Wat is een lawine?

Door Rogier

Lawines en een besneeuwd berglandschap horen bij elkaar. Sinds er sneeuw op helling valt komen er lawines voor. Iedereen kent de beelden van enorme lawines die dorpen en wegen wegblazen. Dit zijn echter niet de lawines waar wintersporters het meest van te vrezen hebben.

Lawines worden grofweg in twee soorten onderverdeelt, rollawines en stuiflawines. Regelmatig zijn grote lawines een combinatie van die twee. Een stuiflawine komt met een extreem hoge snelheid naar beneden, tot honderden kilometers per uur, en is vooral gevaarlijk vanwege de enorme drukgolf. Deze lawines zijn gevaarlijk omdat zij bebouwing, wegen en bossen weg kunnen blazen. Er zijn getuigenverslagen bekend van vossen die honderden meters hoog de lucht zijn ingeblazen om tegen een rotswand te worden platgedrukt. Stuiflawines ontwortelen bomen en verplaatsen alles wat ze op hun weg tegenkomen. Dit zijn veelal de lawines die dorpen en wegen bedreigen. Bijna altijd worden deze lawines veroorzaakt door grote hoeveelheden verse sneeuw.

Rollawines zijn lawine die naar beneden glijden.  Deze lawines die met een minder hoge snelheid naar beneden komen kunnen door hun massa enorm veel meesleuren. Als deze lawines eenmaal tot stilstand zijn gekomen is het depot vaak hard. Mensen die onder deze lawines bedolven raken overlijden, indien niet tijdig geredt, aan zuurstofgebruik en onderkoeling.

Het zijn de rollawines die voor de meeste wintersport ongelukken zorgen. Een bekende wintersportlawine is een rollawine die ontstaat doordat sneeuw de helling is 'ingeblazen'. Sneeuwkristallen die door de wind zijn verplaatst hechten zich goed aan elkaar maar erg slecht met hun ondergrond. Hierdoor ontstaat een zeer onstabiele plaat van sneeuw (plaque à vent, windslab, Schneebrett). Deze plaat, die overigens heel poederig aan kan voelen, kan door een lichte druk loskomen en in een fatale lawine veranderen.

Een lawine ontstaat als drie variabelen samenkomen. Allereerst moet de helling steil genoeg zijn om de sneeuwmassa te laten glijden. Als stelregel wordt een minimale steilte van vijfentwintig graden (graden en niet procenten) aangehouden. Ten tweede moet de ondergrond van de lawine relatief glad zijn of een op een andere manier een glijdend oppervlak hebben, zoals bijvoorbeeld een gladde sneeuwlaag, een ijslaag of gras en gladde rotsplaten. Hierboven moet zich een kritieke laag bevinden: sneeuw of rijp dat zich slecht met die ondergrond bindt. De sneeuw die dan weer boven op deze laag valt bindt zich zodoende niet met de ondergrond en is dus lawinegevaarlijk.

Let wel dat deze drie variabelen in werkelijkheid heel snel voorkomen, een 'glij-oppervlak' van een paar vierkante meter is zo gevonden in een willekeurige berghelling. Zo is bijvoorbeeld ook het voorbeeld van 'veilige bossen' onwaar. Als je kunt skiën, kunnen lawines groot genoeg zijn om een gevaar te vormen.

Het gevaar van lawines.
Lawines zijn gevaarlijk voor wintersporters voor twee redenen. Ten eerste, als je onder een lawine bedolven raakt en je niet op tijd gered wordt en riskeer je een verstikkingsdood. Mocht je een 'luchtbel' hebben, waardoor je langer kunt blijven ademen dan is de kans op ernstige (fatale) onderkoeling reëel. Ten tweede kan een lawine simpelweg door je mee te sleuren ernstige verwondingen veroorzaken. Een lawine kan je van rotsbanden af gooien, tegen bomen aan drukken of op andere manieren fysiek letsel veroorzaken.