Welke factoren bepalen wat voor soort skilift er wordt gebouwd?

Door Henri

Er zijn gigantisch veel verschillende liften en gondels. Het is leuk om te zien hoe skigebieden blijven investeren in nieuwe liften en gondels. Toch zijn er ook liften en 'eitjes' die verre van comfortabel zijn. Waarom kiezen skigebieden bijvoorbeeld voor een 6-persoons sta-gondel, terwijl een 6-persoons stoeltjeslift veel comfortabeler is. De vraag luidt dan ook:

Welke factoren bepalen wat voor soort lift er wordt gebouwd?’

Lengte
Er zijn inderdaad erg veel verschillende types skiliften en gondels. Als eerste is de lengte een belangrijk punt om te bepalen welke lift er wordt gebouwd. Er zijn maar weinig mensen die tegenwoordig zitten te wachten op een sleeplift van twee kilometer lang. Buiten de gletsjerskigebieden bestaan deze lange slepers daarom ook vrijwel niet meer. Wintersporters willen zeker bij langere afstanden liever in een stoeltjeslift of gondel zitten om zo de benen wat rust te gunnen. Wanneer er echt lange afstanden overbrugd moeten worden, gebruikt men daarvoor eigenlijk altijd een gondel.

Veiligheid
Veiligheid is natuurlijk ook erg belangrijk. Alle skiliften in de Alpen zijn van tevoren gekeurd en veilig verklaard, maar de laatste jaren wordt er ook steeds meer aandacht besteed aan het voor kinderen veiliger maken van met name stoeltjesliften. Denk hierbij aan een instap die verhoogd kan worden zodat kinderen gemakkelijk in kunnen stappen, een automatische sluitbeugel en een stang tussen de benen zodat ze niet onder de beugel door kunnen glijden.

Beschermd (natuur)gebied
Normaal gesproken probeert men altijd om een natuurgebied heen te bouwen, maar soms komt het voor dat skigebieden een lift willen bouwen die gedeeltelijk een beschermd gebied kruist. Natuurbeschermingsinstanties willen liften in zulke gebieden voorkomen of de impact ervan minimaliseren. In het geval dat er toch een lift gebouwd mag worden kan daarom gekozen worden voor een pendelbaan in plaats van een normale gondel of stoeltjeslift, waardoor men minder liftpalen hoeft te bouwen in eventueel beschermd natuurgebied. Een voorbeeld is de Piz Val Gronda in Ischgl, die als pendelbaan is gebouwd met slechts één liftpaal.

Beschikbaar geld
Een ander belangrijk punt is het geld wat men beschikbaar heeft om te investeren in een skilift. Logischerwijs is een sleeplift goedkoper dan een gondel. Bij wat beperktere middelen kiezen gebieden vaak voor een vastgeklemde stoeltjeslift in plaats van een snelle koppelbare stoeltjeslift. Hiermee wordt veel geld bespaard maar het betekent wel dat de lift slomer is. Een aantal gebieden gaat hiermee om financiële redenen misschien de fout in omdat een koppelbare stoeltjeslift wellicht een betere keuze was. Dit kan resulteren in een miskoop die uiteindelijk misschien alleen maar duurder zal uitpakken voor de eigenaren van een skigebied. Een mogelijk voorbeeld hiervan is de Osthangbahn in Neuastenberg. Wil Neuastenberg een verbinding met Winterberg aangaan, dan zal de vrij nieuwe Osthangbahn waarschijnlijk weer vervangen moeten worden omdat zowel het comfort als de capaciteit van deze vastgeklemde stoeltjeslift niet toereikend is voor de mensenmassa uit Winterberg.

Capaciteit
Daarmee komen we bij het derde punt: de benodigde capaciteit van een lift. Met name gondels vanuit het dal die de wintersporters naar het skigebied moeten brengen, hebben ’s ochtends te maken met een enorme stroom aan wintersporters die zo snel mogelijk naar boven moeten. Bij een lift met een lage capaciteit kunnen soms wachtrijen ontstaan van meer dan een uur. Om dit te voorkomen worden er steeds meer gondels vanuit het dal gebouwd met een enorme capaciteit (bijv. de Giggijochbahn in Sölden, Eisgratbahn in het Stubaital, Pardatschgratbahn in Ischgl). Een pendelbaan zal nooit zoveel capaciteit hebben als een 8-persoons stoeltjeslift of een 10-persoons gondel.

