Interview Geertje Derksen

Door Rogier

Geertje is sinds dit jaar blogster op wintersporters.nl. Geertje is wedstrijdskiester en haar hele leven staat in het teken van het skiën. Elke keer als ik haar aan de telefoon heb is ze aan het trainen, of op weg naar een training. Zomer en winter alles staat in het teken van fitter en sterker worden. Een sportvrouw in hart en nieren met een voorliefde voor wintersport en hoge snelheden.

Iedereen die de video blogs van Geertje op de website in de gaten houdt weet dat Geertje een leuke en spontane meid is. Geertje straalt optimisme en levensplezier uit. Haar liefde voor wintersport werkt aanstekelijk. Niet alleen op mij (want ik ben natuurlijk al besmet), maar op iedereen om haar heen. Het is duidelijk zij skiet voor het plezier.

Sinds wanneer ski je?
​“Ik ski sinds mijn 2e. Ik was anderhalf toen ik op plastic skietjes werd gezet met de gedachte Interview ‘als ze kan lopen, kan ze ook skiën’, en een jaar begon dus het ‘echte’ werk. Net als de locals dus. Het hielp dat mijn grootouders een appartementje in de Franse Alpen hebben.”

Waar staat dat appartementje?
​“In Puy Saint Vincent, inderdaad het gebied waar jij nu woont! Ik heb daar dan ook leren skiën tijdens de wintersportvakanties. Mijn ouders gingen iedere wintervakantie naar “Puy”, en dus stond ik van jongs af aan een paar weken per jaar in de sneeuw. Ik was al snel verslaafd!”

Het spreekt voor zich dat Geertje goed skiet. Ze heeft een lange rij overwinningen op haar naam staan. Geertje was maar liefst 23 keer Nederlandse kampioene in verschillende disciplines. Verder heeft ze 10 overwinningen in internationale FIS wedstrijden met in totaal 33 podiumplaatsen. Ook werd ze in 2002 Europees slalom kampioen op de borstelbaan SL en zo gaat het rijtje met overwinningen nog wel even door. Ik vraag haar of het meteen duidelijk was dat ze zo goed zou worden. “Ik skiede natuurlijk relatief goed voor een Nederlandse omdat ik vrij veel op de latten stond. Ik heb nooit skiles gehad, want dat was in Frankrijk erg lastig met de taalbarrière. Mijn ouders hebben me leren skiën, en zijn op een gegeven moment gaan kijken op de borstelbaan in Uden, bij Ski en Snowboardclub De Schans, of ik daar op les kon. Ik was toen acht en was het niveau van de lessen al ontgroeid. Toen ben ik gaan skiën bij het wedstrijdteam. En pas vanaf dat moment ben ik ‘goed’ gaan skiën. De trainingen werden gevolgd door deelname aan de wedstrijden in het Nederlandse borstelbaan circuit. Al snel gingen we ook met de club mee naar het NK in de sneeuw, in Oostenrijk. En zo ben ik het wereldje in gerold.”

Wist je al snel dat je van skiën je leven wilde maken?
“Nee. Tot mijn 17e skiede ik met veel plezier de borstelbaanwedstrijden, de wedstrijden in Oostenrijk voorafgaand aan het NK en het NK zelf. En meestal ging ik met de herfstvakantie of meivakantie een week trainen op de gletsjer, gewoon omdat ik dat leuk vond. Ik was daarin fanatiek, en behoorde tot de top op de borstelbaan, maar had nooit het idee dat ik als Nederlandse de kans had om écht goed te worden in de sneeuw. Ik had ook niet het idee dat ik al vrij goed skiede. Maar toen ik 17 was, zag mijn trainer kennelijk wel potentie. Met hem ben ik een aantal keer gaan trainen in Oostenrijk.

