Prättigau: De kleine dingen in het leven

Door Hans

In de schaduw van de Zwitserse topbestemmingen Davos en Klosters ligt het Prättigau, een verzameling eenvoudige dorpen. Een grotere tegenstelling met de mondaine skioorden is nauwelijks denkbaar: authentiek, puur, stil en met skigebiedjes waar plezier belangrijker is dan pistekilometers.

De allesoverheersende stilte wordt enkel doorbroken door het piepen van de sneeuw onder de schoenen. Ver draagt dat geluid niet. Het verdwijnt zachtjes in de witte deken die alle grenzen in het landschap heeft uitgegumd. Bossen, paden en weilanden gaan naadloos in elkaar over. Hoeken zijn verdwenen, alles is rond. Als het dal boven St. Antönien zich verderop wat opent is er plotseling een prachtig uitzicht: het Rätikonmassief met de 2.817 meter hoge Sulzfluh in het midden.

Het is wel duidelijk. Wie naar de Zwitserse streek Prättigau reist, doet zichzelf tekort als hij op de piste blijft. Dat kan prima maar de winterwereld is er juist daarbuiten op zijn mooist. De regio is dan ook een goed bewaard geheim bij toerskiërs en winterwandelaars die er prachtige dagtochten kunnen maken. Met af en toe een afdaling in een van de bescheiden skigebiedjes als Grüsch-Danusa en Fideriser Heuberge toe.

In vertrekpunt St. Antönien ligt slechts één lift, maar des te meer mogelijkheden zijn er rondom. Iets boven het dorp voert een smalle weg de oneindige bergwereld in. De sneeuw ligt een meter dik op de oude berghutten onder een knalblauwe hemel. Het is er stil. Doodstil. De populaire skipistes van Davos en Klosters bevinden zich hemelsbreed maar een handvol kilometers verderop, maar dit is een ander universum. Het wandelpad volgt de bergbeek omhoog. Langzaam. Zonder haast. Ergens daarboven wacht het doel: de alm Partnun met een handvol schuren, huisjes en het oude Berghotel Sulzfluh.

De zware houten deur kraakt open. Zoals binnen alles kraakt. Bijna 135 jaar geleden werd de oorspronkelijke boerderij tot hotel verbouwd. En zo gek veel is er sindsdien niet meer veranderd. Dus: petroleumlampen in de stube en geen elektriciteit en stromend water op de kamers. Daarvoor moet je in een nieuwe dependance zijn. Hier op 1.700 meter hoogte lijkt de gewone wereld lichtjaren weg.

Wat een heerlijke plek om uit te rusten na de tocht omhoog. De eeuwenoude houten balken, de kleine ramen, de antieke lampen, het knapperende hout in de kachel. Ondertussen vertelt uitbater Ernst smakelijke anekdotes. Onder meer over de tegendraadse Evali Walser die als vrouw - destijds zéér ongebruikelijk - het berghotel redde. En over zusterhotel Alpenrösli dat ooit een smokkelhol was op de grens van Zwitserland en Oostenrijk.

Langzaam druppelen er meer gasten binnen. Een eenzame wandelaar. Een groepje toerskiërs dat een kamer heeft geboekt en morgenochtend een tocht naar de omringende toppen gaat maken. Als het zachtjes begint te sneeuwen is het tijd voor de afdaling naar St. Antönien. Nu valt er nog te wandelen, maar als het pad straks is dicht gesneeuwd wordt het een onmogelijke expeditie.

Slee, sneeuwpop en iglo
St. Antönien. Een vlek op de kaart, maar ooit een belangrijker kuuroord dan Davos. De beau monde reisde er ’s zomers naar boven om zes weken te blijven. Gezonde lucht inademen. Van die glorietijd is weinig meer te zien. De twee grote kuurhotels zijn in de vorige eeuw afgebrand. Verdacht van een ‘warme renovatie’ zoals ze het hier noemen. Sindsdien is het op 1.450 meter hoogte gelegen dorp een bijna verborgen plek voor wintergenieters.

