Waarom is een skipas zo duur?

Door Rogier

Skipassen zijn een flinke kostenpost tijdens een wintersportvakantie. Prijzen van meer dan 40 euro per dag zijn niet raar. Betaal je minder dan 20 euro mag je blij zijn met één oud sleepliftje. Als je bedenkt dat aardig wat skigebieden amper winstgevend zijn is snel de vraag gesteld waarom skipassen zo ontzettend duur zijn.

Hoe wordt de prijs bepaald?
Skigebieden stellen elk jaar hun prijzen vast. Dit is, zoals in elke vrije economie, een spel van vraag en aanbod. Nu hebben skigebieden wel het voordeel dat ze ongeveer weten hoeveel ski-dagen ze per jaar verkopen. Dus delen ze de kosten om het skigebied draaiend te houden door het aantal (verwachte) verkochte skipassen. Natuurlijk let men wel op de prijzen van concurrentie om zichzelf niet uit de markt te prijzen. Zeker kleine gebieden verkopen regelmatig skipassen onder de werkelijke kostprijs. Maar hoe is een skipasprijs opgebouwd?

Personeel
De grootste kostenpost is het personeel. Om een skigebied draaiend te houden heb je in de winter enorm veel personeel nodig. Gemiddeld gaat 30% van de skipasprijs naar het personeel. Hoe kleiner het gebied hoe groter de aandeel salariskosten is omdat er relatief meer personeel nodig is. Denk aan pisteurs, lawinedeskundigen, electriciëns, pistebullychauffeurs, cassieres, liftpersoneel en skipascontroleurs. In een gebied als Tignes werken in de winter meer dan 500 mensen dag en nacht voor het skigebied.

Liften en grote investeringen
Een loskoppelbare stoeltjeslift met zes plaatsen kost ongeveer 6 a 7 miljoen euro. Deze prijzen zijn afgelopen jaren sky-high gegaan. Nieuwe liften zijn de laatste jaren zo’n 80% duurder geworden. Dit komt vooral omdat er eigenlijk geen goedkope liften meer worden aangeschaft door de skigebieden. Snelle liften zijn de norm. Cabineliften worden misschien minder vaak vervangen maar ook deze zijn een flinke kostenpost door het dure onderhoud.

Groot onderhoud van één lift kost al snel meer dan 200.000 euro. Vorig jaar kostte het vervangen van één van de kabels van de lift in La Grave niet minder dan 460.000 euro. Een grote lift is voor veel gebieden pas afbetaald na 25 jaar, maar tegen die tijd willen de klanten alweer lang een nieuwere lift. Veel liften worden dus vroeg vervangen wat de kosten alleen maar opdrijft. Hiernaast zijn er ook andere kostenposten zoals het graven van waterreservoirs en de aanleg van eventuele nieuwe pistes. Dit alles slokt zeker zo’n 20 % van je skipas op.

Oostenrijk duurder dan Frankrijk
Per kilometer piste zijn de skipassen in Oostenrijk duurder dan in Frankrijk, maar dat is ook terug te zien in de infrastructuur. In Oostenrijk zijn de liften nieuwer, sneller en luxer. Zo investeerden de Franse skigebieden vorig jaar voor 300 miljoen euro in nieuwe liften, in Oostenrijk was dat bedrag met 550 miljoen bijna twee keer zo groot. In Oostenrijk vragen investeerders over het algemeen minder winstuitkering dan in Frankrijk, en investeert men steeds meer en opnieuw.

Kunstsneeuw
Ooit heette sneeuw het witte goud. Sneeuw was gratis en leverde veel inkomsten op maar tegenwoordig kost sneeuw geld. Elk skigebied wil als eerste open en de skigebieden hebben dit graag zelf in de hand. Vanaf november staan de sneeuwkanonnen dus te blazen om de concurrentie met andere gebieden aan te kunnen. Kunstsneeuw is duur. Met een prijs van ongeveer €2,50 per kubieke meter is sneeuw een enorme kostenpost. Kunstsneeuw slokt makkelijk 10% van je skipas op. Grotere gebieden betalen relatief iets minder voor kunstsneeuw. Dit is aardig wat geld, maar het was een aantal jaar geleden nog veel meer. Het energieverbruik is door verbeterde technieken aardig gezakt. Gelukkig maar, anders werd een skipas nog duurder.

Materieel
Naast sneeuwkanonnen en liften ben je er nog niet. Stevige vierwiel-aangedreven pick-ups, pistenbully's, sneeuwscooters, inzet van helikopters, graafmachines en allerlei ander materieel is niet goedkoop. Vaak worden deze machines geleased of met een lening gekocht. Elk skigebied moet dit materiaal voorhanden hebben, anders kan het personeel niet werken. Het aandeel van deze kosten ligt rond de 17%.

Overige kosten
Personeel, liften, kunstsneeuw en materieel zijn dus de grootste kostenposten van een skigebied. Daarnaast gaat er natuurlijk geld naar zogenaamd klein onderhoud van een skigebied. Denk hierbij aan veiligheidsmatten, netten, kleine aanpassingen en het onderhoud van skipistes. Tel daarbij op de kosten voor reclame (VVV), administratie en andere overhead en natuurlijk betalen skigebieden ook belasting. Al deze overige kosten liggen rond de 23%.

Winst
Als er na al deze kosten nog geld overblijft maakt een skigebied winst. Deze kan verdeeld worden onder de eigenaren / aandeelhouders of opnieuw worden geïnvesteerd. Het zijn voornamelijk de grotere en sterke privé-skigebieden die winst draaien. Maar ook zonder winst en zelfs met verlies worden skigebieden draaiende gehouden vanwege de werkgelegenheid.

Geen winst
Bij kleinere skigebieden is er zelden winst en regelmatig duiken deze in de rode cijfers. Dan moet de overheid bijspringen om de boel in de lucht te houden. De reden dat subsidies of rentevrije leningen worden verschaft is dat het goedkoper is een skigebied draaiende te houden dan uitkeringen te moeten betalen. Want als een skigebied stilvalt zijn het niet alleen de werknemers van het skigebied die thuis komen te zitten maar ook de hoteliers, winkeliers, appartementverhuurders, schoonmakers en het restaurantpersoneel. Sterker nog, veel beroepen in een bergdal bestaan slechts dankzij de skigebieden. Als een skigebied de liften sluit valt de lokale economie soms helemaal stil. Bedenk hierbij dat elke toerist per euro die hij aan de skipas uitgeeft 6 euro aan andere diensten of producten besteedt. Hierdoor betalen inwoners van kleine gebieden vaak graag zelfs wat extra belasting om hun broodwinning veilig te stellen.