Kleine grootheid: Le Collet d’Allevard

Door Hans

Hoog boven het voormalige kuuroord Allevard-les-Bains ligt het bescheiden skigebied Le Collet. Zo compact als het is in kilometers, zo groots voelt het in beleving: "Waarom zou je de piste volgen, als je er ook naast kunt skiën?"

Het begon allemaal toen de plaatselijke kapper Antoine Cros na de Eerste Wereldoorlog 28 paar ski's kocht van het Amerikaanse leger. Als beroemd kuuroord deed Allevard-les-Bains tijdens de oorlogsjaren dienst als militair hospitaal. Kapper Cros had de ski’s én het licht gezien: iets nieuws om het naoorlogse Allevard op te frissen.

En dat lukte. De skisport werd snel populair onder de gasten én de plaatselijke bevolking. In de jaren twintig waren er al verschillende skiclubs actief. Maar het zou nog tot 1955 duren voor er boven het stadje met zijn kuurhotels, thermale baden, chique theesalons en casino een skistation werd gebouwd: Le Collet d’Allevard op 1.450 meter hoogte.

Rijdend door Allevard op de bodem van het dal, is al gauw te zien dat de gloriedagen van weleer zijn geteld. De eens zo stijlvolle paleishotels, kuurbaden en het casino zijn verdwenen of hebben een nieuwe bestemming gekregen. Voor zover zichtbaar heeft slechts één bad de tand des tijds doorstaan: Les Thermes d’Allevard. Hier kun je nog altijd terecht voor gezond water en heilzame berglucht.

Voor dat laatste gaan we liever naar boven. En niet te zuinig. De elf kilometer lange weg slingert zich vanuit het dal door het Fôret de la Ravoire enthousiast omhoog. Haarspeldbocht na haarspeldbocht, goed voor bijna 1.000 hoogtemeters. Tot je plotseling in Le Collet staat, of Malatrait zoals het centrum ook wel wordt genoemd. De entree maakt direct duidelijk dat het er ontspannen aan toegaat. Geen ingewikkeld parkeergedoe, geen stress.

Het skistation is overigens ook niet mooi of schilderachtig. Net als de meeste grote centra is het functioneel gebouwd in de vorm van betonnen, vierkante blokkendozen, maar dan op een wat menselijker formaat. Vooruit, noem het ouderwetse Franse gezelligheid, back to basic of voor mijn part vintage. Het voelt in elk geval bijzonder prettig.

Vrienden maken
Een oude stoeltjeslift die op de nominatie staat voor vervanging, brengt de skiërs en snowboarders het skigebied in. Even lekker warmdraaien op groen of blauw en daarna zo snel mogelijk naar de top van Les Plagnes op 2.100 meter hoogte met uitzicht tot aan de Mont Blanc. Wanneer er voldoende sneeuw is gevallen, maakt het vervolgens niet meer uit waar je omlaag gaat. Over de blauwe Dahu, de rode Cembro of gewoon ergens, zomaar, over een helling die er fijn uitziet.

Het is zo'n gebiedje waar je snel vrienden maakt. Met de barman, de liftmevrouw, de pisteur, de ober en vooral met de berg zelf. Met slechts 35 kilometer piste is het skicentrum van Le Collet niet groot, maar biedt het wel precies waar wij Nederlanders zo van houden: mooie brede afdalingen die niet te steil zijn maar sportief genoeg voor voldoende uitdaging.

Je hebt dat wel eens, dat een skigebied je meteen past. Dat je nauwelijks hoeft te wennen aan afdalingen, liften en verbindingen. Maar dat het allemaal vanzelf lijkt te gaan. Dat is precies wat er in Le Collet gebeurt. Behalve met het bescheiden formaat heeft het ook met het landschap te maken. Het is hooggebergte zonder te intimideren.

In een XXL Frans skistation dwingt de bergwereld eerst respect af, voor je hem stukje bij beetje tot vriend kunt maken. Hier word je direct omarmd door de ronde toppen en de prachtige vergezichten op bergmassieven zoals de Chartreuse, de Bauges en zelfs de Vercors aan de andere kant van Grenoble.

Over panorama’s gesproken. De afdaling Chamois is de absolute baas van het geheel. Hier lijk je over een meesterlijk balkon te skiën, alsof de piste tot diep in de Vallée du Grésivaudan wordt doorgetrokken. Maar die eindigt dus weer prettig en zonder problemen in Grand Paul op 1.550 meter hoogte.

Sleper aan de spannende achterkant van het gebied

Amerikaanse pistes
Het fijne van Le Collet d’Allevard is dat het van A tot en mét Z zo sympathiek is. Vergeefs zal je hier zoeken naar een mega Franse skikantine die er in slaagt om de gevierde Franse keuken vakkundig om zeep te helpen met flauwe wintersportkost en wijn uit plastic flesjes. Aan de voet van Pré Rond en op Super Collet staan twee kleine restaurantjes. Hier pretendeert niemand de nieuwe Ducasse, Bocuse of Escoffier te zijn.

