De mythe van bevroren grond

Door Rogier

Elke herfst hoor je het weer: “Vorst op de grond is nodig voordat de sneeuw blijft liggen.” Want, zo is het argument, sneeuw blijft pas liggen als de ondergrond koud genoeg is. “De grond moet koud zijn anders smelt de sneeuw van onderen weg.” De waarheid is echter anders. Een koude grond kan zelfs een mooi sneeuwdek voor de rest van de winter in de weg zitten!

Isolerende werking
Sneeuw isoleert. Denk maar eens aan iglo’s. Wie een goede iglo bouwt zal het er niet koud hebben. Het is zelfs mogelijk om de temperatuur op te stoken, een heel aantal graden boven nul is geen enkel probleem, zelfs als het buiten hard vriest. Zo werkt het ook met de grond. De aarde is warm en als sneeuw deze afdekt dan isoleert deze sneeuw de aarde. Als de grond goed is opgevroren en er valt een dik pak sneeuw, blijven de eerste vlokken logischerwijs sneller liggen dan wanneer de aarde nog warm is. Maar als er eenmaal een pak sneeuw ligt dan is de temperatuur van de grond, rond de 0°, vanwege de isolerende werking dus relatief warm.

Gevaar
Een ijskoude grond heeft maar weinig voordelen. We kunnen zelfs stellen dat een te koude grond slecht is voor een goede langdurige sneeuwlaag. Als de grond te koud is, bijvoorbeeld bij late sneeuwval in de zeer koude wintermaanden, dan is de kans groot dat de grond door de uitstraling van kou de sneeuw transformeert naar ‘diepte-rijp’, een sneeuwlaag die zich zeer slecht bindt en onderling ook geen enkele binding heeft. Het geeft een ideale rollaag voor sneeuwlagen die daar bovenop vallen. Je hoeft geen lawinedeskundige te zijn om te begrijpen dat dit lawinegevaarlijke situaties kan veroorzaken.

De vraag rijst natuurlijk waar deze ‘volkswijsheid’ vandaan komt dat er koude grond nodig is om sneeuw te laten liggen. Waarschijnlijk heeft dit simpelweg te maken met het feit dat sneeuw vaak pas blijft liggen als het algeheel kouder wordt.

Ideale situatie
​Natuurlijk moet de grond ook niet heel warm zijn. Om een zo sneeuwzeker mogelijke winter te hebben is natte sneeuw op een niet al te koude ondergrond, gevolgd door lage, maar niet extreme, temperaturen. Er ontstaat dan een harde sneeuwkorst die een prima onderlaag geeft voor de rest van het seizoen. Dat veel dieren daar niet blij mee zijn, is natuurlijk weer een heel ander verhaal.