Van een paar weken skivakantie en hooguit 2 weken per jaar trainen, stond ik opeens zo’n 7 weken op de ski’s. Dat had effect.” Zegt ze met een glimlach. “In dat jaar won ik de slalom op het NK, en werd 2e op de reuzenslalom. Weliswaar met een beetje geluk, maar ik had toch mooi de titel gewonnen. Dat jaar deed ik eindexamen, en daarna wilde ik er een jaar tussenuit om te reizen voordat ik verder ging studeren. Dat jaartje tussenuit werd een jaar skiën. Snowsports Academy Racing begon toen een team voor junioren en vroeg of ik interesse had om me daarbij aan te sluiten. Na dat jaar trainen was ik helemaal verkocht. Inmiddels ben ik 8 jaar verder en kan ik wel stellen dat skiën mijn leven is. Als kind had ik de eerste week na de wintersport altijd moeite om me op school te concentreren. Dan wilde ik liever in de bergen zijn. In die zin verbaasd het me dan ook niets.”

Waarom wedstrijd skiën?
​“Ik kom uit een sportieve familie. Was ik niet gaan skiën, dan had ik wel een andere wedstrijdsport beoefend. Of dat ook op dit niveau zou zijn weet ik niet, maar ik ben wel in alles vrij fanatiek. Het wedstrijdskiën, daar ben ik gewoon ingerold. En omdat het zo leuk is, is het nooit gaan vervelen. Ik vind het heerlijk om in de bergen te zijn. Daar kom ik tot rust, en krijg ik tegelijkertijd heel veel energie. Verder is het skiën gewoon een hele gave sport.

Ik houd van het spelletje dat snelheid heet. De juiste lijnen kiezen, jezelf overwinnen en het streven naar de technische perfectie. Ik ben een perfectionist en wil altijd beter. Skiën is een moeilijke sport, heel technisch. Dat kan altijd beter. En als je dan een goede bocht skiet, het gevoel hebt dat een bocht gewoon klopt en raak is, is geweldig. Ook houd ik van de variatie. De omstandigheden zijn altijd anders, en je hebt verschillende disciplines. En ook het vrijskiën vind ik heerlijk. Lekker door de poeder knallen of een buckelpiste aframmen. Ook daarin kan ik mezelf blijven uitdagen om steeds beter te worden.”

Hoe ziet jouw winter eruit?
“In een normale winter vertrek ik begin oktober naar Oostenrijk. Die eerste weken wordt er getraind op de gletsjer. Vaak ben ik in november nog even in Nederland omdat er dan vaak belangrijke wedstrijden zijn in Snowworld Landgraaf zijn. Dit jaar was daar voor het eerst het NK indoor. Zodra de sneeuw het toelaat, trainen we op lager gelegen pistes. Meestal vinden eind november of begin december de eerste wedstrijden plaats. Vanaf dat moment worden trainingsdagen afgewisseld met wedstrijden. Natuurlijk hebben we tussendoor rustdagen.

Tussen kerst en oud & nieuw hebben we altijd een paar dagen rust. Tijdens de winter geef ik soms nog een paar dagen training aan racers van Snowsports Academy, en soms ga ik een paar dagen lekker vrijskiën. Maar het trainen en de wedstrijden staan op de eerste plaats. Deze winter zou ik in oktober 3 weken in Oostenrijk zijn, waarvan ik 1 week training zou geven. Daarna 2 weken even terug naar Nederland, om vervolgens het hele seizoen in de Alpen te blijven. Maar helaas blesseerde ik na de eerste trainingsweek in Oostenrijk al mijn schouder. Het viel gelukkig mee en eind november kon ik weer naar Oostenrijk. Hopelijk pas half april weer richting Nederland!”

Dat is me nogal wat. Je traint dus ook als seen volwaardige sporter. Een vraag die bij veel mensen zal rijzen is of je hiernaast nog ander werk hebt?
“Om een beetje bij te verdienen, maar ook omdat het zo leuk is, werk ik in de zomermaanden bij Snowsports Racing op kantoor. Dat doe ik als ik in Nederland ben, een paar dagen per week. Het is pittig om dat te combineren met de vele uren conditietraining, maar gelukkig kan ik heel flexibel werken, en ook wat dingen vanuit huis doen. Daarnaast geef ik regelmatig training aan skiërs van Snowsports, zowel in Nederland in Snowworld en af en toe een week in Oostenrijk. Erg leuk om mijn kennis over te brengen op jonge skiërs. Als je dan ziet dat ze er plezier in hebben en ook nog eens vooruitgang boeken, dan is dat net zo gaaf als zelf goed skiën.”

