Sneeuw en Tapas

Door Hans

De Pyreneeën ver weg? Dat valt reuze mee. Vliegen naar Barcelona, een auto huren en anderhalf uur later zit je in de bergen. Perfect voor een korte lowcost-skitrip. Met anderhalf uur extra heb je zelfs de ultieme belevenis: Vall de Boí.

De smalle weg kruipt omhoog door een zijdal van het Vall de Boí. De wereld wordt witter, het landschap ruiger en de hartslag hoger. Even stoppen in een haarspeldbocht voor een fantastisch uitzicht op het bergmeer Estany de Llebreta met daarachter de machtige toppen van de Cap de la Pieta Mala (2.593 m) en de Bony Blanc (2.753 m). Op een mooie dag is zelfs de hoogste berg van de Pyreneeën te zien: de Aneto (3.404 m).

We passeren de slagbomen van het Nationaal Park Aïguestortes i Estany de Sant Maurici. Gids Moises bespreekt het plan. De weersomstandigheden laten een skitocht naar een van de hoge puigs (toppen) niet toe. Maar we kunnen wel tot aan de boomgrens klimmen, waarna de afdaling van ons alleen is. Deal? Wat denk je?

Parkeren, ski's uitladen, vellen onder en stampen. Het eerste deel van het traject gaat over relatief vlak terrein, de Planell d’Aigüestortes. De rust is zalvend, imponerend en intimiderend tegelijk. Het pad volgt de loop van een kabbelende bergbeek die we af en toe oversteken over een 'brug' die precies een paar ski's breed is. Voorzichtig. Met zorg balanceren.

Dit is de wereld van de steenbok, lammergier, auerhoen, steenarend en hermelijn. Extreem terrein, dat in alles anders voelt dan de Alpen. De centrale Pyreneeën zijn minder toegankelijk, minder gemaakt voor de mens en meer voor dieren, die zich aan de barre omstandigheden hebben aangepast. Als het hier waait, stormt het. Als hier de zon schijnt, wordt het heet. Als het hier sneeuwt, dan dumpt het.

Rustpunt Refugi d’Estany Llong, is iets boven het gelijknamige meer gelegen. Zodra wij arriveren komt een man met woeste baard en wapperende manen op ski’s de hoek om gevlogen. Het is Robert, de baas van de hut: "Zeg maar de slaaf van de hut, haha!" Samen met vriendin Karol heeft hij er al een skitoer opzitten. "Met die verse sneeuw van gisteren is het fantastisch. Dit is de reden waarom ik hier ben!"

Curieuze vormen
De Llong hut is onderdeel van 'The Ring of Fire', een meerdaagse route door de Pyreneeën die van hut naar hut voert. Wij houden het tijdens onze short trip op een dagtocht. Ook niet slecht. Daar hebben we uitzicht op het meer dat zijn naam Llong – wat zoiets betekent als groot, lang - eer aandoet. Het is één van de meer dan 250 grote en kleine bergmeren waar het nationaal park om bekendstaat.

We lopen over de onaangetaste laag sneeuw die het meer heeft toegedekt. Links de steile rotswanden van het Colomèrsmassief, rechts de Pic de Subenuix en recht vooruit de Portarro d’Espot. Voor de officiële opening van het nationaal park in 1955 liet dictator Franco een weg aanleggen naar deze plek. Een wonderlijke actie in een gebied dat juist beschermd moest worden. Maar ja, voor dictators gelden andere regels.

Het spoor van Robert en Karol gaat rechts omhoog het bos in. Een goed plan. Nog even een stuk klimmen om onze afdaling te verdienen. Zweten, de kuiten plagen, de bovenbenen teisteren. Alles in een sereen decor van bomen die door de wind tot curieuze vormen zijn gebogen. De onheilspellende wolken die over ons heen waaien, maken de sfeer er extra spannend en mysterieus op. 

De afdaling door het bos is een regelrechte wow-ervaring. Ik snap meteen waarom Moises het eerder Pequeño Canada had genoemd, klein Canada. De bomen staan ver genoeg uit elkaar voor een mooie lijn die je moeiteloos tot aan het meer kunt doortrekken. Af en toe zijn er open plekken in het bos waar het zonlicht gul naar binnen valt en het avontuur heel even in de schijnwerpers staat.

UNESCO-kerken
Ademloos volg ik het spoor van Moises. Dwars door de natuur met zijn ruwe schoonheid. Die ontoegankelijkheid was in de middeleeuwen voor krijgsheren ook de reden om hier vestingen te bouwen. Zo hoorde het Vall de Boí toe aan de familie Erill, die vanuit hun kasteel het platteland op trok om er te plunderen. Met de buit werden onder meer Romaanse kerken gebouwd als symbool van hun rijkdom, macht en verbondenheid met bisschop Roman Guillem.

