Buckels skiën, hemel of hel?

Door Rolf

Wat voor de één leuk is, is dat voor de ander helemaal niet! En dat geldt voor weinig zaken zo extreem als voor het skiën over buckels. Voor iedereen is controle tussen de buckels echter van het grootste belang. Samen met Richard Molenaar leggen we uit hoe je dat doet. Richard is technisch coördinator van onze skitest, opleider van skileraren voor de NSkiV en eigenaar van Skicentrum Heemskerk. Hij weet als geen ander hoe je buckels moet aanpakken.

1. Slalom
In tegenstelling tot wat het lijkt, loopt het ideale spoor in een buckelpiste niet over de buckels heen, maar er tussendoor. Je probeert dus als het ware tussen de buckels door te slalommen. 

2. Snelheid controleren
Het is van groot belang dat je de snelheid in de buckelpiste onder controle houdt. Ga je sneller dan je techniek toestaat, dan is dat vragen om ongelukken. Je controleert je snelheid door je benen tussen de buckels actief te strekken. Je laat de ski’s zijdelings van de buckel afglijden en hierdoor ontstaat een rutschfase die afremt. Tegelijkertijd druk je de ski’s als het ware dwars tegen de volgende buckel aan. 

3. Benen buigen
Zodra je aankomt bij de volgende buckel haal je wat spanning van je de benen en laat deze als vanzelf 'inveren' (buigen). Je benen functioneren dan als een soort schokdempers. Zo absorbeer je de impact en hou je bovendien contact met de buckels. Op het moment dat je benen maximaal gebogen zijn, kun je de ski’s heel makkelijk in de nieuwe richting draaien. 

4. Voorvoet naar beneden
Als je ski’s tegen de volgende buckel ‘aanbotsen’, zul je merken dat de punten van de ski’s vaak de neiging hebben om omhoog te komen. Een groot deel van de ski’s maakt dan geen contact meer met de sneeuw. Dit is niet de bedoeling! Probeer met de hele ski constant contact te houden met de sneeuw, door de punten van de ski’s actief naar beneden te drukken. Om dit te bereiken strek je de voorvoet hard naar beneden en duw je tegelijkertijd de heupen naar voren toe. 

5. Positie bovenlijf
Het bovenlichaam wijst de hele tijd zoveel mogelijk recht naar beneden en volgt in het ideale geval een rechte lijn over de piste. Door het bovenlichaam stabiel en recht in de vallijn te houden, zullen de ski’s heel makkelijk in de goede richting draaien zodra je de benen laat ‘inveren’ bij de volgende buckel. In het ideale plaatje zie je dus een heel rustig bovenlichaam en een heel hard werkend onderlichaam!

6. Stokken voor
Beide handen moeten gedurende de gehele afdaling voor het lichaam gehouden worden. Je zet de stokken idealiter vanuit de pols net achter het hoogste punt van de volgende buckel in. Een actieve en nadrukkelijke stokinzet is een grote hulp bij het skiën in buckels! 

7. Voor je kijken in het buckelspoor
Kijk ver voor je uit! Het is verleidelijk om vlak voor je ski’s in het buckelspoor te kijken, maar het is echt beter om een aantal buckels vooruit te kijken. Je zult merken dat je lichaam (en je hersenen!) dan automatisch anticiperen op wat er komen gaat. 

8. Fouten

- Uit angst te dwars in het spoor beginnen. Je moet echt in de vallijn proberen te skiën;
- Stok te lang laten staan. Hierdoor verdraait het bovenlichaam en kom je dwars op de vallijn te staan;
- Punten van de ski’s te ver omhoog laten komen. Dit komt door te ver achterop zitten en/of de heupen onvoldoende naar voren brengen;
- Niet strekken of te laat strekken. Je kunt dan de impact niet meer voldoende opvangen en ‘stuitert’ door de buckels.