Als gast word je er omarmd door een volstrekt ontspannen sfeer en verwend met eerlijke, plaatselijke kost. Van tartiflette tot crêpe suzette. En zeer betaalbaar. Wij verkiezen Les Terrasses du Collet tot favoriet. Dat ligt ietsje onder het station, dus moet je een klein stukje klunen op skischoenen. Maar de beloning is een stoel in de zon met een fenomenaal uitzicht als hoofdgerecht.

De schijnwerper staat daarbij strak gericht op het Massif de Belledonne. Bij de kenners klinken namen als Chamrousse en Les Sept Laux waarschijnlijk wat bekender dan Le Collet d’Allevard. Beide skigebieden zijn dan ook aanzienlijk groter en danken die ontwikkeling voor een belangrijk deel aan hun rol in de Olympische Spelen van Grenoble in 1968. De pistes boven Allevard zijn destijds slechts als trainingsterrein gebruikt.

Is niet erg. Het heeft de sfeer kleinschalig en warm gehouden. Dus staat er na afloop van de lunch een glaasje Chartreuse als digestief klaar. De groene likeur wordt sinds 1605 gestookt door de monniken van het kartuizerklooster aan de overkant van het dal en bestaat uit 130 verschillende kruiden en planten. Lang geleden beschouwden de geestelijken het als een magisch elixer dat een lang en gelukkig leven zou stimuleren. We doen er ons voordeel mee!

Met hernieuwde levenslust kan het skigebied weer worden aangevallen. Hoewel er rond Super Collet op 1.630 meter hoogte enkele heerlijke hellingen liggen – probeer de Veyton en Le Bens eens – hebben wij onze hoek een stuk verderop gevonden: Le Pré Rond, op 1.540 meter hoogte gelegen aan de noordkant van de berg. Hier gaan de pistes in brede lanen dwars door de bossen en lijkt het of je in Noord-Amerika aan het skiën bent, waar de boomgrens veel hoger ligt en afdalingen veel voorkomen.

In dit verborgen hoekje van het skigebied kun je een hele dag bezig zijn zonder je te vervelen. Twee eenpersoonsskiliftjes – het bekende Franse pannetjesmodel – brengen de wintersporters naar de top. Daarna begint het feest. Baantje links, baantje rechts, stukje door het bos, beetje poeder proberen, techniek bijschaven op blauw, gas geven op rood en zwart.

Koningen en prinsessen
Aan het eind van de dag geen wilde après-ski voor Le Collet d’Allevard. Een vin chaud, een glas bier, een warme choco. Hier geen carnaval met meezingmuziek, maar ingetogen genieten. Van de zon die langzaam achter het massief van de Chartreuse zakt, bergtoppen die roze aanlichten, avondmist die in de dalen zakt, sterren die zich één voor één aan het plafond melden en van goed gezelschap. 

Op de berg is een bescheiden hoeveelheid accommodatie beschikbaar, beneden in het oude kuuroord aanzienlijk meer. Bovendien kun je er in het Parc Thermal slenteren in de sporen van koningen en prinsessen. Of winkelen in de smalle straatjes rondom het Place de la Résistance en het Place de Verdun.

Gestookt door de monniken aan de overkant van het dal

Er is een plan voor een cabinelift die vanuit het stadje Allevard naar Le Collet moet gaan. Dit zou het authentieke Allevard in één klap tot een Station Village maken, een skigebied met een écht dorp. Daar zijn er in Frankrijk niet zoveel van. En al helemaal weinig met een leuk centrum en enkele historische kuurhotels. Waar een kleintje dus al niet groot in zou kunnen zijn.

Allevard-les-Bains
De roem van Allevard als kuuroord begon in 1790 met een aardbeving. Bij het opschudden van de aardkorst kwam er in het dorp plotseling water omhoog, dat uiteindelijk gezond bleek te zijn. Een ondernemende dorpeling was er alvast mee begonnen voordat het in 1839 officieel op de geneeskrachtige werking was getest door dr. Dupasquier uit Lyon. Al snel klom Allevard op tot de elite onder de Franse kuuroorden en meldden zich koningen, prinsessen, graven, hertogen en andere welgestelden die soms maandenlang verbleven in prachtige hotels. De kuur werd als remedie voor tal van ziektes en kwalen gezien. Voor de behandeling van een stevige verkoudheid gingen mensen wekenlang in bad. Aan deze glorietijd kwam pas aan het einde van de twintigste eeuw een definitief einde. Tegenwoordig probeert Les Thermes d’Allevard nieuwe gasten te winnen met allerlei schoonheidsbehandelingen, een hammam, een Japanse sauna en programma’s die deelnemers moeten ontstressen.