De kerken van het Vall de Boí staan inmiddels op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Met dank aan de Reconquista - de herovering van Spanje op de Moren - die veel geld opleverde om de kerken te vergroten en te verfraaien met beelden en schilderkunst. Het mooiste voorbeeld daarvan is de kerk Sant Climent in Taüll. Hier wordt het originele schilderwerk, waarvan slechts nog fracties te zien zijn, met een ingenieus projectiesysteem op de muren gezet. Het is letterlijk adembenemend. Wat moeten die hemelse schilderingen hebben gedaan met de eenvoudige mensen uit de elfde en twaalfde eeuw, die in armoedige hutten woonden?

Nog drie bochten en we zijn terug aan de oevers van het besneeuwde meer. Daarna de vallei uit skiën en dan landen aan een tafel van La Plaça in Erill la Vall, het restaurant van de familie Vilaldevay. Zoals op de meeste plekken in het Vall de Boí wordt er stevige kost geserveerd. Eerlijk en verrukkelijk. Konijn, wild zwijn, forel, maaltijdstoep. Niet verfijnd gepresenteerd, maar gemaakt met louter goede ingrediënten.

Over de keuken gesproken. Niks lekkerder dan aan het eind van een skidag nou eens niet in de hela hola après-ski te belanden, maar in een wijnbarretje met rioja en tapas. Eén van de favorieten: El Ventador in Barruera. In tegenstelling tot de meeste restaurants en bars in de vallei wordt de voedzame bergkost hier wel gecombineerd met zonnige invloeden van de Middellandse Zee.

"Wij zijn de nieuwe generatie in Vall de Boí", vertelt Pierre, die de bar annex restaurant samen is begonnen met zijn vriendin Eli. "Wij hebben gereisd en brengen de wereld van buiten mee. Het idee voor de bar is van Eli's vader, die hier boer is en ecologisch vlees produceert. Bij ons staat het vlees van zijn boerderij centraal, samen met een eigentijdse keuken en wijnkaart."

Boven de boomgrens
In het Vall de Boí wonen amper duizend mensen in een handvol dorpen als Barruera, Erill de Vall, Taüll en Boí. Het wintertoerisme is er pas in 1990 op gang gekomen met de komst van het skistation op zo'n 2.000 meter hoogte. Desondanks worden de oorspronkelijke dorpen niet of nauwelijks ontsierd door betonbouw. De meeste toeristenbedden concentreren zich in het nieuw gebouwde resort Pla de l'Ermita, waar enkele hotels en appartementengebouwen staan. Deze nederzetting ligt ook het dichtst bij de pistes, op zo'n acht kilometer.

Met ongeveer 55 kilometer afdaling is Boí Taüll Resort een middelgroot skigebied. Met de Puig Falco heeft het wel het hoogste bergstation van alle Spaanse resorts in de Pyreneeën: 2.751 meter. De pistes zijn een beetje vergelijkbaar met die in Frankrijk: mooi breed, boven de boomgrens, met daartussen genoeg ruimte om poeder te skiën.

Hoewel er tijdens het bezoek een recordaantal scholieren aanwezig is, hoef ik bij geen enkele lift te wachten. Cruisen door het hele skigebied. Van links naar rechts en weer terug. Van de Pic de la Pala Ginebrell op 2.310 meter hoogte tot de Puig Falco op 2.751 meter. En weer terug dus. Goed, in aantal kilometers is het misschien niet groots, maar wie vanaf de Falco in één ruk afdaalt naar het dalstation Pla de Vaques op 2.020 meter, knalt in ruim 4 kilometer zo 731 hoogtemeters onder de ski’s door.

Het is echt een gebied voor cruisers en genieters. De meeste afdalingen zijn breed, met de juiste hellingshoek en altijd voorzien van een waanzinnig uitzicht dat van vallei naar vallei rolt, om ergens aan de horizon in een zachte streep roze op te lossen. En een geluk: de Spanjaarden uit steden als Lleida en Barcelona kiezen vaak voor klinkende namen als Molina en Baqueira Beret, waardoor het hier in het Vall de Boí relatief rustig blijft.

Goed bewaard geheim
Boí Taüll is een heerlijk skigebied, maar geen plek waar je een week lang blijft. Daarvoor zijn de verleidingen buiten de pistes te groot. Hemelse plekken zoals de twaalfde-eeuwse kluizenaarskapel van Sant Quirc de Durro nodigen uit om bezocht te worden op sneeuwschoenen, de Romaanse kerken van de Werelderfgoedlijst vragen om een bezoek en dan is er nog de woeste eindeloze natuur van het nationaal park.

Zo biedt de Ribera de Sant Nicolau, de vallei waar we eerder deze week waren, nog tal van andere toerski-mogelijkheden. Gids Moises kent routes die worden beloond met 1.000 hoogtemeters omlaag door natuur die nog niet door mensen is ingericht. En niemand in de buurt om je beste lijn door de onaangetaste poedersneeuw te stelen.

Maar aangezien dit een korte skitrip is, moeten we dit voorlopig even parkeren onder het hoofdstuk ‘Dromen voor later’. De terugweg naar Barcelona wacht. De rit uit de vallei voert door velden vol amandelbomen. Ze staan bijna in bloei. In de achteruitkijkspiegel verdwijnen de witte toppen één voor één achter de kale rotsen van de pre-Pyreneeën. Op die manier blijft het een goed bewaard geheim.