Als de lift helemaal in een uithoek ligt, er maar één piste naar de lift loopt of de bijbehorende pistes erg steil of smal zijn en dus maar weinig wintersporters kunnen verdragen, wordt nog weleens voor een wat goedkopere lift gekozen. De capaciteit van de lift hoeft bij deze omstandigheden gewoon niet zo hoog te zijn. Een eenvoudige (vastgeklemde) stoeltjeslift is vaak al voldoende.

Het terrein
Als de helling waarop de nieuwe lift moet staan erg steil is, er grote rotswanden overwonnen moeten worden of als er regelmatig lawinegevaar heerst zal er snel voor een 3S-gondel of pendelbaan worden gekozen. Deze twee lifttypes kunnen een groot spanveld (de afstand van liftpaal tot liftpaal) hebben, waardoor steile wanden gemakkelijk overbrugd kunnen worden. De nieuwe 3S-gondel naar de Klein Matterhorn in Zermatt is hier een goed voorbeeld van.

Een ander, niet zo voor de hand liggend, probleem kan een instabiele ondergrond zijn. De Moosfluhbahn in de Aletsch Arena in Zwitserland is daarvan een voorbeeld. De ondergrond heeft een enorme invloed gehad op de planning en de bouw van de lift, er was namelijk een innovatieve bouwwijze nodig om dit probleem op te lossen. De oorzaak van de instabiele ondergrond is te wijten aan het terugtrekken van de gigantische Aletschgletsjer, waardoor de grond onder de Moosfluhbahn langzaam maar zeker richting noordwesten beweegt. Naar verwachting bedraagt de verschuiving 11 meter in horizontale richting en 9 meter in verticale richting binnen 25 jaar. Doppelmayr/Garaventa heeft met een aantal andere bedrijven uiteindelijk een concept bedacht waarbij het gehele bergstation de bodemverzakking kan opvangen. Door middel van hydraulische persen wordt het bergstation automatisch gebalanceerd. Het is dus duidelijk dat op deze plek niet zomaar elke lift gebouwd kon worden. Een goed uitgewerkt plan was een vereiste.

Windgevoeligheid
Dit is misschien wel het belangrijkste aspect bij de keuze van een lift. In windgevoelige gebieden moeten vanzelfsprekend liften worden gebouwd die beter tegen de wind kunnen. Op windgevoelige plekken worden er vaak dubbele klemmen gebruikt. Voorbeelden hiervan zijn de ‘Gletscherbussen’ van de Hintertuxer Gletscher en de ‘Péclet’ funitel in Val Thorens. Dit type gondel (funitel) wordt echter sinds de komst van de 3S-gondel niet meer geproduceerd. De allerlaatste funitel is in 2012 in Jasná (Slowakije) naar de top van de Chopok gebouwd. Een 3S-gondel en pendelbaan zijn voorbeelden van liften die erg stabiel zijn en goed tegen de wind bestand zijn. Met name het eerstgenoemde type stijgt de laatste jaren in populariteit.

Wie gaat gebruik maken van de lift?
Voor liften die alleen wintersporters vervoeren wordt er tegenwoordig vrijwel altijd een (koppelbare) stoeltjeslift gebouwd, eventueel met de moderne uitrusting van een kap, automatisch sluitende beugels en dergelijke. Gaat een lift ook in de zomer gebruikt worden door bijvoorbeeld voetgangers of mountainbikers, dan kiest men sneller voor een gondel.

De meeste sleepliften worden tegenwoordig alleen gebouwd bij een oefenpiste of een kinderland. Echte nieuwe liftontsluitingen met een sleeplift komen daarom zelden meer voor, enkele uitzonderingen daargelaten. Een sleeplift heeft als voordeel dat ze goedkoop zijn en makkelijk en snel te bouwen.

Onderhoudskosten
Latere kosten voor onderhoud zijn ook bepalend voor de keuze van een lift. Je kunt natuurlijk wel een mooie dure lift kopen, maar je moet er rekening mee houden dat er naast de aanschafkosten ook nog onderhoudskosten bij komen. In de jaren erna moeten ze onderhouden worden wat stiekem toch veel geld gaat kosten. Daarnaast heeft een sleeplift het voordeel dat men geen hoog geschoold personeel nodig heeft. Bij een moderne koppelbare stoeltjeslift heb je gekwalificeerd personeel met uitgebreide technische kennis nodig om hem te kunnen besturen.

Wensen van een skigebied
Als laatste kun je nog zeggen dat het ene skigebied niet de andere is. Verschillende visies kunnen leiden tot verschillende keuzes voor liften op een wellicht vergelijkbaar terrein. Het ene skigebied kan de voorkeur geven aan een gondel, terwijl de andere toch liever voor een stoeltjeslift gaat.