Het gevaar van gletsjerspleten

Door Rogier

Gletsjers zijn stromende massa’s ijs. De stroomsnelheid verschilt op plekken waar de ondergrond, de berg, van steilte verandert. Op het moment dat de ondergrond van steilte veranderd wordt door het ontstane verschil in stroomsnelheid de gletsjer opengebroken. Op deze manier ontstaan gletsjerspleten.

Het is vanaf boven op de gletsjer lang niet altijd te zien waar de spleten liggen want vanaf de herfst bedekt een dikke sneeuwlaag deze spleten. Dit verschijnsel noemen we sneeuwbruggen. Daar ligt het gevaar. Een skiër kan door zo’n ‘sneeuwbrug’ zakken en daarbij in een gletsjerspleet vallen. Elk jaar verongelukken er meerdere skiërs en snowboarders op deze manier.

Om veilig over een gletsjer te skiën is een uitgebreide kennis van gletsjers nodig, in gevaarlijk terrein is het zelfs aan te raden om “aan touw’ te gaan. Dat betekent dat iedereen van de groep met een touw aan elkaar verbonden zit. Bij een eventuele val in een gletsjerspleet kan de persoon die valt door de andere ‘gehouden worden’. De val wordt op deze manier gestopt en het slachtoffer kan daarna uit de spleet getakeld worden. Hiervoor is natuurlijk wel de kennis en het materiaal nodig om een takel te bouwen.

In minder gevaarlijk terrein maken wintersporters vaak de keuze om niet-aangelijnd te skiën of boarden. Deze wintersporters hebben dan wel vaak een bergsportgordel om en hebben touwen mee in de rugzak, dit om personen die in een gletsjerspleet zijn gevallen te kunnen redden.

Voor het veilig skiën op onbeveiligde gletsjers is een uitgebreide kennis van bergsport en gletsjerredding technieken een vereiste. Laat je als je deze kennis niet hebt, niet verleiden om off-piste op gletsjers te skiën.