Toerskiën met kou, storm en bevroren vingers

Door Rogier

Jaren geleden koos ik van alle bergdalen het Vallouise-dal als mijn woonplaats. Hoog boven dit dal staat de machtige Mont Pelvoux (3946 meter). Dat ik deze berg een keer zou skiën was een kwestie van tijd. Maar dat het zo’n enorm avontuur zou worden dat had ik niet verwacht. Eind vorige winter was het zover, en nu de winter er weer aankomt neem ik jullie graag mee in van de meest indrukwekkende skitochten die ik afgelopen seizoen heb gemaakt.

Indrukwekkende berg
De Mont Pelvoux is een enorme rotsklomp. Deze berg is uit heel veel skigebieden te zien, onder andere vanuit Alpe d’Huez, Les Menuires, Serre Chevalier, Vars Risoul en ::Via Lattea. De Mont Pelvoux is vanuit de directe omgeving zo indrukwekkend dat men lange tijd dacht dat dit de hoogste berg van het gehele massief was. Bij de eerste beklimming bleek echter dat de Barre des Ecrins hoger was. De Pelvoux is tegenwoordig een echte klassieker voor alpinisten. In de zomer is dit een serieuze onderneming. De klim is lang maar voor getrainde alpinisten is het nergens echt moeilijk. In de winter is het een ander verhaal. Want waar je in de zomer de moeilijkste en gevaarlijkste passages omzeilt door een steile rotswand te abseilen, daar ski je in de winter midden door de heftigste zones heen!

Jarenlange droom
Vanaf de skigebieden waar ik het meeste ski zie ik de Pelvoux elke dag. Overal waar ik ben kijkt deze top op mij neer. Nadat ik de berg in de zomer al meerdere keren via verschillende routes had beklommen moest het er een keer van komen. Sinds vorig seizoen is de Pelvoux hut ook in het voorjaar geopend, wat de logistiek een stuk makkelijker maakt. Aan het eind van vorige winter besloten we het er met een groep skivrienden op te wagen.

Skigebieden al gesloten
De condities voor dit soort hoog alpiene skitochten zijn vaak op hun best als de skigebieden allang gesloten zijn. Pas in het late voorjaar is de sneeuw nat genoeg om op deze hoogste toppen te blijven plakken. Ook zijn de temperaturen over het algemeen wat aangenamer. Zo vertrokken we dit jaar eind april richting de Pelvoux.

Klim naar de sneeuw
In het dal lag geen sneeuw meer. Dus de eerste meters liepen we met al ons materiaal op de rug omhoog. Dat betekende zware rugzakken. In het dal was het voorjaar. Bloemetjes, fel roze knoppen in de lariksen en groen gras. De klim met de zware rugzakken is zoals altijd te lang. We waren dan ook blij toen de ski’s eindelijk onder de voeten konden. Met onze toerski’s klommen we in de warme voorjaarszon naar de hut. Eenmaal in de hut aangekomen werden we verwelkomt door Damien, de vriendelijke en praatgrage huttenwaard. Een goede maaltijd, lekkere taart en wat meegenomen worst, een lekker biertje en genieten van het uitzicht. Een middag in een berghut gaat altijd te snel voorbij.

Kou en wind
Toen we omhoog klommen wisten we al dat het kouder weer zou worden, en dat er een kans was op flinke wind. We hoopten echter dat dit mee zou vallen. Helaas bleek de weersverwachting ’s avonds in de berghut nog heftiger dan verwacht. Het zou koud worden, heel koud. En het zou waaien, nee stormen. Omdat we toch in de hut waren besloten we het erop te wagen. We zouden altijd kunnen afdalen als het weer te bar zou zijn. 

