Het leven van een berggids

Door Rogier

Martijn Schell is geen onbekende naam in de Nederlandse bergsport en skiwereld. Hij is berggids en woont in de Zuidfranse  Alpen. Hij kent La Grave, Montgenèvre, La Fôret Blanche en Pelvoux op zijn duimpje. Maar hij organiseert evengoed reizen in Oostenrijk, Italië en zelfs naar Japan en Groenland. Dit jaar heeft hij een cursus opgezet voor skiërs die willen beginnen met her off-piste skiën.  Wij vonden het tijd om deze bergliefhebber en professional eens op te zoeken en enkele vragen te stellen over zijn leven als berggids.

Hoe is de liefde voor bergen ontstaan?
‘Ik ben geboren in Haarlem en als tiener opgegroeid in Alkmaar. De liefde voor de bergen was dus niet vanzelfsprekend.  De bergen waren onbereikbaar en dat triggerde mijn nieuwsgierigheid. Ik was bovenmatig geïnteresseerd in topografie, en de bergen fascineerden mij enorm. Als ik in Limburg met mijn ouders op vakantie was fascineerde me de hogere heuvels aan de zuidelijke horizon. Er was echter een probleem: ik had hoogtevrees’

Hoogtevrees?
‘Jaja, dat zou je nu niet meer zeggen, hé. Maar toen ik, als 13 jarig jochie, op mijn eerste wintersportvakantie naar Thiersee bij Kufstein ging, liep ik met andere kinderen omhoog richting een piramide achtige top, van wat zou het zijn, zo’n 1500 meter misschien. Het was een simpel wandelpad maar wel met een afgrond. Ik durfde niet verder. Dus naar beneden. Afdalen op de langlaufski’s vond ik leuker dan het langlaufen door de loipe, dat wel in ieder geval.’

Ijsklimmen boven Chamonix

Maar hoe ben je dan toch in de bergen gekomen?
‘Ik wist echt helemaal niets van bergsport. Echt helemaal niets. Toen ik een jaar of 16 was ging ik samen met mijn beste vriend, Stephan, fietsen van Alkmaar naar de Ardennen. Ik had daarna meteen grootse plannen om in de Alpen te fietsen. Op een kaart had ik alle grote Alpencols al aangetekend. De ouders van Stephan staken daar, heel verstandig, een stokje voor. Die dachten waarschijnlijk aan hun arme zoon, die door mij op onze totaal ongeschikte fietsen door de Alpen gesleept zou worden. Zij kwamen met  het idee dat we moesten gaan bergwandelen. Dan hadden we per slot van rekening ook niet zo’n dure fiets nodig. We zijn toen naar Karintië gegaan. Ik wilde daar graag heen want in mijn schoolatlas waren twee grote gletsjergebieden die boven dit oostelijke deel van Oostenrijk lagen. Dus die wilde ik best ontdekken. Daar stapten we dan op de trein in Villach. Met ons gebrekkige Duits kochten we bijna twee treinkaartjes naar Linz in het Oostenrijkse ‘Flachland’. We spraken de veronderstelde bestemming Lienz natuurlijk fonetisch uit! Gelukkig merkte de stationsmedewerker op dat we grote rugzakken ophadden, bedoeld voor de hoge bergen.  Goed, we kwamen op de goede plek in uit.  Vandaar ging het avontuur even ongestructureerd door. We pakten de eerste bus en wilden eruit toen we de eeuwige sneeuw zagen. Daar liepen we 1800 meter omhoog naar de berghut. We hadden niet gereserveerd en voor ons resteerde een slaapplekje tussen de tafels in de Stube van de overvolle hut. Bij de hut aangekomen had ik al gezien dat je een overschrijding kon maken naar een andere hut. Echter stond daar overal Nur für geübte. Dat waren wij nu niet bepaald. Om het verhaal nog completer te maken kwam er de volgende ochtend een koufront bovenop, met veel onweer. De huttenwaard heeft eigenlijk een debacle voorkomen om aan een ervaren bergwandelaar te vragen om ons op sleeptouw te nemen. In de volgende hut zagen we ‘echte’ bergsporters. Want die hadden touwen en materiaal mee. Die waren op de gletsjer geweest. De interesse en drang om de bergen in te gaan was geboren.’

