Lötschental het verborgen dal

Door Hans

Geen krant, geen tv, geen wifi. Dat is wat we willen. Even ontsnappen aan de dolgedraaide wereld van de 21e eeuw. Het Zwitserse Lötschental leent zich daar uitstekend voor. Met charme, karakter, stilte en een autovrije alp. 

De avond valt en er drijven dunne wolken binnen die voorzichtig roze kleuren. De papsneeuw van een half uur geleden vriest weer aan tot harde korrels. Voor de oude chalets op de Lauchernalp, het autovrije skigebied boven het Lötschental, staan de ski’s in de sneeuw. Klaar voor de dag van morgen. Uit de schoorsteen kringelt rook omhoog en het ruikt naar open haard. Achter een raampje wordt het licht aangeklikt.

Nee, nergens klinkt er opgewekt gejodel of coole r&b. Het is stil. Enkel krakende sneeuw onder de voeten. Dit is de après-ski op de Lauchernalp. En dat is nou precies waarvoor we zijn gekomen, even weg van de wereld die zich de laatste tijd te vaak van z’n lelijkste kant laat zien. Op de Lauchernalp is alles nog zoals het hoort. Genieten van groots geluk in kleine dingen. De luxe verpakt in landschap, uitzicht en tijd voor elkaar. Vertellen en luisteren.

"Zag je hoe hard ik op die rode ging?"

"Waarom val jij om als je stilstaat?"

"’s Zomers staan hier koeien hè?"

"Cool, zo’n huisje meteen aan de piste."

"Hoe ziet de Matterhorn er eigenlijk uit? Heb ik die al gezien?"

"Dat paadje naar Hockenalp was echt avontuur hè. Is dat nou freeriden?"

Geen krant, geen tv. Slechts één uitdaging. De wifi is namelijk wel tot op de Lauchernalp doorgedrongen en nu komt het erop aan om die zoveel mogelijk te negeren. Anders is het plan om een paar dagen te schuilen voor alle ellende en ons te concentreren op wat zo mooi is aan het leven, alsnog mislukt. Eén ding helpt. Het eeuwenoude decor van door de zon geblakerde berghutten zet de geest terug in de tijd.

 

Wie ziet de Matterhorn
“Nee, nergens klinkt er opgewekt gejodel of coole r&b”

Aardrijkskunde
Vroeg op pad. De lift omhoog en kijken. De bergwereld ligt er in het ochtendlicht onaantastbaar mooi bij. De spieren opwarmen doe je hier op de bovenste pistes. Daar gaat vanaf het bergstation op de Hockenhorngrat (3.111 m) een blauwe superafdaling naar de Märwig (2.400 m). Dat is goed voor ruim 700 hoogtemeters bochten snijden.

Eenmaal opgewarmd kan het over rood of zwart verder omlaag naar de Lauchernalp (1.968 m). Dat tweede deel is, laten we het maar eerlijk zeggen, best hard werken. Zeker als je wat minder van het knallen bent en wat meer van het zorgeloos genieten. Maar iedereen die binnen zijn of haar eigen mogelijkheden van top to bottom gaat, staat met opgeblazen bovenbenen aan de finish. Dit is geen berg voor luie skiërs.

Over genieten gesproken. Direct aan de blauwe afdaling onder de Hockenhorn (3.293 m) bevindt zich een platform met uitzicht op de meesterlijke toppen van de Mischabelgruppe. Ja, dit is Zwitserland op z’n best. Een groots berglandschap dat je op dit formaat in geen enkel ander Alpenland ziet.

Tijd voor een minuutje aardrijkskundeles.

"Kijk jongens, daar staat de hoogste berg van Zwitserland."

"Ja, ik zie ‘m pap, dat is de Matterhorn hè."

"Ja, die berg daar is inderdaad de Matterhorn, maar die bedoel ik niet."

"De hoogste toch?"

"Klopt, maar dat is de Dufourspitze met 4.634 meter."

