Japan in Frankrijk: Abriès

Door Rogier

Een snelle stoeltjeslift, drie sleepliften en her en der nog een kinderlift. Een handvol rode, een enkele blauwe, wat zwarte pistes en een kinderweide. Op het eerste gezicht stelt Abriès niet zo heel erg veel voor. En kilometervreters die op zoek gaan naar zo veel mogelijk skiën en zoveel mogelijk pistes die hoeven niet eens verder te lezen. Dan kun je beter weg blijven uit de Queyras en al helemaal uit Abriès. Ben je op zoek naar rust, strak geprepareerde pistes, betaalbare skipassen en de kans op de allerdiepste poeder uit je leven? Dan moet je zeker nadenken over Abriès.

 

In de winter kun je maar op een manier in de Queyras komen. Als de Col Agnel vanuit Italië en de Col d’Izoard vanuit Briançon beide gesloten zijn moet je door de smalle kloof van de Gorges du Guil omhoog rijden. Dit nadat je al zo’n 11-12 uur in de auto hebt gezeten. Je rijdt voorbij Serre Chevalier, Vars en Risoul en dan moet je nog een heel stuk verder. De gorges zijn smal, diep en indrukwekkend. Geen plek om uit het raampje te kijken als je hoogtevrees hebt. Na deze gorges rij je door een diepe vallei over een eenvoudige weg omhoog. Om je heen zie je alleen maar natuur. ’s Ochtends vroeg moet je niet raar staan te kijken als je vossen, mouflons, gemzen of zelfs een wolf langs de kant van de weg ziet. In de Queyras is de natuur de baas. 

Nadat je langs een indrukwekkend kasteel bent gereden vervolgt de weg zich. Je neemt niet de afslag richting de Col Agnel, maar rijd het doodlopende dal in van de Haut Guil. Hier vind je Abriès. In normale winters valt het op dat hoe dichter je bij Abriès komt hoe meer sneeuw er ligt. In de laatste kilometer is het niet raar als de hoeveelheid sneeuw zich vervierdubbeld. Het dorpje Abriès is een dorpje wat toch wel wat vergane glorie kent. Voordat de Queyras ’s winters via Frankrijk te bereiken was, handelde dit berggebied veel met Italië. Hierdoor groeiden de grensdorpen uit tot de rijkere en grotere dorpen. Abriès was er een van. Na deze periode was de economische voorspoed nog niet afgelopen. Veel Queyrassin vertrokken namelijk naar Zuid-Amerika om daar te werken en te investeren in enorme ranches. Gehard door de keiharde winters in de Queyras verdienden deze expats veel geld. Eenmaal terug in de Queyras werden er enorme huizen gebouwd. Het leek allemaal niet op te kunnen.

Maar de economie is veranderd. Het is niet meer de kleine landbouw of veehouderij waar het geld verdiend wordt. De Queyras trok langzaam leeg. Voor wintersporters is het net te ver, en in de zomer is het lastiger geld te verdienen. Zeker in de ‘gouden eeuw’ van de wintersport had de Queyras het zwaar. Toeristen gingen liever naar de grote ski-industrie in de Tarentaise vallei. 

Tegenwoordig is de Queyras gelukkig weer met een opkomst bezig. Een steeds grotere groep wintersporters is op zoek naar authenticiteit, kleine (betaalbare, ook niet onbelangrijk) gebiedjes en sinds een aantal jaar is toerskiën de enige echte groeimarkt in het wintersporten, en ook dat kun je geweldig in de Queyras.

Het gedroomde skigebiedslandschap zonder liften
Wintersportfreaks zullen zich, als ze door de Queyras rijden, meteen afvragen waarom er niet wat meer skigebieden en liften zijn gebouwd. Het is namelijk de perfecte regio voor een mooi skigebied. Bijna elke bergtop is een toerskiklassieker en dat zegt wel genoeg. Maar de ontwikkeling van de skigebieden is hier nooit echt snel gegaan. Waarschijnlijk is het gebied toch net een dal te ver. Maar ook de gebiedjes die er wel liggen zijn allemaal ruim van opzet en hebben pistes die ver uit elkaar liggen. Je skiet echt door de natuur.