De klim
’s Ochtends vroeg, om 3:30 om precies te zijn biepten onze hoogtemeterhorloges ons uit de slaap. Het was tijd om de berg op te gaan. De reden dat wij zo vroeg de berg op moesten heeft te maken een zeer gevaarlijke traverse boven rotsen aan het einde van de route. Mocht deze traverse te warm worden dan is een veilige doorgang zo goed als onmogelijk. Om 4:00 stapten we de bittere kou in. Bij de hut wees de thermometer -15 aan. En aan het gedonder en geraas te horen stormde het op de top van de berg. Gelukkig begon de klim in de luwte.

Keiharde sneeuw
Door de kou was de sneeuw keihard opgevroren. Dat betekende dat de stijgijzers niet uitgingen in de steile hellingen boven de hut. De ski’s bleven op de rug. Rustig en gestaag klommen we naar boven. Het enig geluid waren onze stijgijzers die de harde sneeuw in werden getrapt. En af en toe het geraas van de wind een ruime duizend meter boven ons. Niet ver boven de hut moesten we door een kloof heen klimmen welke bekend staat om de ijsslag. Regelmatig storten hier grote ijsblokken van de gletsjer naar beneden. 

Terwijl we hier doorheen klommen hoorde we opeens een harde knal gevolgd door een gerommel. Het rustige klimmen was over. We renden door de kloof heen. Net toen we allemaal veilig aan de zijkant stonden gleed een flinke lawine vol met brokken ijs naar beneden. Trillend op onze benen keken we lacherig naar die brokken ijs. Dat scheelde niet veel.

Kou, maar toch door
Na deze passage vielen de objectieve gevaren tijdens de klim mee. We mochten alleen niet vallen op deze harde sneeuw. Het werd steeds kouder. Door de storm op de top van de berg kregen we regelmatig een sluffs (kleine poedersneeuwlawines) over ons heen. Voordat we aan de laatste, het steilste stuk, van de klim begonnen trok ik al mijn donskleren aan die ik mee had. Nog steeds had ik het koud. Bij een snelle rondvraag bleek dat iedereen het koud had, maar het was ook draaglijk voor iedereen. Iedereen wilde door naar boven.

De klim door het zogenaamde Coolidge couloir ging snel en we werden getrakteerd op een geweldig zonsopkomst. De lucht kleurde roze, oranje en fel-rood. De sneeuw was fijn. In de luwte van de berg leek er geen vuiltje aan de lucht. Het bleef alleen zo ontzettend koud. 

Extreme kou! 
Eenmaal boven het couloir bleek waar we al bang voor waren, het stormde als een gek. Liggend op de sneeuw maakte we ons materiaal klaar voor de afdaling. Want we besloten, nu we op de top waren, door te gaan. De eerste meters van de afdaling waren echt belachelijk koud. Een snelle rekensom leerde dat de gemeten -25° samen met de 80 km per uur wind een windchill opleverde van maar liefst ongeveer -45°. De wind maakte dat we amper vooruit kwamen. Ik was zelfs even bang dat de vederlichte Sandra de andere kant van de berg afgeblazen zou worden. Gelukkig werd de helling snel steiler en begon het steeds meer op skiën te lijken. We konden lekker bochten draaien. De eerste paar honderd meter gingen snel. Hoe lager we kwamen hoe dragelijker de temperatuur en hoe minder de wind ons parten speelden. Alles ging perfect en we kwamen bij de seraczone aan. Een zone vol met ijstorens waar we al skiënd doorheen moesten laveren. Indrukwekkend, steil en gevaarlijk. We mochten geen seconde verliezen want deze torens kunnen zonder waarschuwing instorten. 

Smal en steil couloir
Zonder fouten te maken skieden we één voor één door een smal couloir tussen een immense muur van ijs en een rotsmuur. De helling werd zeer steil. De omgeving maakte duidelijk dat we ons geen illusie zouden hoeven maken. Een val zou hier dodelijk zijn. Vlak boven de overhangende muur was een luchtige traverse om in veiliger terrein te komen. Eén voor één schoten we over deze passage die bestond uit slechte sneeuw en oud gletsjerijs. Deze traverse tikte tegen de 50° aan. Fouten maken was verboden. Ik gleed na Sandra als voorlaatste over deze traverse en eenmaal in het veilige terrein zag ik hoe Claude op zijn snowboard als laatste over dit stuk traverseerde. En toen…

Opeens hield zijn staalkant niet meer. 