"Oh, wist ik niet …"

"En die daar is de Dom, met 4.545 meter de hoogste berg die helemaal in Zwitserland ligt, want de Dufourspitze hoort ook een beetje bij Italië."

 

“Wie hier vakantie wil houden moet offers brengen”
Auto blijft beneden, lift brengt je naar Lauchernalp

Zonder ballast
Hier boven op de Lauchernalp heerst een eigen sfeer. Een wereld van tientallen chalets - oud en nieuw - , wandelpaden en pistes. Liefdevol toegedekt door de winter. De auto is verplicht op de parkeerplaats in het dal achtergebleven en dat heeft gevolgen. Om te beginnen ziet de alp er zonder al dat blik een stuk mooier en fijner uit. Maar er is meer. Wie hier vakantie wil houden moet offers brengen. Geen koffers vol met modieuze truien, jassen en andere wintermode. Hoe lichter je reist, hoe liever. Er is alleen plaats voor essentiële zaken en ook daarmee verdwijnt er overbodige ballast.

Op de Lauchernalp wordt nog een probleem van de moderne maatschappij verholpen; het eindeloos keuzes moeten maken. Dat hoeft hier niet. Er zijn slechts zes liften, een handvol restaurants voor koffie en lunch en een winkel met levensmiddelen dat het assortiment heeft van een kruidenier uit 1958. Helaas niet met de prijzen uit die tijd.

De wereld wordt er lekker overzichtelijk van, waardoor de ‘problemen’ krimpen tot de kleur van de afdaling:

"Ik wil over rood."

"Ik over blauw."

"Nou, dan doen we ze toch allebei."

Moe word je hier vooral van de fysieke inspanning. Je krijgt weinig cadeau. Zo kunnen we onze favoriete stopplaats alleen via een zwarte piste of over een klimmend wandelpad bereiken: Berggasthaus Lauchernalp op 2.100 meter. Maar de beloning mag er zijn. Behalve een droomuitzicht op de bergketen die de zuidgrens van het Lötschental bepaalt, worden er naast Zwitserse specialiteiten ook sublieme pizza’s geserveerd.

En zo slijten we de dagen op de berg, nu we ons niet hoeven op te winden over files, werkdruk, koopkracht, politiek en milieu. Skiënd vooral. Of lopend naar de twee andere alpen op het plateau: Fischbiel (1.870 m) en Hockenalp (2.048 m). Daar echoot de stilte tussen de stokoude houten gevels.

 

“Meer dan negentig procent van het grondgebied van Blatten staat op de Werelderfgoedlijst”
Blatten, het dorp van de oude houten gevels.

Op bedevaart
Wakker worden. Veel sneeuw, weinig zicht. Het plan is snel gemaakt; laten we naar het dal gaan en een wandeling maken naar de Fafleralp. Deze klassieker voert dwars door het landschap dat op de Unesco Werelderfgoedlijst staat. De skipas is ook geldig in de bus, dus blijft de auto netjes op de parkeerplaats staan als we naar vertrekpunt Blatten gaan.

Een plaatje trouwens, dat Blatten. Meer dan negentig procent van het grondgebied van het dorp staat op de Werelderfgoedlijst. Een openluchtmuseum dat geen openluchtmuseum is, met een paar honderd oude houten chalets en schuren die er nog precies zo uitzien als een eeuw geleden.

Aan één van de chalets hangt een handgesneden houten masker, dat herinnert aan de belangrijkste culturele erfenis van het dal: de Tschäggätta. Dit zijn afschrikwekkende figuren die tijdens carnaval door de straten gaan. Een optocht van meer dan honderd Tschäggätta vertrekt dan vanuit Blatten en voert door Wiler, Kippel en Fender. Het gebruik herinnert aan de tijd dat de mensen hier sterk geloofden in mythes en natuurkrachten.

