5 tips voor een goede wintersportfoto

Door Rogier

's Winter in de bergen is alles mooi! Dus klik je wat weg met je camera. Als herinnering, om thuis aan de muur te hangen of om via social media vrienden en kennissen jaloers te maken. Maar helaas vallen de gemaakte foto’s nog weleens tegen. De sneeuw is te wit of te blauw, de actie blijkt niet zo spectaculair of de foto heeft het gewoon ‘net niet’. Dat is jammer. Daarom geef ik graag vijf tips waarmee je foto’s gegarandeerd een stuk beter worden.

1. Wat wil je laten zien?
De belangrijkste eis aan een foto is, is dat deze iets laat zien. Dus stel jezelf als fotograaf altijd de vraag wát je wilt laten zien. En als je de foto eenmaal gemaakt hebt, wees dan ook streng. Wil iemand anders dan jij, je moeder of je partner, deze foto ook zien? Zal een onbekend persoon die er niet bij was de foto ook mooi vinden? Als je hier ja op kunt antwoorden, heb je een goede foto. Om dit soort foto’s te maken is het van belang dat je veel ervaring opdoet en erg streng bent naar jezelf. Neem dus altijd een camera mee en maak foto’s. Bekijk wat werkt en wat niet, je kunt niet zonder ervaring opeens een goede wintersportfotograaf worden. Neem je camera dus ook in de zomer mee en leer om precies op beeld te zetten wat je wilt laten zien. Dus actie, een detail, het landschap…?

2. Zorg dat je onderwerp eruitspringt
Als je over de eerste vraag hebt nagedacht weet je wat je onderwerp is. Dan is het nu zaak om je onderwerp duidelijk in beeld te brengen. Vaak betekent dit het onderwerp naar je "toe trekken". Dus foto’s met een telelens, of ga dichtbij het onderwerp staan. Veel foto’s mislukken omdat niet duidelijk genoeg is wat het onderwerp is. Een foto van iemand op 50 meter afstand op een piste is zelden een duidelijke foto. En let bij landschapsfotografie op storende elementen. Een pistebordje, een slecht geparkeerde auto of een schoorsteen kan een mooie foto verpesten. Je moet er met je compositie voor zorgen dat het duidelijk wordt wat het onderwerp precies is. Bekijk onderstaande voorbeelden.

3. Compositie: The rule of thirds
De Rule of Thirds, of op zijn Nederlands de regel van derden, is misschien wel de belangrijkste regel in de fotografie. Deze regel word al eeuwenlang toegepast door wereldberoemde kunstenaars en schilders en daarna natuurlijk ook door fotografen. Deze regel zegt dat we een foto in 9 gelijkmatige vlakken moeten verdelen en dat het onderwerp langs een van de lijnen of op de kruisingen ervan moet liggen. Hierdoor krijgt een foto meer spanning, energie en is het bekijken van het beeld interessanter. De belangrijkste drijfveer van deze Rule of Thirds is dat je het onderwerp niet in het midden van de foto plaatst. Dat geeft over het algemeen namelijk een saai en weinig interessant beeld. 

Deze regel geldt voor landschapsfotografie maar ook zeker voor sportfotografie. Bij sportfotografie wordt er over het algemeen voor gekozen om de vlakte voor de sporter open te laten zodat je ziet waar het onderwerp heen gaat. Bij wintersport kun je er ook juist voor kiezen om het spoor achter de skiër of boarder zichtbaar te houden.

4. Scherpte
Een goede foto moet scherp zijn! Om ervoor te zorgen dat je foto’s altijd goed scherp zijn is het van belang om te weten hoe en waarom sommige foto’s onscherp zijn. Er zijn twee redenen waarom een foto onscherp kan zijn: verkeerde scherptediepte of bewegingsonscherpte.

