voor de Japaners dan ook meer dan even in bad springen. Het hele ritueel van wassen en baden in een gezamenlijk badhuis is zowel een sociaal gebeuren als een lichamelijke en spritiuele reiniging. Wij voelden ons daar integen meer als gekookte kreeften. Niemand had ons gewaarschuwd dat het koudste bad al vlotjes boven de 39° ging.

Na twee weken geskied te hebben door de lichtste poedersneeuw die ieder van ons ooit ervaren had, was het tijd voor deel twee van de reis. We vlogen zuidelijk richting Honshu, het zuidereiland van Japan. De metro van Tokyo nemen met veel te veel bagage en een gigantische skizak is geen aanrader. Beeld je in dat je als een kleine garnaal door een enorme school vissen moet zwemmen die allen de andere kant op moeten. Maar gewapend met ons plannetje en enkele vriendelijke Japanners slaagden we er toch in om bij de juiste halte te komen. Daar wachtte een bus die ons richting Hakuba kon brengen. Dit skigebied ligt middenin de Japanse Alpen. Een prachtig gebergte met toppen die boven de 3000 m reiken. Het terrein leek veel indrukwekkender dan de vulkanen op Hokaido, maar er lag wel minder sneeuw.

Alhoewel: Een dag later skieden we als eersten door een van de geulen aan de rechterkant van het gebied door heerlijke poedersneeuw. Na een afdaling van duizend hoogtemeters moesten we enkel nog over een beekje springen en wachten op een taxi die ons terug kon af zetten in het skigebied. Na de derde afdaling van de dag hielden we het voor bekeken. De temperatuur was gedurende de hele dag sterk gestegen ende sneeuw werd zwaarder en gevaarlijker met de minuut.

Gelukkig was er nog een vierde vriend gearriveerd. Niet op ski’s zoals wij, maar met een splitboard. Hij kon ons dus zowel naar boven als naar beneden volgen. We bevonden ons op een kantel punt. We hoorden geruchten over een naderend lagedrukgebied dat mogelijk veel sneeuw met zich kon meebrengen. Maar bleven we in Hakuba tussen de horden toeristen, of waagden we een gokje? We kozen voor een de gok.

Nagano is een leuk stadje met een Olympisch verleden. Voor ons werd het een ideale uitvalsbasis om de verschillende gebieden aan de westkust te verkennen. Daar zou de meeste sneeuw vallen volgens het lokale weerbericht. Toen we 2 dagen later in Myoko Akakura door 50 cm verse sneeuw aan het skiën waren,maakten we kennis met Eric. Deze Canadeese ‘skibum’ had zijn thuisland verlaten omdat hij gehoord had dat het in Myoko nog harder kon sneeuwen dan in Canada. Hij legde ons uit dat de vijftig centimeter verse sneeuw nog maar een voorbode was van wat nog zou komen en nodigde ons uit om enkele dagen in zijn huis tever blijven.

Onze verhuis actie om bij Eric te komen mislukte bijna omdat de anders zo stipte Japanse treinen niet meer door de sneeuw raakten. Na enkele uren nagel bijtend afwachten daagde er toch een exemplaar op, omgeven door een grote witte wolk. Het laatste stuk richting Myoko gebeurde met de bus. Vragend keken we naar elkaar toen we door de smalle straatjes reden “is het normaal dat de sneeuw muren tot boven de bus uitkomen?” Eric was net bezig met de tweede veeg beurt van zijn oprit die dag. “Zet jullie spullen maar neer en ga skiën, dit wordt één van die dagen die jullie niet snel gaan vergeten” lachte hij. Niet veel later volgden de woohoo’s elkaar in sneltempo op.

Gedurende onze drie laatste dagen in Japan skieden we door ‘buitenaardse’ hoeveelheden sneeuw. Iedere ochtend konden we bijna niet geloven dat er nog meer was gevallen. “You lucky bastards!” sneerde Eric “You are here for just 3 days and you are skiing the most snow Myoko has seen the last decade!” Vallen was geen optie met letterlijk gevaar voor verstikking in de sneeuw. Na elke bocht moesten we onze bril afvegen om te zien waar we de volgende bocht konden nemen. Zelf de stoeltjeslift hing al vlak boven de grond, soms moesten we gewoon onze voeten intrekken! Na elke afdaling volgden er high fives, wilde verhalen en gezichten die geen pijn deden van de koude maar van te hard te lachen. Ieder van ons wist dat deze trip moeilijk te evenaren ging worden.

Sam Van Brempt wordt ondersteund door K2, Black Diamond & Beal

Yannick De Bièvre wordt ondersteund door K2, Black Diamond, Beal, BCA, Poc & G3

Koen Van der Veken wordt ondersteund door The North Face, BCA en Jones Snowboards

Ons blog: www.mountcoach.net