Hoe interpreteer je een sneeuwverwachting?

Door Roel

Er komen weleens discussies los onder mijn weerbericht over de sneeuwverwachting op diverse websites. Hoewel ik daar in het verleden al het een en ander over geschreven heb is het goed om nog wat zaken op een rij te zetten. Hoe moet je een sneeuwverwachting interpreteren, en hoe kan het dat een website het ene moment bergen sneeuw belooft en daar een paar uur later weinig meer van over is?

Wat is een weermodel?
De basis van iedere sneeuwverwachting is een weermodel. Iedere tabel of grafiek met een meerdaagse weersverwachting is rechtstreekse output van een weermodel. Zo'n model is niks anders dan een grote weercomputer die alle mogelijke weervariabelen berekent voor een bepaalde plek en een bepaald moment. Denk aan luchtdruk, temperatuur, wind, luchtvochtigheid, dauwpunt, enzovoorts, en als afgeleide hiervan ook sneeuwval. Dit alles op basis van ontelbare waarnemingen verspreid over de hele wereld en op verschillende hoogtes.

Weertabellen tonen dus letterlijk wat zo'n model berekent. Ruimte voor nuance is er niet, het is wat er op dat moment berekend wordt. Zo werkt onze eigen sneeuwverwachting ook. Hoe blij ik ook ben met de kwaliteit van dit fijnmazige model en bijbehorende kaarten, hij gaat net als andere modellen uit van waarnemingen die op een bepaald moment gedaan zijn. Op basis daarvan maakt hij een berekening van hoe het weer op een andere dag gaat zijn.

Zo kan het dus gebeuren dat er over zes dagen exact 94 centimeter sneeuw wordt berekend, en daar een dag later nog maar 40 centimeter van over is. Je zou zeggen dat de meest recente berekening beter is, maar ik durf de stelling aan dat ook 40 centimeter niet de hoeveelheid sneeuw is die je gaat aantreffen. Dat heeft meerdere oorzaken. 

Lange versus korte termijn
Dit ligt op de eerste plaats aan de termijn. Soms is er nog vijf dagen te gaan. Voor een goede weersverwachting zit je dan aan de rand van de voorspellingshorizon. Hoe verder je vooruit kijkt, hoe groter de onzekerheid wordt. Meestal kijk ik überhaupt niet verder dan zeven dagen, doe je dat wel dan ga je in 9 van de 10 gevallen nat. Vooral met neerslag (is geen grapje ;-)). Een kleine verandering in windrichting betekent een andere soort stuwing waardoor deze hoeveelheid niet in Sölden valt maar bijvoorbeeld in Zwitserland. 

Daarbij hebben we te maken met het zogenaamd "butterfly effect". Het weer op langere termijn is uiterst gevoelig voor kleine veranderingen. Een iets andere luchtdruk boven Noord-Amerika nu, kan een depressie in Europa over een paar dagen flink beïnvloeden. 

Hoofdberekening versus pluim
De cijfertjes die je in tabellen ziet zijn meestal het resultaat van de hoofdberekening. Dat is de berekening met de grootste rekenkracht. Daarnaast maakt een weermodel nog tientallen subberekeningen, vanuit een kunstmatig iets verstoorde uitgangspositie. Daarmee kan de betrouwbaarheid van de hoofdberekening worden getoetst.

Het komt voor dat de hoofdberekening niet betrouwbaar is, doordat de subberekeningen massaal voor een ander scenario kiezen. Hierboven zie je een mooi voorbeeld uit december 2015 bij een temperatuurverwachting voor Nederland. De hoofdberekening in rood ("oper" genoemd) laat een gigantische vorstinval zien. Aan de subberekeningen zie je echter dat dit bijzonder onwaarschijnlijk is, terwijl het weertabelletje of de sneeuwverwachting wel op die "oper" gebaseerd is. Opnieuw een reden om een modelverwachting niet zomaar voor waarheid aan te nemen.

Waar en hoe valt de sneeuw?
Stel dat een modelberekening gewoon uitkomt, dan ligt het toch voor de hand dat de meter sneeuw die berekend wordt straks niet op de grond ligt. Een belangrijke oorzaak daarvan is dat sneeuw gaat 'zetten'. Hoe meer sneeuw er valt, hoe meer gewicht er op de onderste laag drukt waardoor de sneeuw wordt samengeperst. Zo kan er een meter verse sneeuw zijn gevallen terwijl er op de grond maar 60 centimeter wordt gemeten. 

Hetzelfde geldt als het eerste sneeuwlaagje door bijvoorbeeld een warme grond wegsmelt of door wind wordt weggeblazen. Een berg kan aan de ene kant kaal worden geblazen, terwijl de sneeuw zich aan de andere kant metersdik ophoopt. Dat zijn zaken waar een weermodel geen rekening mee houdt.

Het maakt ook verschil of de sneeuw in één grote dump valt, of dat het opgetelde hoeveelheden zijn zoals bij deze kaart. In het eerste geval krijg je een dikker pak sneeuw omdat er geen eventuele dooiperiode tussenzit die het sneeuwdek kan aantasten.

Sneeuw op de berg
Een sneeuwverwachting, zoals die hierboven, wordt berekend voor vaste punten in een gebied. Meestal is dat het dorp en het hoogste punt in het skigebied. Iedereen weet dat er op het hoogste punt meer sneeuw valt, maar de meeste pistes bevinden zich lager op de berg. Een meter sneeuw op het hoogste punt wil dus niet zeggen dat er op de pistes ook zoveel valt. Het feit dat er in de Alpen allerlei microklimaatjes zijn maakt dit nog ingewikkelder. Sommige skigebieden krijgen traditioneel net wat meer sneeuw dan andere gebieden, en zelfs binnen één skigebied kunnen er grote verschillen zijn. Bijvoorbeeld in Sankt Anton valt vaak minder sneeuw dan in Lech aan de andere kant van de Arlberg, en het hoogste punt (de Valluga) ligt er precies tussenin.

Geheugen selectief
Last but not least zijn wijzelf ook niet feilloos. We herinneren ons bepaalde dingen beter dan andere. In het geval van sneeuwverwachtingen kan een model dagenlang een onopvallende kleine hoeveelheid sneeuw hebben berekend en opeens een grote dump. Als die meter een dag later weer wordt teruggebracht naar 40 centimeter is de teleurstelling groot en "klopt er niks van die verwachtingen". Soms is dat zo, maar het kan zoals je hierboven hebt gelezen dus ook andere oorzaken hebben.