Wat zijn je toekomstplannen?
Want op dit niveau sporten kun je natuurlijk geen jaren volhouden? “Toekomstplannen genoeg! Er zijn zoveel leuke dingen die ik wil en kan doen. Voor mij geen zwart gat na mijn carrière. Al zal ik het trainen met een bepaald doel wel gaan missen. En natuurlijk het aantal uren dat ik per dag mag sporten op dit moment. Dat wordt wel afkicken.”

Wil je wel in de wintersport blijven?
​“Ik wil in de toekomst zeker in het skiën werkzaam blijven. Ik vind het zoals gezegd heel leuk om de jonge racers training te geven. Toch zou ik dat niet fulltime willen doen, maar liefst combineren met andere werkzaamheden. Het wedstrijdskiën in Nederland kan nog zo veel meer ontwikkeld worden en nog zoveel beter. Dat vind ik gaaf om aan te pakken. Ook wil ik me in de toekomst op skitechnisch gebied blijven ontwikkelen. Ik wil bijvoorbeeld graag een Oostenrijkse trainersopleiding gaan volgen, en uiteindelijk de hoogste Oostenrijkse lerarenopleiding (Staatlicher) halen. Een combinatie van training en opleiding geven, dus veel op de piste staan, met achter de schermen de Nederlandse wedstrijdsport ontwikkelen, dat is wel zo’n beetje mijn droom.”

Hoe wordt er door Oostenrijkers naar jouw gekeken? Als volwaardig atlete?
​“Ja, absoluut. Het skiën leeft in Oostenrijk onwijs. Net zoals in Nederland het voetbal. Ze vinden het alleen maar leuk dat je als buitenlander ook ambities hebt in het skiën. En ook bij de wedstrijdskiërs onderling maakt het echt niet uit waar je vandaan komt. Er doenzoveel nationaliteiten mee. Je wordt beoordeeldop je persoonlijkheid en je prestaties, niet opwaar je vandaan komt.”

Wat raadt jij jonge skiërs aan? Om zo goed mogelijk te worden?
“Wil je goed worden in een sport, om het even welke, dan zal je die sport veel moeten beoefenen. Dat is met skiën niet anders. Als Nederlander is dat niet makkelijk, maar gelukkig zijn er ook in Nederland genoeg alternatieven voor echte sneeuw: sneeuwhallen, borstelbanen en rolbanen. Ik ben zelf begonnen bij Ski en Snowboardclub De Schans in Uden, op de borstelbaan. Daarna ben ik gaan trainen bij Snowsports Academy Racing, die naast slalomtrainingen in SnowWorld ook trainingsweken in Oostenrijk organiseren. Wil je echt iets bereiken, dan zal je regelmatig in de echte sneeuw moeten trainen. Maar het allerbelangrijkste is de passie voor de sport. Je moet skiën en het trainen gewoon heel gaaf vinden.”

Wat is jouw lievelingsskigebied?
​“Ik heb in veel mooie gebieden mogen skiën, maar mijn hart ligt nog steeds daar waar ik heb leren skiën, in Puy Saint Vincent. Daar ben ik thuis. De omgeving is prachtig, en het gebied heeft zoveel mogelijkheden, ook al is het niet heel groot. Ik heb daar 18 jaar lang iedere wintervakantie op de ski’s gestaan, zonder dat het ging vervelen. Ik ga daar graag terug om weer te skiën.”

Ik blijf het grappig vinden dat wij allebei zo’n band hebben met dit kleine en onbekende gebiedje in Frankrijk. Een andere vraag dan maar, wat is het mooiste skimoment uit je leven?
“Pfoe, dat is een moeilijke vraag. Ik heb vele mooie momenten mee mogen maken en weet zeker dat er nog veel mooie momenten komen. Natuurlijk koester ik de momenten waarop ik wedstrijden won. Maar ik kan me ook verschillende afdalingen herinneren waarbij het gevoel super was, tot ik bijvoorbeeld onderuit ging.” Zegt ze al lachend. Om snel te vervolgen: “En net zo goed herinner ik me gave afdalingen in de poeder of buckles. Ik kan hier echt niet uit kiezen! Er zijn teveel momenten die gewoon heerlijk zijn in de bergen.”