Eén en één is niet altijd twee?

Door Rogier

Skigebieden hebben een soort van cijferfetisjisme. Hoe meer meer kilometers hoe beter. Het lijkt makkelijk scoren, want wie kijkt er nou niet op van honderden kilometers aan pistes. Dus doen skigebieden er alles aan om zo groot mogelijk te zijn of te lijken. We weten allemaal dat skigebieden sowieso graag de buitenbochten op de skipistes meten. Maar daar kun je slechts enkele kilometers mee bijwinnen. Veel handiger is het om verschillende gebieden aan elkaar te koppelen. Zo heb je in een keer tientallen, soms zelfs wel honderden kilometers meer. Maar zitten wij als wintersporters wel te wachten op dit soort enorme verbindingsliften en verbonden skigebieden?

Reeds twee gebieden
Er zijn maar weinig skigebieden die het echt heel erg moeilijk hebben. De meeste skigebieden lukt het om het hoofd goed boven water te houden. Dus een verbinding maken tussen twee skigebieden is zelden van levensbelang voor een skigebied. Het is waarschijnlijk nog simpeler te stellen: een noodlijdend skigebied zal zelden of nooit het geld bij elkaar krijgen voor een verbindingslift. Dus verbindingsliften tussen twee gebieden zijn lang niet altijd broodnodig. Het kan zeker een gebied leuker maken en soms is het ook niet meer dan logisch. Maar soms is, of lijkt, het overbodig en verandert het karakter van de skigebieden teveel.

Logische verbindingen
Zo is er een aantal zeer logische verbindingen in de Alpen. Denk aan de verbindingen in alle skigebieden in Les Trois Vallées. Elk gebied raakt de andere gebieden, dus is het logisch dat het één skigebied wordt. Ook de gebiedjes van het Oostenrijkse Kals en Matrei hebben meer ‘bestaansrecht’ na de nieuwe lift die de verbinding mogelijk maakt.

Er zijn nog veel meer gebieden die uit fantastische verbindingen zijn ontstaan. Wat te denken van bijvoorbeeld de Skiwelt Wilder Kaiser - Brixental? Alle verbindingen voelen daar volledig natuurlijk aan terwijl het ooit ook allemaal verschillende skigebieden waren. Tegenwoordig is het gebied door al deze verbindingen zo groot dat je voor een tocht van de ene zijde naar de andere kant een strakke planning moet maken om het in een dag te halen. Ideaal voor kilometervreters. Skiwelt is daarbij met Les Trois Vallées het voorbeeld dat goed verbonden skigebieden vaak een absolute meerwaarde hebben.

Bouw van lift in Val d'Anniviers

En wat te denken van de beroemde Sella Ronda in Val Gardena. Deze zeer populaire tocht is het ultieme bewijs dat veel verbindingsliften ondanks de soms eentonige verbindingspistes erg mooi kunnen zijn. Als het ‘rondje’ wat er geskied kan worden maar de moeite waard is.

Minder logische verbindingen
Er zijn ook verbindingen die een stuk minder logisch zijn. Verbindingen die het skiën of snowboarden niet per se aangenamer maken. Het eerste voorbeeld daarvan is de Vanoise Express tussen Les Arcs en La Plagne. Deze lift is in feite niets meer dan een busverbinding tussen de twee gebieden. Ik kan me niet voorstellen dat je deze lift meerdere keren op een dag neemt. Daarmee zou een bus evengoed werken, als dat überhaupt mogelijk zou zijn. Verder is het zelfs de vraag of La Plagne en Les Arcs, allebei geweldige gebieden, zo’n verbinding wel echt nodig hebben.

De Vanoise Express is niet enige verbinding waarover gediscussieerd kan worden. Er zijn ook een aantal verbindingen die misschien helemaal niet zo logisch lijken. Zo is er op het forum op wintersporters veel discussie geweest over de ‘G-link’ tussen Griessenkareck en Grafenberg in het skigebied van Wagrain. Het voordeel van deze lift ten opzichte van de Vanoise Express is het feit dat het gebied zich beter leent voor het maken van mooie tochten. Het is minder een verbinding tussen twee losse gebieden. Hier in dit gebied zijn trouwens ook nog plannen om het gebied van Flachau/Wagrain met Kleinarl te verbinden. Als dat doorgaat dat komt het gebied wel opeens stukken logischer in elkaar te zitten en wordt het echt een droom voor kilometervreters.

De Vanoise express

Dat pure verbindingen af en toe ook nut kunnen hebben en lang niet altijd geknutseld aanvoelen bewijst de Ki-West. De verbinding tussen Kirchberg en Westendorf. Dankzij deze lift is het veel eenvoudiger om mooie en lange tochten te maken in deze skigebieden. Het voelt veel minder als ‘slechts’ een verbinding tussen twee losse skigebieden. Waarschijnlijk heeft dit ook te maken met het feit dat deze gebieden beide minder in een aparte ‘kom’ liggen. Maar ondanks de grotere logica blijft het wel de vraag in hoeverre deze twee gebieden die allebei al 150 en 250 kilometer aan pistes bieden echt een verbinding nodig hadden.

Discussie
Waarschijnlijk blijft deze discussie altijd bestaan. Hoe groot moet een skigebied zijn? Hoeveel kilometer is nodig, en welke gebieden horen bij elkaar? Het is aan de wintersporter om te bepalen welke liften echt nuttig zijn. Zolang de grootste gebieden de meeste winst boeken zullen de kleine gebiedjes groter willen worden en aansluiting zoeken bij de buren. Simpelweg omdat het de meest logische stap is.

De toekomst
De toekomst zal leren welke verbindingsliften echt nuttig zijn. En hoewel we nu wel eens sceptisch tegenover nieuwe liften staan, wijst de geschiedenis uit dat alle verbindingspistes eigenlijk een succes bleken. Want zeker Nederlandse wintersporters blijken van grote gebieden te houden, en dan staan een paar honderd kilometer pistes extra natuurlijk fantastisch goed in de brochure. Maar laten we hopen dat de uitbreidingsdrang van de skigebieden ook ooit een halt wordt toegeroepen. Want uitbreiden gaat vrij eenvoudig, maar inkrimpen lijkt onmogelijk. En er zijn ook genoeg wintersportgebieden die juist hun charme ontlenen aan het feit dat ze niet al te groot zijn.