Wij lopen precies de andere kant op, nog verder naar het einde van het dal toe. Naar de plek die Charlie Chaplin beschreef als de mooiste op aarde. Zo ver willen we niet gaan, maar het winterlandschap langs het water van de Lonza is prachtig. Zelfs de kinderen – doorgaans meer geïnteresseerd in het gooien van sneeuwballen – verzuchten:

"Wat een woeste bergbeek."

"Zulke hoge bergen."

"Kijk die huisjes eens."

"Zou daar een kabouter in wonen?"

Halverwege de wandeling houden we pauze in het kleine bedevaartsoord Kühmatt met enkele chaletjes en een mooie kapel waar Maria-pelgrims graag komen. Tijd voor bezinning. Zo leren we dat het authentieke karakter van het Lötschental pijnlijk genoeg te danken is aan een geschiedenis van uitbuiting, onderdrukking en bittere armoede. Pas nadat de weg in 1954 tot Blatten werd doorgetrokken is daar langzaam verbetering in gekomen.

Kom, vlug verder stappen naar de beloofde koffie met huisgemaakte taart op de Fafleralp en dan terug.

 

Favoriet, de lange brede nummer 10

Dat je daar kunt skiën…
De Lauchernalp voelt inmiddels een beetje als thuis. De schoonheid die gisteren verhuld werd door een dik wolkendek, heeft vannacht een cadeauverpakking gekregen: verse sneeuw, heldere hemel. En nu de zon doorbreekt, laten de bergen zich in al hun glorie zien. De kinderen juichen op de eerste meters vanaf het bergstation:

"Wow, wat een fijne sneeuw!"

"Mijn bochten gaan vanzelf, mam, kijk."

Zoals altijd met vers gevallen sneeuw, veranderen de gladgestreken pistes op de eerste dag binnen een paar uur in bobbelterrein omdat de kristallen nog niet zo stevig in elkaar grijpen. Gelukkig ligt er ook direct naast de pistes nog genoeg voor iedereen. Samen met mijn jongste zoon neem ik een bescheiden route richting de Hockenalp, waar de eenvoudige hutten ’s zomers worden bewoond door boer en bezoeker.

De afdaling is precies goed. Niet te steil en voorzien van het decor zoals je je dat wenst; bergen, hogere bergen, nóg hogere bergen. Bochten maken, balans zoeken, bochten maken en landen bij de kapel voor een slok drinken uit de backcountry rugzak. Zittend tegen het warme hout kijken we naar de Bietschhorn (3.934 m) aan de overkant.

"Pap, dat zigzagspoor tegen die steile top, zijn dat bergbeklimmers?"

"Ja, dat zijn toerskiërs."

"Dat je daar kan skiën joh."

"Tja …"

Links bewonderen we nog even de Lötschenlücke-bergpas, waarachter de grote Aletsch-gletsjer ligt, de langste van de Alpen.

 

Ochtendzon valt door de ramen van de chalets

Sublieme sneeuw
Moe maar voldaan komen we ’s avonds thuis. Geluk in z’n eenvoudigste vorm. Samen soep eten aan de ronde tafel en het delen van onze belevenissen:

"Ik ging goed hè pap, over die steile rode?"

"Heb je mijn laatste jump gezien mam, die kwam het verste tot nu toe.’

Het is heerlijk om, zonder ruis van werk en actualiteit, alle tijd te hebben. En dat je daar gewoon mee kunt doen wat je wilt. Onderuit met een boek bij de houtkachel, kaarten met de kids, uit het raam kijken hoe de laatste zonnestralen de hoogste toppen aanlichten of om te luisteren naar alle verhalen van de dag. Over de apfelstrudel met ijs bij het Berghaus, de off-piste afdaling naar Stafel, de valpartij in de natuurlijke freeride speeltuin, de sublieme sneeuw op blauw …

Dan gaat jongste dochter plots rechtop zitten: "Hé pap, dat is gek."

Ik kijk haar vragend aan.

"We zijn hier nu al zo lang en hebben nog helemaal geen televisie gekeken. En ik weet niet of ze hier wel wifi hebben?"

Het laatste beetje twijfel is verdwenen: missie geslaagd.