Off-piste doe ik het wel of doe ik het niet?

Door Lisanne

Januari 2014 – Op de parkeerplaats waar onze bus naar Val Thorens vertrekt, ontmoet ik mijn twee medereizigers. Van één van hen is het de tweede keer dat ik hem zie, de ander is een wederzijdse vriend. De keer dat ik die eerste zag was toen we deze vakantie boekten – even ter illustratie van de willekeur van onze groep.

Waanzin voor het snowboarden
Onze gedeelde (waan)zin voor het snowboarden was de reden dat we deze vakantie boekten. We zochten alle drie maatjes die de hele dag boarden, van de eerste tot de laatste lift. Met z’n drieën waren we dan ook een aflevering van ‘Utopia’ bij uitstek; zowel in het krappe appartement als op de piste moesten we elkaar leren kennen. En gelukkig blijkt keer op keer dat dat met dit soort jongens geen grote beproeving is.

Mening over off-piste
Echter, er bleek één ding te zijn waarover we hemelsbreed verschilden: onze mening over off-piste skiën. Deze twee grote kerels, het soort waarbij ik om de stap een extra pas moest maken om ze bij te benen, gingen als jonge honden de poeder tegemoet. En ik, dat meisje van 22 dat haar moeder bij vertrek beloofde niet off-piste te gaan. De jongens vonden het ook niet vervelend alleen te gaan, dus geregeld ging er één in zijn eentje een bepoederd randje over, terwijl ik hoofdschuddend de piste afsuisde. Ze gingen dan ook zonder pieper, schep, ABS of buddy hellingen af, en leken in mijn ogen niet na te denken over de mogelijke gevolgen. De vele uitnodigingen met hen mee te gaan sloeg ik lachend af, twijfelend tussen angst, nieuwigheid, en mijn verstand dat me zei niet mee te gaan.

Het voelde zo goed!
Maar de kleine meters net buiten de paaltjes die ik dan wel eens meepakte, voelden goed. Dus uiteindelijk, door hun enthousiasme in combinatie met de prachtige sneeuw, ging ik halverwege de week voor de bijl. Rond de ‘Boismint’, een noord helling tussen Val Thorens en Les Menuires hebben we de hele ochtend gespeeld. Het was té moeilijk het niet te doen; na het honderd keer afgeslagen te hebben, kon één keer vast geen kwaad. En vervolgens was de rem eraf. De rest van de week hebben we met z’n drieën de Trois Vallées verkend; het hele gebied veranderde in een speeltuin. Vanuit de lift al kijkend waar we heen konden, zoeken waar anderen gingen, of gewoon op avontuur. Na die eerste keer meegaan, was het afslaan te moeilijk geworden. En daarmee misschien het juist inschatten van de risico’s.

Alles ging goed
Natuurlijk ging alles goed. Natúúrlijk sta je na afloop weer op de piste en overheerst de heerlijke adrenaline het gevoel dat je te grote risico’s genomen hebt. Maar eenmaal thuis in Utrecht, na afloop van ons sneeuwwitte sprookje, heeft het nog vrij lang door mijn hoofd gespookt. Het lonken van stukjes off-piste, de eerste sporen maken, daar was ik duidelijk niet tegen opgewassen, ook al had ik het mezelf beloofd. Maar brrr, thuis (zonder de adrenaline in mijn lijf) heb ik het nog eens tot me door laten dringen. Dat ik, ook al was ik me bewust van onze onkunde, tóch mee gegaan ben heeft me verrast. En dat het enthousiasme van anderen blijkbaar zo sterk werkt, misschien nog meer.

In ieder geval heb ik ervan opgestoken dat ik me maar beter goed voor kan bereiden, in plaats van me te bedenken het niet te doen. En daarnaast dat ik mijn reisgenoten ook maar beter goed voor kan bereiden, want ik zal er niet snel weer één zijn die zonder gear, of kennis, over een bepoederd randje duikt.

PS: de cursus is gedaan, de lawine drie eenheid, de airbag en andere benodigdheden zijn al gekocht.