Lenteski!

Door Roel

April, het wintersportseizoen is bijna afgelopen. Afdalingen vol papsneeuw, uitgestorven dorpjes en gedachten die afdwalen naar de zomervakantie. Waarom zou je nog bezig zijn met skiën of boards? De lente is ook voelbaar, bomen zitten in knop en bij de eerste warme zonnestralen lopen de terrasjes vol. Welnu, precies dat lentegevoel maakt dat wintersport in april de mooiste vakantieweek van het jaar kan opleveren! Geen grap, ik heb het eind april zelf ondervonden toen ik een shortski maakte naar Les Deux Alpes en Val d’Isere in de Franse Alpen. Gebieden die bekend staan als Lenteski-bestemming.

Alle cliché’s en vooroordelen werden van stal gehaald toen ik vertelde dat ik 23 april ging skiën. „Ligt er nog wel sneeuw, je kunt toch niet meer fatsoenlijk skiën!”, „Alles is dicht, wie gaat er nu nog?”, „Met al die papsneeuw richt je toch op de zomervakantie!” Inderdaad. De Dutchweek in Val Thorens is dan wel een begrip onder feestende Hollandse wintersporters maar voor de rest is iedereen bezig is met het boeken van zomerbestemmingen. Ik beken, de start van onze trip was allesbehalve stemmingmakend. Het was al dagen warm, meer dan 20 graden, en op het vliegveld in Zaventem waren er velen die zowel qua gedrag als kleding in een zomerroes verkeerden. Met gemengde gevoelens landde ik dus op de luchthaven van Lyon, vol verwachting van wat ging komen. Na een ritje van twee uur zat ik in Les Deux Alpes aan de koffie, buiten op een terrasje. Maar dat beviel eigenlijk zo goed dat we het skiën maar voor morgen bewaarden. Met al die zon was de sneeuw al aardig papperig, dat kon je vanuit het dorp goed zien hoewel de dalafdaling naar 1650 meter nog wel gewoon open was. Dan liever morgenvroeg als eerste bij de lift en van die pistes blazen!

Zo geschiedde. Het is in zo’n wintersportplaats dan wel een stuk rustiger dan hartje winter maar uitgestorven is het niet. Alle winkeltjes waren open, korte broeken wisselden het straatbeeld af met mensen in wintersportkleding en er stond ’s morgens zowaar een rijtje wachtenden voor de gondel. Na een minuut op 30 stond ik boven op de Dome de Puy Salié op 3421 meter. De naam zegt het al, deze gletsjer ziet eruit als een dome, een gigantische koepel van sneeuw en ijs. Je kunt nog een kleine 200 meter hoger maar we konden ons ongeduld niet langer bedwingen. Een strakblauwe hemel en uitzicht tot aan de Mont Blanc, wat wil je nog meer! Het had twee dagen van tevoren boven 2000 meter gesneeuwd dus de gletsjer was in perfecte toestand. En dan die rust op de piste! Hémels.

Het moet gezegd het skigebied van Les Deux Alpes is niet moeilijk. Zeker de paar honderd meter brede gletsjer niet. Maar iedere vorm van haast wordt je ontnomen, je hoeft namelijk nergens te wachten. En maar liefst 70% van de 220 kilometers was geopend waardoor de massa zich razendsnel verspreidde. Een lekkere piste kon je dus rustig nog een keer overdoen. Tot 12.00 uur waren de sneeuwcondities gewoon goed, we bleven namelijk bijna de hele tijd boven de deelgebiedjes Toura en La Fée op zo’n 2600 meter. Tegen een uur of één werd het dan toch te papperig. Tijd voor de dalafdaling. Het laatste stuk loopt via een zwarte piste en ja, dat was afzien. Dikke bulten en skiërs en boarders die met bosjes tegelijk vielen. Natuurlijk hadden we de lift terug kunnen pakken maar de piste was niet voor niks open. Uit principe ga ik dan niet met de lift omlaag. Heelhuids beneden gekomen wachtte ons een heerlijke lunch, in het zonnetje natuurlijk.

