Het Alpenweer: De meest spectaculaire fenomenen

Door Roel

Iedere wintersporter maakt het weleens mee. Die aparte wolk boven het skigebied, die sneeuwstorm toen je geen hand voor ogen zag, of die dag dat je in je zwembroek kon skiën. De winter in de Alpen zit vol bijzondere weersverschijnselen die we ons blijven herinneren omdat ze zo onbekend en bijzonder zijn. Ik zet de meest spectaculaire verschijnselen op een rij:

Föhn
Een van de bekendste fenomenen is de föhn. Deze droge lauwwarme wind, die menig
Alpenbewoner letterlijk hoofdpijn bezorgt, ontstaat door dalende luchtbewegingen achter de Alpenhoofdkam. Dit zijn de hoogste bergtoppen die als een keten door het midden van de Alpen loopt. Bij zuidenwind heb je föhn in Oostenrijk en Zwitserland (Südföhn), komt de wind uit het noorden dan heeft vooral Italië ermee te maken (Nordföhn).

Föhn: storm en zon (foto: Hans ter Braak)

Vooral de Südföhn is berucht doordat het in korte tijd ineens opwarmt, ook 's nachts! Binnen een paar uur kan de temperatuur meer dan tien graden stijgen. Vanaf februari zit overdag zo aan 20 graden of meer en kan een vers besneeuwde helling in een dag tijd worden 'kaalgevreten' tot een groene weide.

Maar niet alleen de temperatuur maakt bokkesprongen, maar ook de wind kan uit zijn slof schieten. Snelheden tot 150 km/uur zijn geen uitzondering en dat soms bij een stralend blauwe hemel! Tot onbegrip van veel wintersporters in het dal trouwens sluit menig skigebied dan de liften want het is ronduit gevaarlijk. Wordt er föhn voorspeld, aarzel dan niet om wat eerder een terrasje op te zoeken in het dal.

Lenticulariswolken in het Gasteinertal
De Altocumulus Lenticularis

Lenticulariswolk
Een wolk die vaak tijdens föhn gezien wordt, maar een aparte vermelding verdient is de lenticulariswolk, in het latijn voluit ook wel 'altocumulus lenticularis' genoemd. Je zult hem vast wel een keer gezien hebben tijdens het skiën, als een langgerekte sigaar hangt hij stil boven de bergen. Door zijn lensachtige uiterlijk heeft hij wel wat weg van een vliegende schotel.

Het bijzondere is dat de wolk, zelfs als het waait, grotendeels op zijn plaats blijft. Dit komt doordat de lucht onder invloed van de bergen stijgt en daalt. Aan de achterkant lost de wolk op (dalende lucht) terwijl hij aan de voorkant (stijgende lucht) steeds weer aangroeit. Het is een van de meest fotogenieke wolken die je in de Alpen aantreft!

Een flinke dump op het dak van deze auto!
Een muur van sneeuwvlokken
Ingesneeuwde auto's na meer dan een meter sneeuw in 12 uur

De dump
Wind of wolken zijn bijzonder, maar waar het natuurlijk om gaat is sneeuw. En die valt in de Alpen soms met bakken tegelijk uit de lucht. Dit ook weer dankzij de bergen die stuwing veroorzaken, waardoor alle sneeuw in één keer naar beneden valt. Een dump is het gevolg, met soms een meter sneeuw in één dag tijd!

De grootste dump valt als uit het noorden, westen of zuiden vochtige lucht tegen de Alpen botst. Waar we als wintersporter het meest van profiteren is de sneeuw uit het noorden (Nordstau). Simpelweg omdat daar de meeste en bekendste skigebieden liggen waaronder het grootste deel van Oostenrijk. Frankrijk krijgt de meeste sneeuw uit het westen, en Italië uit het zuiden.

Sneeuwval uit het zuiden is het meest extreem. De lucht komt dan vanaf de relatief warme Middellandse Zee aanwaaien en bevat heel veel vocht. Eenmaal botsend tegen de Italiaanse en Franse Zuidalpen valt de hele lading als sneeuw naar beneden. Dit heet een Südstau, met als overtreffende trap op de grens van Italië en Frankrijk de zogenaamde Retour d'Est. Soms valt er twee meter sneeuw in een dag tijd, iets om op zijn minst een keer meegemaakt te hebben!

Haarscherpe sneeuwgrens
Sneeuwgrens in het Zillertal

Sneeuwgrens
We hebben het over sneeuw en stuwing, maar niet alles valt als sneeuw naar beneden. In zachtere lucht heb je te maken met een sneeuwgrens, en daaronder valt de neerslag als regen. Soms is deze grens haarscherp, en dat geeft een bizarre overgang. Soms is het topje van een boom wit terwijl de onderste takken groen kleuren.

De sneeuwgrens ligt meestal 200-300 meter lager dan de nulgradengrens, de grens waarboven het blijft vriezen. Is de neerslag bijzonder heftig dan kan, doordat steeds meer smeltende vlokken energie (warmte) aan de lucht onttrekken, het zelfs tot in het dal gaan sneeuwen. Ondanks dat de lucht van oorsprong zacht is!

Föhnmuur Stubaier Gletscher

Föhnmuur
Op de grens van föhn en stuwing vind je een van de mooiste verschijnselen die in de Alpen te zien zijn: de föhnmuur tegen de Alpenhoofdkam. Alsof een muur van wolken tegen de bergen hangt of ‘aanleunt’.

De verklaring: Vanaf de ene kant wordt vochtige lucht aangevoerd, en als de hoogste bergtoppen gepasseerd zijn zie je de wolken aan de andere kant weer omlaag vallen en oplossen. Hier zie je de föhn aan het werk. De wolken komen gewoon niet de berg over. Met wat geluk kun je nog een dag in de zon blijven skiën. Skigebieden als Sölden, de Stubaier Gletscher, en het Zwitserse gebied Belalp bieden vaak een fraai uitzicht op dit gebeuren!