En hoe is je carrière toen verder gegaan?
‘Het was duidelijk dat ik de bergen niet zomaar aankon. Ik moest heel wat leren.  Dus ik heb toen en cursus bij de NBV (samen met de KNAV opgegaan in de NKBV) gevolgd. Ik deed een rotsklimcursus achter Demmenie in Amsterdam en in de Eifel. Ik raakte enorm geïnspireerd door alle verhalen van stoere klimmers. Daarom boekte ik vervolgens ook bij een jeugdcursus voor gevorderde klimmers.’

Maar je was toch helemaal niet gevorderd?
‘Nee dat klopt. Ik heb gewoon een verhaal verzonnen, dat ik al eens met een gids op stap was geweest. Ik vertelde wel eerlijk dat ik nog nooit op stijgijzers had gelopen. Maar al die knopen en zo, die oefende ik elke avond thuis al. Ik schatte mijn niveau stukken hoger in. De  beginnerscursus heb ik dus overgeslagen. Vanaf dat moment heb ik veel ervaring opgedaan. In de echte bergen was het liefde op het eerste gezicht.”

Op de ski's in 1996

Maar, berggids is niet alleen maar bergsport, en zeker niet voor lezers van Anton. Is het skiën belangrijker? Wanneer ben je daarmee begonnen?
‘In Thiersee begon ik met langlaufen. Verder heb ik weinig geskied. Tot mijn twintigste had ik maar drie weken op de ski’s gestaan. Ik wist wel dat ik moest leren skiën om een complete bergsporter te worden. Dus ik nam skiles. Ik ging op mijn 21ste drie weken naar Chamonix met een nogal rommelig georganiseerde skitrip mee. Daar kwam ik in een ski-bum chalet met Amerikanen terecht. Ik skiede uiteindelijk meer mee met deze gasten dan met de ski-instructeur, die de reis had georganiseerd.  De Vallée Blanche en de Pas de Chèvre skieden we dag in dag uit.  Meteen dat soort werk dus. Een snelle leerschool was dat. Nou ja, ik leerde vooral gesprongen bochten maken op die smalle skietjes. Maar na deze intensieve ervaring ging ik toch weer meer klimmen.’

Hoe ben je gids geworden?
‘Dat was nog een heel lange weg. Na aandringen van een vriendinnetje ging ik me toeleggen  om toerski- en alpieninstructeur te worden voor de Nederlandse Bergsport vereniging. De bekende Thierry Schmitter en Cas van der Gevel waren mijn instructeurs. Vanaf dat moment is eigenlijk alles gaan rollen. Ik ging meerdere keren op expeditie. Met als toppunt een expeditie naar de Shivling in de Himalaya. Ik heb toen veel mensen leren kennen, waaronder Mike van Berkel. Hij stelde voor om samen de gidsenopleiding te gaan doen.’

Dat lukte zomaar?
‘Mike heeft ons aangemeld voor de Duitse gidsenopleiding. Toen bleek dat we voor alpiene-klimmen genoeg hadden gedaan voor de zware tochtenlijst. Maar we misten nog klimroutes in kalksteen en onze toerski ervaring was ook ondermaats. Daarom  vertrok ik samen met Mike snel naar de Dolomieten om een twaalftal lange en moeilijke routes te klimmen. Ook deed ik nog snel de Haute Route tussen Chamonix en Zermatt op de toerski’s. Toen we onze lijstje inleverden mochten we allebei komen.’

