Column: De Bindingen

Door Ruud

Al twee weken stonden er al ski’s in de hal. Klaar voor het eerste tripje van het seizoen. Of eigenlijk niet klaar, want de bindingen moesten nog worden afgesteld. Maar het waren hectische weken, erg hectisch. Vergaderingen, notities, spreadsheets, gesprekken en nog meer vergaderingen, het hield maar niet op.

Als je een paar dagen ertussenuit gaat, heb je het van te voren extra druk -je kunt beter zorgen dat je mailbox leeg is als je gaat – en eigenlijk ook extra druk als je terug bent. Maar de paar dagen die er tussen zitten, die dagen dat je je bochtjes maakt tegen het witte droomdecor, die dagen maken alles de moeite waard.

Maar dan moeten wel je bindingen zijn afgesteld natuurlijk. Iedere keer als ik langs de latten liep dacht ik ”ja, ja  ik zie jullie wel” Maar ik kwam niet aan ze toe en ik suste mijn geweten dat ik altijd nog in het wintersportdorp even een winkel kon binnenlopen om ze te laten afstellen, wel wetende dat ik daar ter plekke spijt van zou krijgen, want dan zou ik de eerste skidag in een winkel moeten beginnen in plaats van in een lift. Gedoe en minder tijd op de piste. “Nee, ik moet er tijd voor maken voordat ik ga”, hield ik mezelf voor.

Toen stapte dochterlief binnen met haar snowboard. En haar allerliefste glimlach. Of ik, als ik toch naar de wintersportzaak ging, even haar boardje wilde meenemen. Er was iets met haar bindingen. Toen ik vroeg waarom ze dat niet zelf deed, keek ze me verbaasd aan en zei iets in de trant van “weet je wel hoe druk ik het heb als student? Heb ik helemaal geen tijd voor!”. “Dus delegeer je het naar je vader. Die daar ook geen tijd voor heeft”, zei ik. “Zeker te druk met feesten”, voegde ik er een beetje zuur aan toe.

Vier dagen voordat ik in de auto zou stappen op weg naar de pistes, ging een afspraak op het werk niet door. In een opwelling besloot ik te profiteren van de twee onverwachte lege uren aan het eind van de dag en met ski’s en bordje naar de wintersportwinkel te gaan. Ik reed naar huis, gooide de spullen in de auto en liep naar de zolder om een skischoen te pakken, daarbij natuurlijk geconfronteerd wordend met de chaos “achter de schotten”. “Na de vakantie is alles er keurig gerangschikt in gezet, dus hoe kan het nou een half jaar later weer zo’n bende zijn?”, mopperde ik wat toen ik, in een ongemakkelijke houding liggend, een koffer, twee tassen en een paar schaatsen opzij moest zetten om een skischoen uit zijn skischoenentas te kunnen bevrijden.

Anderhalf uur later zat ik met het gevoel een grote prestatie te hebben geleverd, met een kop koffie op de bank. De ski’s stonden, afgesteld en wel, weer in de hal, schoen er naast. Het was hollen geweest en het probleem met het boardje was nog niet gefikst, maar toch was ik  zó tevreden dat ik mezelf wilde belonen voor het volbrengen van de taak: even de Thai bellen. “Ook leuk voor de thuiskomende gezinsleden; in plaats van bieten met een bal gehakt treffen ze straks Kao Pad Kai aan”, dacht ik nog.

Ik liep naar buiten om mijn mobiel te halen, die nog in de auto lag.

Toen ik door de gang liep op weg naar de auto viel mijn oog op de schoen, die eenzaam naast de skilatten stond. Opeens viel het me op dat het hengsel aan de bovenkant waarmee je de schoen kon dragen, kapot was. “Huh?”, dacht ik nog, niet zo intelligent. En toen drong de vreselijke waarheid tot me door: dit is mijn schoen helemaal niet! Ik ben met de schoen van zoonlief naar de winkel vertrokken! En dus staan de bindingen nu op zijn maat afgesteld! “Hoe krijg je het in godshemelsnaam voor elkaar?”

En dat was zo ongeveer ook de reactie van de gezinsleden, toen we later aan de bieten met een bal gehakt zaten.