Abriès
Het gebiedje van Abriès heeft twee zijdes. De Valpréveyre kant en de Abriès zijde. Vanuit Abriès gaat een snelle en door de lokale overheid gesponsorde stoeltjeslift omhoog. Vanuit hier gaat een leuke speelse pittige blauwe piste direct weer naar beneden. Tijdens extreem grote dumps is dit vaak de enige lift die open is. Maar dat mag geen probleem zijn. In diepe fluffy poeder zijn de hellingen onder deze lift een droom. Steil genoeg om te skiën, en op veel plaatsen niet zo snel dat ze te snel gevaarlijk worden. Boven deze lift gaan drie ouderwetse (en dus snelle) sleepliften omhoog. In seizoenen met weinig sneeuw kun je dus nog wel eens gelanceerd worden bij het instappen. Deze liften trekken je tot net boven de boomgrens. Vanuit hier lopen verschillende blauwe en rode pistes naar beneden. Mooie speelse pistes door de karakteristieke lariksbossen.

De mooiste pistes liggen echter aan de andere kant van het gebied. Hiervoor moet je over de graat ‘Gilly’. Hier loopt een pittige zwarte piste naar beneden, La Brune. een echte aanrader zeker als deze net na een dump ongeprepareerd is geopend. Als je onderaan deze piste komt moet je wel met de bus terug naar Abriès. In het hoogseizoen hoef je nooit langer dan en paar minuten op de navette te wachten die je snel weer terugbrengt naar Abriès. Iets hoger op dezelfde helling ligt de rode piste naar Valpréveyre. Een geweldige piste. Deze piste komt uit in wat ooit een zeer belangrijk handelsdorpje was, Valpréveyre. Nu woont er niemand meer in dit dorpje, maar het is nog steeds een mooi gehucht. Een heerlijke plek om je zelf meegebrachte picknick op te eten. Eenmaal in dit dorpje moet je ook terug met Navette nadat je de weinig steile weg bent afgeskied.

Off-piste
Maar eerlijk gezegd kom je niet voor de pistes naar Abriès alhoewel deze erg mooi zijn. Je gaat naar Abriès voor de diepe poeder. Diepe poeder in de goed skibare lariksbossen. Dit gebied pakt (zeker de laatste winters) enorme dumps mee vanuit het oosten. De ondertussen beroemde retour d’est. Meer dan een meter sneeuw in een etmaal is niet raar. En Abriès ligt echt midden op de bergrug die hier het meeste van meepakt. Daarom gaat de hoeveelheid sneeuw ook zo omhoog die laatste paar kilometers voordat je Abriès inrijdt. Abriès heeft het grote voordeel dat je hier altijd kunt skiën hoe hard het ook sneeuwt. De lariksbossen zorgen voor voldoende zicht. 

Tijdens de dump en op koude dagen kun je prima skiën onder de Gilly lift. (Let op de linkerzijde is snel steil en gevaarlijk). Hier vind je mooie open alpenweides. Op warmere dagen zal de sneeuw hier snel wat zwaarder worden en moet je het hogerop zoeken. Begin dan vanuit de meest rechter lift. Traverseer boven deze lift een klein stukje buiten het skigebied en grote glooiende hellingen brengen je naar de weg waarover je terug kunt glijden naar Abriès. Niets extreems, niets echt heftigs, maar wat een poederplezier met een geweldig uitzicht op de Mont Viso.

Als het ook hier wat te warm wordt dan kun je beter de poeder gaan opzoeken aan de Valpréveyre kant. Dan kun je het in de bossen van Le Ruibon proberen. Mooie open bossen waar de Lariksen lekker ver van elkaar staan. Natuurlijk kun je de glooiende bossen naast de Valpréveyre piste induiken. Rechts is het bos speels en open. Links ietsjes minder steil, maar niet minder mooi. De geheimtip is het bos boven La Brune. Glij deze zwarte piste in. En nadat deze na een wat saaie traverse naar links afbuigt ga je rechtdoor het bos in. Steil, speels en vaak vol met sneeuw. Absoluut geweldig. En als je hier de weg een beetje leert kunnen kun je hier dagen lang poeder vinden. Indrukwekkend!

Eten en drinken
Na al dit poederplezier krijg je honger en dorst. Nou is Abriès een klein dorpje maar in de verschillende hotels en barretjes kun je prima wat drinken. En er zijn genoeg kleine eetgelegenheden om lekker lokaal te kunnen eten. Als je zelf kookt is het een aanrader om even langs Poivre et Sel te gaan. Een kleine delicatessen zaak waar ze echt de meest geweldige worsten, ragouts, jams, kazen en vleeswaren verkopen. Fantastisch eten dat allemaal lokaal is gemaakt.