Topwinter voor ons, dodelijke winter voor dieren

Door Rogier

Terwijl wij afgelopen winter genoten van een  geweldige winter met veel sneeuw, was het zwaar voor veel dieren in de Alpen. Vooral grote herbivoren hadden het niet makkelijk met de hoeveelheid sneeuw. Bijna een derde van de steenbokkenpopulatie nabij Serre Chevalier heeft het de afgelopen winter niet gered. Ik ging een dag op stap met Cyril, een parkwachter van het Parc National des Ecrins om meer te weten te komen over wat de natuur in de winter allemaal te verwerken heeft. 

Om een uur of negen vertrekken we, op de toerski’s, vanuit Cyril zijn huis. Hij zegt dat hij nog nooit heeft meegemaakt dat er half maart zoveel sneeuw in zijn tuin ligt. We hebben nog geen 100 meter gelopen en hij heeft al verschillende vogels gespot en wijst een plantje aan: “Zie je het, al het schors is er af gegeten. Dat is het werk van een sneeuwhaas. Hij had duidelijk honger want normaal laten ze deze planten met rust.”Snel maakt Cyril een paar foto’s en een aantekening op zijn tablet.

Het eerste doel van de dag is het ophangen van een bewegingscamera in de buurt van een serie rotsbanden die geliefd is bij steenbokken. Dat de rotsbanden geliefd zijn is meteen duidelijk als we aankomen. Een groot en trots mannetje staat rustig in het zonnetje. Hij knabbelt wat een een Jeneverbes. Cyril vertelt: “Jeneverbessen zijn echt het laatste wat een steenbok zal kiezen. Maar zoals je ziet is alles wat op 'steenbok-hoogte' te vinden al kaalgegeten. Dus ze moeten wel. Dit mannetje, je ziet dat hij geen vet meer boven zijn heupen heeft, heeft waarschijnlijk zo’n 20% van zijn lichaamgewicht verloren deze winter. Nog 5% en hij overleefd de winter niet.” We blijven op respectabele afstand om de vermoeide steenbok niet te laten vluchten en zo onnodig calorieën te laten verbranden. Cyril hangt de camera op met uitzicht op een boom waar de steenbokken graag hun hoorns aan schuren.

Foto: Parc National des Ecrins

“Een winter met zoveel sneeuw maakt het erg zwaar voor dieren. Vooral zwijnen hebben het zwaar. Waarschijnlijk redt 40% het voorjaar niet. Dit is op zich geen probleem want ze herstellen zich snel. Alleen de jagers vinden dit jammer. Ook steenbokken hebben het zwaar. Bijna al hun voedsel is onder een dik pak sneeuw verdwenen. Zo’n 30% redt het niet. Eigenlijk hebben alleen aaseters en grote sterke jagers zoals de wolf en opportunisten als de vos het relatief makkelijk. Het eten wordt hen op een dienblaadje gepresenteerd.”

Ik vraag of Cyril het moeilijk vindt dat de dieren, die hij dagelijks ziet, overlijden door een tekort aan eten. “Nee, helemaal niet. Ik ken ze niet persoonlijk. En zelfs dan. Dit is de natuur. De sterkere blijven over en op die manier is het goed voor het voortbestaan van de soort. Ook is de natuur goed geregeld. Na zo’n winter zie je dat steenbokken meer jongen krijgen. Wat ik lastiger vind is de overbegrazing van alpenweides door koeien en schapen. Deze vormen keiharde concurrentie voor de steenbokken en deze maken dat de steenbokken en gemzen soms met een achterstand aan de winter beginnen. Daar baal ik wel van. Net zoals loslopende honden of wintersporters die zich niet aan de (normale) regels houden en de dieren stress bezorgen”

Cyril gaat zo goed als dagelijks de bergen in om te observeren. Hij bekijkt hoe het met de dieren gaat, waar de dieren verblijven en waar de jongen geworpen worden. Hiermee stelt het Parc National des Ecrins bijvoorbeeld no-fly zones voor helikopters en drones op. Plekken waar (reddingen uitgezonderd) niemand mag vliegen om dieren niet te verstoren. Ook zitten ze aan de tafel met gemeentes als deze nieuwe infrastructuur willen aanleggen. Of het nu om wegen, nieuwbouw of nieuwe pistes gaat. Vaak gaat dit in goed overleg. Ook zitten ze om tafel met jagers om vast te stellen hoeveel dieren er gejaagd mogen worden.