Maar toen begon de echte test natuurlijk, kwam je in één keer door de examens heen?
‘Om toegelaten te worden moet je eerst toelatingstest doen van een paar dagen. Mike was een betere skiër, ik was niet geweldig. Misschien voor een laaglander, maar om berggids te worden is het toch een ander verhaal. Ik kon niet eens een echte wedel. Na drie bochten werden die bochtjes weer te lang. Ik kon alleen maar middellange en lange bochten skiën. Ook  kon ik natuurlijk die gesprongen bochten die ik van de Amerikanen had geleerd in Chamonix maar dat zag er eigenlijk alleen maar indrukwekkend uit en werkte alleen in steil terrein. Eenmaal op het toelatingsexamen  demonstreerde een van de examinatoren wat vereist was. Korte bochten zonder hoog-laagbeweging en dan per slot van rekening met perfecte tempobeheersing. Ik dacht ‘dat is schier onmogelijk’, maar op de een of andere manier deed ik hem maar zo goed als mogelijk na. De hele strecke ging opeens, als een wonder, in een keer goed! Ik haalde de tests, Mike redde het helaas niet. Ik had ook het geluk dat ik met mijn achternaam op alfabetische volgorde als een van de laatste aan de beurt was, zo had ik tijd om af te kijken en ook te begrijpen wat de bedoeling was. Want mijn Duits was matig: middelbare school niveau.’

Skiën in de Queyras, het thuis van Martijn

Had je daar geen problemen mee, met het feit dat je een Nederlander bent en de taal niet sprak?
‘Ik sprak inderdaad matig Duits en al helemaal geen Bayerisch, maar de Duiters namen me helemaal in de groep op. Natuurlijk had je af en toe een oude knar die het wat minder vond. Maar het merendeel vond het geweldig.’

De toelating was net aan, maar hoe ging het verder in die zware opleiding?
‘Tijdens de opleiding kregen ze natuurlijk door dat ik geen briljante skiër was. Ik moest volop gaan trainen. In die periode ben ik naar de Zuidfranse Alpen verhuisd en heb ik op de pistes van Serre Chevalier of Puy bijna elke dag getraind. Op mijn piste-ski’s trainde ik echt op techniek. Ik heb ook les genomen. Bij mijn eindexamen, drie jaar later was ik uiteindelijk een van de beste skiërs. In die paar jaar tijd had ik duidelijk enorme progressie geboekt. Ik denk dat ik tijdens de toelating wel het geluk heb gehad dat Duitse aspiranten zelf ook niet de beste skiërs waren. Maar ik heb dik gehaald, en alle skitests in een keer. Daar ben ik wel trots op.’

Hoe beschrijf jij de Duitse UIAGM gidsenschool?
‘Ik denk dat het een heel goede en vooral degelijke opleiding is. Omdat wij onze alpiene cursussen kregen in Chamonix vanuit het ENSA (Franse gidsenopleiding) gebouw, had ik het idee dat onze examinatoren niet onder wilden doen voor de Franse prestigedrift. Tel daarbij op dat Duitsers heel veel met didactiek en methodiek werken plus op het hoogste niveau de theorie behandelen. Zodoende krijg je een complete opleiding. Zo hebben wij ook training gehad in het geven van skilessen op de piste. Ook echt om beginners mee op pad te kunnen nemen. In deze opleiding was het doel niet altijd keihard freeriden. Dat is ook helemaal niet het enige métier van een berggids. Wij leerden juist ook om mensen vanuit de basis beter te leren skiën.

Toen was je gids, heb je vanaf dat moment nog veel bijgeleerd?
Enorm veel. Ik heb pas echt leren freeriden nadat ik mijn gidsenspeldje heb gehaald. Ik skiede natuurlijk al veel in het terrein tijdens mijn aspirantenperiode in de winter van 2004 en 2005 met de Nederlandse berggids Edward Bekker en met Wolfgang Hackel. Van hen heb ik veel geleerd. Van Edward heb ik vooral geleerd hoe je als reisleider met een groep op pad gaat en hoe je optimaal leert te plannen. Wolfgang liet me zien  hoe ik een betere leraar in de sneeuw kon zijn.  Alles bij elkaar een zeer complete leerschool tijdens mijn stages. Zo heb ik de basis gelegd voor de gids die ik nu ben.’