Een korte gil.

We zagen Claude uitglijden en vallen. Sandra stond naast me en gilde ‘Nee, Claude….’

Met een beweging van wanhoop sloeg hij een ijsbijl in het ijs. Deze hield. Zijn snowboard bungelde in de afgrond en hij hing aan zijn ijsbijl. Ik riep dat hij rustig moest blijven. Met de moed der wanhoop lukte het hem om zijn snowboard weer in de sneeuw te krijgen, maar dit was letterlijk enkele centimeters boven de afgrond. Hij kon geen kant meer op. Naar ons toe proberen te glijden was te gevaarlijk, en blijven hangen was ook niet echt een optie.

Reddingsactie
Snel klikte ik mijn ski’s uit en mijn stijgijzers onder. Met twee ijsbijlen klom ik omhoog naar een van de ijstorens om daar met een ijsboor een goede standplaats te maken. Ik probeerde zo snel mogelijk te werken, maar er mochten geen fouten gemaakt worden. Nadat ik het touw aan het ijs bevestigd had klom ik veilig naar Claude toe. Ik maakte hem aan het touw vast. Door de kracht die op zijn schouder was gekomen kon hij zijn arm niet meer bewegen. Dus hielp ik gezekerd aan het touw over deze steile passage.

Relatieve veiligheid
Eenmaal in de relatieve veiligheid van het vlakkere terrein maakte we ons weer klaar voor de rest van de afdaling. We stonden midden tussen de enorme ijstorens en de helling onder ons was nog steeds serieus en heftig. Tussen ijsplaten en over tongen van sneeuw skieden we naar beneden. Eén steile passage restte ons nog om uit de seraczone te komen. 

Eindelijk weer op snelheid!
Omdat de helling onder deze passage vlakker en veiliger was draaide ik mijn ski’s de helling in en vloog eindelijk weer op hoge snelheid naar beneden. Sandra, Guillaume en Raphaël volgde mij op dezelfde manier. Wat was het heerlijk om eindelijk de teugels wat te kunnen laten vieren. Ook Claude gleed vrolijk mee naar beneden, “zoveel heb je je arm toch niet nodig op een snowboard” lachte hij. Vanaf hier werd de afdaling een feest. De kou was weg, de zon had de sneeuw iets opgewarmd en we hadden nog 700 hoogtemeters te skiën voor de volgende serieuze passage. Over een mooie steile helling met een perfecte hellingsgraad knalden we naar beneden. Een beetje als een perfecte zwarte piste in één van de meest ruige omgevingen die de Alpen te bieden heeft. De meters vlogen onder ons voorbij.

Diepe vrieswonden
We waren ruim op tijd, de laatste traverse over de grote overhangende rotswanden was veilig en eenvoudig. Relaxed traverseerden we naar de allerlaatste helling die ons naar de parkeerplaats bracht. Moe, voldaan en blij dat we erger hadden voorkomen ploften we naast de auto neer. Maar toen Claude zijn handschoenen uit deed bleken vier vingers helemaal zwart. Diepe vrieswonden. Maar ook daar berustte hij vrij makkelijk in. Want zoals hij zei: ‘Het had vandaag ook heel anders kunnen aflopen’. 

De droom die geen nachtmerrie werd
Eindelijk heb ik dus de Pelvoux geskied. Een jarenlange droom is in vervulling gegaan, maar het scheelde niet veel of het was een nachtmerrie geworden. Precies hoe off-piste en in het bijzonder ski-alpinisme kan zijn. Nu vier maanden na dato zijn door de goede verzorging van gespecialiseerde artsen de vingers van Claude weer helemaal in orde. Ook zijn verrekte pezen in zijn arm zijn weer redelijk in het gareel. Al met al een tocht die ik niet snel zal vergeten.