Een dag uit duizenden

Door Rogier

De hele nacht stormde het keihard. We hadden het idee dat ons huis zou wegwaaien. We lieten onze droom om vederlichte poeder te skiën maar varen. Wat zonde, wat een verspilling van die mooie sneeuw. Maar ja, zo is de natuur nou eenmaal. Maar ’s ochtends toen ik naar buiten keek, naar de grote sneeuwwolken die van de bergen rondom mijn huis werden afgeblazen, bedacht ik me opeens dat er vlakbij de Col Agnel een paar zeer smalle couloirs liggen die ik graag eens zou skiën. Wie weet zou de stormachtige wind hier de sneeuw niet verpest hebben. Sandra had hier wel oren naar, en François die vandaag ook mee wilde was zoals altijd meteen dolenthousiast!

De Queyras in
De Col Agnel ligt in de Queyras. Een gebergte dat maar weinig bekendheid heeft onder Nederlanders en Belgen, alhoewel ik al jaren reclame maak voor dit gebied. Het kan hier namelijk keihard dumpen als een Retour d’Est zijn sneeuw laat vallen. En de andere dagen? Dan is het hier mooi weer. Jullie begrijpen het al: Poeder en zon. De paar kleine skigebiedjes hier zijn voor fijnproevers. Geen grote industriële gebieden. Nee, pistes waar je op moet letten voor overstekend wild.

Maar om de Queyras in te komen moet je eerst door een smalle en indrukwekkende kloof rijden. Geweldige rotsmuren en een smalle weg. Wij grappen weleens dat dit vaak het gevaarlijkste deel van de skitocht is. De gorges waar je doorheen rijdt zijn wel geweldig mooi. Je kan je zo voorstellen dat National Geographic hier een paar camera’s in zou willen sturen. Maar wij zijn niet op zoek naar een rivier van azuurblauw water. Nee, ons doel ligt stukken hoger. Waar dat azuur blauwe water nog wit is. Langs bevroren ijspegels en oranje rots rijden wij hoger en hoger de Queyras in. Richting de hoge grenscol tussen Frankrijk en Italië. De Col Agnel.

Col Agnel
Net na het imponerende kasteel van Chateau Ville Vieille kun je doorrijden naar Abriès. Je weet wel, waar het zo ontzettend hard kan dumpen, maar dat doen we vandaag niet. We slaan af richting Saint Véran en de Col Agnel. Deze laatste col vormt de verbinding tussen Frankrijk en Italië, nou ja van juni tot oktober. Van de eerste sneeuwval tot in juni is deze col namelijk gesloten, dan is de weg een langlaufloipe. Ooit werd deze weg eerder geopend voor de Giro d’Italië en dat hebben ze geweten. Een lawine die net na de kopgroep over de weg heen schoof gaf de achtervolgers geen schijn van kans. Het is hier hooggebergte en daar doet die dunne strook asfalt ook niets tegen. In de winter is de weg afgesloten vanaf zo’n 2000 meter. Vanaf Pont Lauriane. Hier vertrekken elke ochtend veel mensen met hondesledes, op toerski’s en op langlaufski’s.

Geweldig langlaufen
De weg naar de Col Agnel is namelijk een geweldige langlaufloipe. En een pittige trouwens. Net voor de col ligt een geweldige hut waar je heerlijk kunt eten en drinken. En dat heb je wel verdiend als je deze hele col bent 'opgelanglauft'. Maar wij staan hier vandaag natuurlijk niet op die dunne latjes. Nee, de ski’s van 100 mm onder je voet geven het duidelijk aan: we zijn hier om poeder te skiën. Al vanaf de parkeerplaats toon ik Francois, die dit gebied minder goed kent, de couloirs aan die ik wil skiën. Nog geen kilometer verder en heb ik al meer dan 15 couloirs aangewezen. Het is hier steil-terrein-lui-lekkerland. Nou lui niet helemaal want de meeste couloirs moet je zelf omhoog klimmen. Vandaag zijn we op weg naar de Noordcouloirs van de Sagnes Longues. Drie couloirs die ik nog nooit geskied heb.

Wind
In het dal waait het amper. Maar op de toppen zie we enorme sneeuwwolken weggeblazen worden. Hoe dichter we bij ons couloir komen, hoe dichter ook bij de col en hoe harder het waait. Onder het couloir ziet het er niet al te best uit. In ons hoofd bedenken we allemaal een tweede plan. Maar besluiten toch nog even naar het couloir door te lopen. Eenmaal onder het couloir ziet de sneeuw er erg goed, niet  door de wind aangeraakt, uit. Onder het couloir zijn er wel wat windsporen maar hoe dichter we bij het couloir komen hoe beter de sneeuw. We houden goed afstand. In het lawinebericht was duidelijk aangegeven dat lawines mogelijk zijn door een zeer grote druk op het sneeuwdek. Met genoeg ruimte tussen ons klimmen we verder omhoog. Ik neem het eerste deel van 'het sporen' op me.

Waar moeten we heen? Naar boven!

Goede sneeuw
Hoe hoger we komen hoe beter de sneeuw wordt. 5 cm poeder wordt 10, 10 wordt 20 en 20 wordt 30 cm vederlichte fluffy poeder. We roepen elkaar vol geluk toe. De onderlaag wordt ook steeds stabieler. We krijgen meer en meer vertrouwen dat het een geweldige dag gaat worden. We klimmen van ‘safety spot’ naar ‘safety spot’ (een plek waar je buiten lawinegevaar kan staan. Francois neemt het tweede deel van het sporen op zich. Als een jonge hond buffelt hij omhoog. Regelmatig roept hij naar ons hoe goed de sneeuw wel niet is. Als we al niet vrolijk waren dan worden we het wel van het plezier dat hij uitstraalt. Halverwege het couloir splitst deze in tweeën, de rechterzijde ziet er het beste uit. Sandra begint met het sporen van dit deel. In de zon lopen we in een geweldig landschap omhoog. Mooie rotsen om ons heen, geweldige sneeuw onder onze ski’s en een verbluffend uitzicht op de Pain de Sucre en de Mont Viso. Zo gaat een klim wel heel snel. Het couloir wordt smaller en smaller en steiler en steiler. De ski’s gaan op de rug.

Mooi couloir
We kijken onze ogen uit. Dit couloir is mooier dan we van tevoren hadden gedacht. Helemaal gelukkig klimmen we in het steeds steiler wordende terrein omhoog. Eenmaal boven maken we alles snel ski-klaar. Ik hoef maar één keer tegen Francois te zeggen dat ik foto’s van boven wil maken, en weg is ie… in één grote bocht vol poeder stuift hij naar beneden. Hoezo gesprongen bochtjes in steil terrein. Sandra knalt achter hem aan. In diepe poeder stuiven we een voor een naar beneden. We gillen het uit van plezier! Af en toe stoppen we voor een foto, want anders zou ik niets hebben om dit artikel mee aan te kleden.

Wat een dag
Eenmaal onder het couloir kijken we vol blijdschap omhoog. Met een paar grote bochten knallen we terug naar de langlaufloipe. We vliegen over harde en slechte sneeuw heen. Het maakt ons niet meer uit want wij hadden een geweldige afdaling in een mooi couloir. Kijken we om ons heen naar de schade die de wind heeft gemaakt, dan kunnen we ons bijna niet voorstellen hoe goed de sneeuw in het couloir was. Je hebt van die dagen… Dan lacht alles je gewoon toe. We glijden, al spelend, terug over de langlaufloipe naar de auto! Wat een dag.

Francois heeft het niet op korte bochtjes...