Zo vraag ik of skigebieden erg schadelijk zijn voor de natuur: “Natuurlijk zien we dat de hoeveelheid dieren achteruit gaat in de buurt van een skigebied. Maar veel dieren leven sowieso liever op zuidhellingen dan op de koudere noordhellingen, en die koelere hellingen zijn dan weer populairder bij wintersportes. Bij ons is het vooral de korhoen die concurrentie heeft van skigebieden. Maar er zijn ook hellingen op een steenworp afstand van het skigebied waar het stikt van de herten, gemzen en andere dieren.”

Wat moet je eigenlijk doen als je tijdens de wintersport wilde dieren tegenkomt? “Probeer ze vooral niet voor niets hard te laten vluchten. In de winter is het vooral zaak dat de dieren niet onnodig veel calorieën verbranden. Dus ga zo mogelijk rustig een andere kant op. Jaag ze niet op en blijf op afstand. Close-up foto’s maken doe je met een tele-objectief en niet met een telefoon… “

We laten de oude steenbok met rust op zijn rots en klimmen verder. Niet veel verder zien we een jonger mannetje. Deze is echt mager. Je zit duidelijk de ingevallen heupen. We kunnen z’n ribben zowat tellen. Ook als hij aan een plantje staat te knabbelen glijdt hij twee keer een beetje weg. Volgens Cyril heeft deze het heel erg moeilijk. Het is te hopen dat er snel meer sneeuw smelt zodat het gras kan gaan groeien.

Cyril vertelt wat zijn werk nog meer inhoudt: “Wij houden jagers en vissers in de gaten of deze zich aan de afspraken houden. Ik ben een Policier d’environment en mag dus ook boetes uitschrijven. Dat kan zijn voor vissers die te kleine of teveel forellen meepakken, of aan stropers. Ook controleer ik genepy-plukkers, want je mag hier maar 100 netjes geknipte takjes per persoon meepakken. Natuurlijk tellen we niet alleen de grote en beroemde dieren maar we kijken ook hoe het met planten gaat, met reptielen, vogels en alles wat leeft. Dit om zoveel mogelijk informatie te verzamelen en te proberen om al deze natuur zo goed mogelijk te beschermen. Al deze informatie verwerken we in kaarten om precies bij te houden waar wat leeft en hoe alle populaties het doen.“

Als we door een bos heen skiën komen we sporen tegen van korhoenders, hazen, vossen, gemzen en steenbokken. Boven ons vliegen vogels die af en toe een vlinder opjagen. Het is indrukwekkend hoe goed Cyril alles observeert en ziet. Met zijn aanwijzingen kijk ik op een hele andere manier naar de bergen. Een gebroken takje hier, een paar uitwerpselen daar. Er zijn zoveel sporen, er is zoveel leven. Maar je hebt wel een getraind oog nodig; Cyril ziet bijvoorbeeld een steenbok, midden in een rotswand, die ik zelfs nauwelijks zie met hulp van een verrekijker. 

Foto: Parc National des Ecrins

We lopen door, naar een bergtop zo’n 1000 meter boven ons. Cyril wil weten hoe het met de sneeuwhoen gaat. Helaas vinden we alleen de uitwerpselen. Deze vogels zijn echte meesters in camouflage en ze laten zich niet al te makkelijk zien. Ook niet voor Cyril. Opjagen wil hij niet want het leven in de bergen is voor hen zwaar genoeg.

We skiën weer naar beneden, maar niet voordat Cyril een stuk niet-opgeruimd ijzerdraad in z’n rugzak stopt om thuis weg te gooien. Opeens scheert er een lammergier over onze hoofden heen. Het is duidelijk dat het voorjaar wordt want op de warme lucht cirkelt de vogel snel omhoog. Zonder ook maar een keer met z’n vleugels te slaan… Laten we hopen dat het voorjaar ook op tijd komt voor de steenbokken.