’s Morgens wachtte de transfer naar het tweede gebied van deze shortski. We zouden de trip afsluiten met twee dagen Val d’Isere, bekend van de World Cup wedstrijden en de twee gletsjers. Achteraf bezien was dit gebied Espace Killy voor een shortski meer dan groot genoeg geweest, we hebben het hier over bijna 300 kilometer piste die je onmogelijk in twee dagen kunt doen. Rond de middag arriveerden we bij hotel La Savoyarde in hartje Val d’Isere. Wat mij gelijk opviel is dat dit een authentiek dorpje is op 1850 meter. Lei-stenen huizen en een mooi kerkje geven je een totaal andere indruk dan de geknutselde skistations waar Frankrijk om bekend staat. En toch ligt Val d’ Isere hoog, het kan dus wel. In tegenstelling tot de eerste dag trokken we meteen de skispullen aan om de pistes op te gaan. Ditmaal niet de gletsjer op maar het ‘gewone’ skigebied in. En jawel, bij de eerste meters herinnerde ik me de woorden van een skivriend: „Wat moet je daar in april met al die papsneeuw”? Hij had gelijk, of toch niet? Tot op 3000 meter was de sneeuw inderdaad extreem zacht, maar door iets minder te kanten vloog ik lekker door de sneeuw. Dat had ongetwijfeld te maken met de tweede meevaller. Het was zo rustig in het gebied dat de sneeuw zich niet had getransformeerd tot metershoge bulten, bekend van de voorjaarsvakantie. Daar had ik nooit bij stilgestaan zo eind april, het volgende cliché „vervelende papsneeuw” was daarmee van tafel.

Ik kon toen nog niet bevroeden wat we de ochtend erop zouden meemaken. Het was die nacht helder geweest wat betekende dat de zachte deels gesmolten sneeuw weer was opgevroren. Daarmee was het kapotgeskiede offpiste terrein getransformeerd in een maagdelijk biljartlaken. De gids die we bij ons hadden kreeg het bij dat aanzicht op zijn heupen. Spring snow! Tot dat moment kende ik het van horen zeggen. Boven aangekomen op de Rocher de Bellevarde (2827m) werd duidelijk dat we de eerste uren geen pistes zouden zien. Vanaf de Col de Fresse traverseerden we door het ongerepte landschap om daarna de afdaling in te zetten over een harde korst offpiste sneeuw met daarop een 2 centimeter ontdooid laagje. Wat een belevenis, lenteskiën in optima forma! Offpiste maar dan zonder de normaal noodzakelijke skills om poeder te skiën. Oftewel laagdrempelig offpiste, de stilte om je heen en de ongereptheid van het berglandschap ver weg van de skiliften maakten een onvergetelijke belevenis! Het spreekt voor zich dat je dit niet in je eentje moet doen. Offpiste blijft offpiste, dus een helm, voldoende lawinekennis inclusief je drie-eenheid of een gids blijven onmisbaar als je niet verrast wil worden.

Na een avondje nagenieten en nog een laatste dag de gletsjer zat het er alweer op. Na deze drie skidagen ben ik in ieder geval verkocht. Volgend jaar weer?

Tips voor een geslaagde lenteski-trip:
- Kies een gebied dat hoog genoeg gaat, bij voorkeur tot boven 3000 meter voor langere afdalingen en met een gletsjer om maximaal van goede sneeuw te profiteren;
- Hou in de middag rekening met papsneeuw. Op drukkere lage pistes zal die zich ophopen tot bulten maar hogerop valt het waarschijnlijk mee door de geringe drukte.
- Zorg dat je vroeg bij de liften staat, dan profiteer je maximaal van de condities;
- Ga je offpiste om het ultieme lentesneeuw gevoel te ervaren, doe dat dan nooit zonder helm, lawinekennis en de juiste uitrusting buiten de piste, of kies voor een gids;
- Ga alleen als de weersvooruitzichten goed zijn. Als het mistig of regenachtig is zal de ervaring duidelijk minder zijn.