Met kleine kinderen kun je je best een dagje vermaken bij de plaatselijke Junkerlift, maar verder moet je het hier toch vooral hebben van de rust, het landschap en tochten zoals die naar Sulzfluh. Het was voor de Nederlandse Anja en haar toenmalige man Ludy de reden om naar St. Antönien te verhuizen. Klimmen in de zomer, toerskiën in de winter.

Toen Ludy in 2008 in een lawine om het leven kwam, zetten Anja en de kinderen hun droom voort. Sinds 2012 gesteund door nieuwe vriend John. “Na het ongeluk van Ludy ben ik hier geweldig opgevangen”, zegt Anja. “De gemeenschapszin is groot. Mensen helpen elkaar.”

Ze hebben één van de prachtige eeuwenoude boerderijen gerenoveerd en omgebouwd tot een sfeervol Bed & Breakfast. Er zijn drie kamers waarin maximaal vier, vijf en zes mensen kunnen slapen. Supergezellig is de wintertuin, ofwel de gezamenlijke huiskamer met houtkachel en luie stoelen. Vanaf de ontbijttafel kijk je er zo de bergwereld in.

“Het is hier ideaal om te toerskiën”, vertelt Anja. “Maar ook sneeuwschoenwandelen of met het gezin skiën bij de dorpslift of in het nabije Pany is leuk. En je kunt hier geweldig in de sneeuw spelen. Sleeën, sneeuwpoppen bouwen, een iglo … Je moet gewoon meer van winter in de bergen houden, dan van de gebruikelijke skisport.”

Hoewel St. Antönien niet meer zo geïsoleerd ligt als vroeger – een asfaltweg doet wonderen – zijn mensen er nog altijd sterk op elkaar aangewezen. En John zet die traditie voort en brengt zijn gasten ’s avonds als vanzelfsprekend naar het sfeervolle berggasthaus Michelshof met een driehonderd jaar oude stube, waar onder meer Bündner specialiteiten geserveerd worden zoals Semmelknödel en Capuns, groente, ham en kaas verpakt in deeg. Een energiebom voor de dag van morgen.

Koffie met uitzicht
Wie tevreden is met de natuur en de anderhalve afdaling bij de dorpslift, zit nergens beter dan in het kleine St. Antönien. En behalve naar de alm Partnun is er ook nog een winterwandeling naar de rustieke Bodenhütte aan de andere kant van het dorp. Voor wat meer uitdaging op de piste zijn er in het Prättigau enkele kleine skigebiedjes te vinden in bijvoorbeeld Fideris (15 km piste), Pany (7 km piste) en Grüsch-Danusa (32 km piste).

Vanuit St. Antönien is Pany niet ver, maar voor de andere gebieden moet je eerst de berg af naar het dal, met Jenaz als meest centraal gelegen dorp. Op het eerste oog is het niet meteen een plaatje, maar wie op zoek gaat naar het oude deel begrijpt de populariteit van het dorp als uitvalsbasis. De Fideriser Heuberge aan de ene kant (met een 12 km lange sleebaan) en Grüsch-Danusa aan de andere kant. Oh, en toch even een dagje kilometers maken in Davos Klosters kan natuurlijk ook. Beide liggen om de hoek.

Van de kleine skigebieden biedt Grüsch-Danusa de meeste mogelijkheden tussen pakweg 600 en 1.800 meter hoogte. Kortom: met 32 kilometer misschien niet groot, maar met een verval van 1.200 meter wel een garantie voor lange uitdagende afdalingen. Ter illustratie: in Amerika doen ze heel opgewonden over Jackson Hole omdat het 1.261 verticals heeft … America’s Nr. 1.

Met een modern dalstation en enkele actuele liften is Grüsch-Danusa weliswaar eenvoudig, maar wel voorzien van het nodige comfort. De verleiding is overigens groot om bij aankomst op de berg meteen aan te schuiven voor koffie met uitzicht op Gotschnagrat, Weissfluhgipfel en Mattlishorn. En op het fraaie plateau met wandelpad en langlaufloipe. Voor de mooiste zonsondergang kun je er desnoods blijven slapen.