Verkeerde scherptediepte
Scherptediepte is een term die in de fotografie veel gebruikt wordt. Scherptediepte is de afstand tussen de dichtstbijzijnde en verste punten die scherp worden afgebeeld. Deze afstand wordt beïnvloed door de kwaliteit en het type van de lens, de maat van de sensor en de gebruikte diagfragma-opening. Bij portretten en artistieke foto’s is een mooie onscherpe voorgrond, een scherp onderwerp en een mooie onscherpe achtergrond (Bokeh) geweldig. Ook een scherpe skiër met een onscherp chalet-dorpje op de achtergrond kan erg mooi zijn, maar over het algemeen willen we met wintersport een zo scherp mogelijke foto. Bedenk hierbij dat hoe kleiner de sensor is, hoe groter de scherptediepte (telefoons en compact camera’s maken foto’s die over het geheel scherp zijn). Schiet je met een systeemcamera of spiegelreflex dan zorgt een kleinere diafragma opening (groter getal) ook voor een groter scherptebereik. Zorg er bij dit alles natuurlijk voor dat je de camera scherpstelt op de plek waar het onderwerp is.

Bewegingsonscherpte
Bij actiefoto’s loert er een ander gevaar en dat is bewegingsonscherpte. Deze onscherpte ontstaat als het onderwerp (of de camera) beweegt terwijl de sensor het beeld opneemt. Hoe korter de sluitertijd, hoe minder kans je hebt op bewegingsonscherpte, en hoe sneller de foto’s dus gemaakt wordt. Zeker in de schaduw en met een kleine diafragma-opening willen camera's wel eens wat te lang openstaan om een foto scherp te houden. Ook als een skiër of boarder erg dichtbij langskomt moet je een snellere sluitertijd kiezen dan wanneer het onderwerp verder weg is. Als er te weinig licht is om een snelle sluitertijd te kunnen gebruiken dan kun je ervoor kiezen de iso-waardes wat omhoog te brengen. Hiermee verhoog je ook de gevoeligheid van je sensor. Bij snelle skifoto’s kies ik sluitertijden van minimaal 1/1000 om deze scherp te houden. Als ik met erg brede groothoeklenzen waar het onderwerp erg dicht langskomt werk dan kies ik nog snellere sluitertijden.

5. Witbalans en onder/overbelichten
In de sneeuw wil je camera nog wel eens problemen met de witbalans geven. Je weet wel: van die veel te blauwe of te gele foto’s. Veel camera’s doen dat tegenwoordig steeds beter, maar toch is het verstandig om van tevoren een testfoto te maken om te kijken hoe je camera de omgeving ziet. Afhankelijk daarvan kun je de witbalans instellen om betere kleuren te krijgen. Ook zit er op veel camera’s een +/- knop die in stappen van 0,3 - 0,7 - 1 is in te stellen. Als je foto’s te donker vindt dan stel je de camera in op +0,3 of +0,7. Als de foto’s te overbelicht zijn kun je deze juist naar beneden afstellen. In de sneeuw gebruik ik deze functie vrij vaak! Speel hiermee. Ben je niet zeker van deze instellingen en vind je achter de computer zitten leuk? Dan kun je foto’s schieten in RAW en kun je deze belichtingscorrectie en witbalans in programma’s als Lightroom nog aanpassen. Vind je computeren niets? Schiet dan je foto’s in JPEG.

Tot slot, de camera
Een goede camera is geen garantie voor een goede foto. Maar slechte camera’s maken je het niet makkelijker. Een goede camera voor een wintersportfotograaf moet een snelle autofocus hebben, klein zijn en makkelijk te gebruiken zijn met wanten of handschoenen aan. Zelf kies ik de laatste jaren steeds vaker voor kleinere systeemcamera’s omdat deze eenvoudig te pakken zijn, licht zijn, en met kleine lenzen soms zelfs in de zak van mijn jas passen. Maar nogmaals, het is niet de camera die de foto maakt! Ik ken foto’s die met telefoons gemaakt zijn die zo op de cover van een tijdschrift kunnen.