Column: Mijn dochter en de skileraar

Door Ruud

Voor de zoveelste keer tuur ik uit het keukenraam van ons appartement in de richting van de pistes waar de bully’s in het donker hun werk doen. Ik begin me nu zo langzamerhand wel zorgen te maken. Mijn 17 jarige dochter is samen met een skileraar vanaf het middenstation te voet in het donker naar het dal gaan lopen en heeft al tijden niks van zich laten horen.

Nog een drankje doen
Ik ging samen met mijn dochter bij het middenstation de jongste ophalen van de skiles. Op het moment dat we naar het dal gingen skiën, meldde mijn dochter opvallend nonchalant dat ze nog even boven blijft om wat te drinken met Diederik, de skileraar van mijn jongste, in het pistebarretje, waar de skileraren een afzakker nemen na de lessen. Ik voelde me overvallen door dit plan, maar de jongste van 10 was al begonnen aan de afdaling, dus ik zette af en skiede achter hem aan, terwijl mijn dochter iets te vrolijk “tot straks, pap!” riep. “Ach, ze is geen twaalf meer, ze kan snowboarden als de beste en het is één lange piste naar beneden, die vindt het wel alleen” dacht ik sussend. Toen we beneden waren en van de ski’s stapten, meldde mijn jongste doodleuk dat hij vond dat zijn zus overdreef, met haar “verliefde gedoe”. Ik zag ineens de boomlange blonde Diederik voor me in zijn rode skipak, met zijn vlotte babbel en zijn Gooise “R”. Ik had mijn ogen in mijn zak gehad, besefte ik. 

Beantwoord die telefoon nou toch eens!
Toen we in het appartement kwamen, belde ik voor de zekerheid toch even met haar, om haar op het hart te drukken niet te lang te blijven hangen en zeker niet met een drank op af te dalen. “Neem de gondel maar naar beneden”, had ik haar willen vertellen. Had willen vertellen, want ze nam natuurlijk mooi niet op. “Waarom nemen ze toch nooit de telefoon op als ze zien dat hun ouders bellen?” dacht ik geïrriteerd. Ik vroeg de telefoon van de oudste en belde haar met zijn toestel. Bingo…”Hee , pap, ben jij het?” had het verbaasd geklonken aan de andere kant. En nee, natuurlijk kwam ze zó; ze nam samen met Diederik de laatste lift naar beneden. Ik moest me vooral geen zorgen maken, Diederik ging op haar letten. “Bah”, had ik gedacht bij het verbreken van de verbinding. “ik heb nu al een hekel aan die jongen”. En mijn hekel werd groter toen bleek dat ze helemaal niet uit de laatste gondel kwamen. Wat spookten ze toch uit? Ik sms-te en kreeg pas na een uur antwoord: geen zorgen, alles goed, zó gezellig, ze deden nog een drankje en kwamen dan naar beneden skiën. 

Vreselijke visioenen
Mijn kookpunt begon te naderen: in de schemer naar beneden?, langs de bully’s die inmiddels waren uitgerukt? Met bier op? “Ach, pap”, zei de oudste, “Diederik troost haar wel als ze valt”. Ik maakte ondertussen de maaltijd, steeds bozer wordend. Ik belde en sms-te, maar er kwam geen reactie. Ik werd inmiddels echt boos. Toen zoemde de telefoon; dochterlief, die poeslief sms-te dat ze een berichtje had gekregen van haar grote broer dat ze mij moest bellen; “ik begrijp dat je aan het flippen was”, stelde ze luchtig vast. Helemaal onnodig natuurlijk, Diederik had het onverantwoordelijk gevonden om te gaan skiën, dus ze waren gaan lopen. Einde boodschap. Ik berichtte vinnig terug: ”lopen?? De hele piste af??” Na een kwartier kwam er antwoord: “Nee, hoor; Diederik wist een leuk bospad en dat doen we nu, gaat goed, hoor. We pauzeren regelmatig” Ik kreeg de vreselijkste visioenen, mijn bord pasta opzij schuivend. De jongens zwijgen inmiddels wijselijk. En mijn echtgenote kan ook al geen relativerende opmerking maken, die zit thuis in Nederland.

Alleen met de kinderen
Het was namelijk al een vreemde vakantie; ik ben alleen met onze drie kinderen naar Oostenrijk gereden omdat mijn echtgenote thuis in een rolstoel zit met een been in het gips. Ze is vlak voor de vakantie van een bureaustoel gevallen toen ze de lamellen van de luxaflex recht wilde hangen en heeft daarbij haar scheen- èn kuitbeen gebroken. Het plan was dat we gewoon op vakantie zouden gaan en ze zich met een stapel boeken en films bij de open haard zou vermaken. Maar een paar dagen voor vertrek gaf ze toe dat ze tegen de reis en het verblijf toch erg opzag. Vrienden van ons boden spontaan aan een paar dagen voor haar te zorgen om de rest van het skiverslaafde gezin in staat te stellen toch een paar dagen te gaan. Zo gezegd, zo gedaan. We vertrokken op zondag en rijden vrijdag weer terug. Ik vind het nog best een hele verantwoording, alleen met drie kinderen. Mijn fantasie slaat op hol: “Straks doet die Diederik mijn dochter wat aan en dan zit ik hier met die kids”.

Hè, hè
Om half negen gaat de deur open. Dochterlief stapt onschuldig glimlachend maar met rode wangen binnen, snowboard onder de arm. Ik vaar tegen haar uit en stap de hal in om die Diederik eens de waarheid te vertellen. “We hebben beneden al afscheid genomen pap, hij had nog andere afspraken”, meldt mijn dapper vrolijk blijven kijkende dochter. Ze ziet dat het menens is met mijn woede en probeert een andere strategie; die van de redelijkheid en de verontschuldiging: Natuurlijk, ze snapt dat ik me erg ongerust had gemaakt en ze had het zo niet moeten doen; duizendmaal sorry. Ze zal nooit meer zoiets doen en er is verder niks gebeurd. Sorry, Sorry. Ik schep een bord pasta op en ga bij haar zitten. We hebben een goed gesprek. De woede zakt en het wederzijdse begrip stijgt. We geven een knuffel en ik raad haar aan maar lekker te gaan douchen en te gaan chillen. Ik kruip met een boek op de bank, doe dan een spelletje met de oudste en stop de jongste lekker in. 

Sonnhof
Als ik om half elf blokjes kaas sta te snijden voor bij mijn glas wijn, gaat de deur van de keuken open; dochterlief meldt zich, fris gedoucht in een kek rokje en een mooi topje. Ik kijk haar verbaasd aan. “Pahap?”, klinkt het vragend, “de skileraren gaan ’s avonds met de jongens van het dorp in de bar van Sonnhof een drankje doen. Er wordt ook gedanst. Ik ben uitgenodigd. Leuk hè? Toe, mag ik? Please. please, please?“ 

Drie keer raden wat ik zei…..