Een fijne verrassing is het fraai gelegen kinderland. Tussen de bomen en voorzien van onder meer oefenhellingen, lopende band liften en spannende paadjes door het bos. Maar pas op hè. Grüsch-Danusa is géén gezapig skigebied. Het kan ook in één ruk vanaf de 1.800 meter hoge Schwänzelegg over zwart of rood naar het dal. Bijna uit elkaar knallende bovenbenen gegarandeerd. Vandaar de populariteit bij de plaatselijke bewoners.

Geen geheimen
Waar in het naburige Klosters en Davos de kosmopolitische ski-industrie regeert, daar heerst in Grüsch-Danusa de ongedwongen sfeer. Van skikleding tot materiaal. Maakt allemaal niet uit. Zolang je maar plezier hebt. Bovendien hoor je er voortdurend ‘Grüazi’, ‘Hai’ en ‘Hallo’. Bij de lift, op de piste, in het restaurant. Na een paar dagen komen steeds meer gezichten je bekend voor.  En dat is wederzijds: ‘Grüazi’, ‘Hai’, ‘Hallo’.

Met dertig centimeter verse sneeuw staan de gezichten in de lift vandaag unaniem op vrolijk. Een deel van de pistes is geprepareerd, een ander deel niet. De machines konden de dikke vlokken niet bijhouden en dat wordt vooral door de Einheimischen als een groot voordeel gezien. Onder de lift gaan enkele kids dwars door het bos omlaag. Ze kennen de weg en de kleine jumps. De lol staat met grote bochten in de sneeuw geschreven.

Eenmaal boven worden de mogelijke routes met alles en iedereen besproken. Geen first track stress, geen geheimen. Er is genoeg voor iedereen. Na een paar mooie cruiserondjes op de blauwe Danusa en Globipiste, valt de keuze op de zwarte Cavadura naar het dal. Terwijl de ski’s door de diepe sneeuw vliegen is er uitzicht op de toppen aan de overkant. Daar ergens ligt de fameuze Parsennafdaling, een off-piste traject dat in 1895 per toeval werd ontdekt door verdwaalde Engelse toeristen. Vanaf het Weissfluhjoch eindigden ze 12 kilometer verderop in Küblis.

Zoeken naar meer herkenningspunten, want ook St. Antönien met de alm Partnun moet daar ergens liggen. Kan het niet zien, kan het niet vinden. Des te beter, want zo hoort het ook met een goed bewaard geheim.

Extra info:
12 kilometer sleeën
Vanuit het kleine Fideris brengt een shuttlebus wintersporters naar een hoogte van 2.000 meter. Hier kun je voor vertrek nog wat eten of drinken bij twee Berggasthäuser en daarna 12 kilometer op het sleetje omlaag!

Slapen in St. Antönien
Hoewel St. Antönien klein is, zijn er prima overnachtingsmogelijkheden. Rustiek en familiair kan het bij de Nederlanders Anja en John van Herberge Ascharina. De drie kamers met keuken en woonkamer zijn ook in z’n geheel te boeken. Wie liever een tikje mountain chique heeft, gaat naar Berghotel Wanna. Oh, en voor de liefhebbers is er natuurlijk nog het oeroude Sulzfluh. Voor de meest authentieke ervaring ga je daar voor een kamer in het oude deel, zonder stroom, maar met kaarsjes naast het bed!

Grüsch-Danusa
Hoogte:        630 m – 1.800 m
Pistes:            32 km
Afstand vanaf Utrecht:    900 km.

Treinen kan met de City Night Line naar Zürich en vanaf daar verder naar één van de stations in het Prättigau. De postbus brengt je bergop (www.swisstravelsystem.ch). Zürich is natuurlijk ook met het vliegtuig bereikbaar.