Hoe zie je zelf, meer docent of  meer reisleider?
‘Ik denk dat ik dat allebei ben. Maar ik kan het ook heel makkelijk loslaten. Ik begeleid al meer dan tien jaar de  instructeursopleidingen van de NKBV.  Ik werk ook voor het Snowsafety center. Daar ben ik een echte docent. Maar als ik met klanten op pad ben, die echt voor vakantie zijn gekomen, dan ben ik meer de reisleider en entertainer en probeer zo goed als het gaat aan te voelen wat de wensen zijn binnen de groep.’

Spletenredding tijdens kaderopleiding voor de NKBV

Je bent als gids steeds meer in de winter gaan werken hoe is dat gekomen?
‘Ik ben eigenlijk het skiën en toerskiën steeds leuker gaan vinden. Dat komt natuurlijk omdat ik beter ben geworden. Ik heb duidelijk meer talent voor skiën dan voor rotsklimmen. Ook is alpinisme en ijsklimmen als full-time baan fysiek veel te zwaar. Alles is grimmig en koud en slaap je slecht in de soms stinkende en overvolle slaapzalen van de hut. Je bent om de haverklap ziek omdat je alleen maar in de schaduw staat of omdat je te veel op je vetreserves teert. Watervalijsklimmen is ook te gevaarlijk om dat de hele winter te doen. Je hebt gewoon teveel kans op een blok ijs in je gezicht.  Ik wil het wel blijven doen, anders glipt de routine je definitief uit de vingers maar skiën is gewoon leuker en mentaal meer ontspannen.’

Wat is het verschil tussen een berggids en een skigids?
‘Berggidsen zijn het hele jaar door bezig in de bergen. Wij kennen, en zijn getoetst op alle facetten van de bergsport. Klimmen, alpinisme, freeride, toerskiën, ski-alpinisme, noem het maar op. Voordat je jezelf berggids mag noemen heb je extreem veel ervaring en kennis nodig. Wij zijn opgeleid voor het hooggebergte. Skileraren in Frankrijk, Italië of Zwitserland mogen bijvoorbeeld geen touw meenemen en dus ook niet in terrein komen waar je zeker kunt zijn dat je een touw nodig hebt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan gletsjers. Maar ook aan skitochten die over graten en dergelijke voeren zijn niet het terrein van skigidsen en skileraren in de Westalpen.’

Wanneer moet ik een skileraar boeken en wanneer een berggids?
‘Ondanks het feit dat een berggids ook bevoegd is om skiles te geven op de piste moet het doel de off-piste afdaling zijn. Als je dus netjes wilt leren skiën op de piste, dan ben je echt beter af bij de skileraar. Die zijn daar zo ontzettend goed in. Wil je off-piste, en dan graag lekker diep de natuur in, dan is een berggids de keuze. Traditioneel is de berggids natuurlijk de persoon die je verweg van de pistes de bergen inneemt . Als je echt het vergletsjerde hooggebergte in wilt dan is dat lauter voorbehouden aan UIAGM berggidsen met uitzondering van Oostenrijk. Het is een beschermd beroep en daar wordt steeds stenger op toegezien door politie. Ben je opzoek naar  ongerepte sneeuw, ver weg van de drukte, dan ben je bij een freeride georiënteerde berggids bij het juiste adres. Een berggids is er in de eerste plaats om jou veilig door de bergen te loodsen, en je daarbij de mooiste sneeuw te laten skiën. Natuurlijk geven we ook  skitechnische tips. Iemand moet veilig en stabiel naar beneden komen. Voor ons is het belangrijkste dat iemand prettig en vooral met plezier naar beneden komt.  Als maar technisch beter en beter gaan skiën is dus niet de prioriteit. Een voordeel is wel, dat wij vaak een hele week met klanten op pad zijn en dat we daarmee dus aan het eind van de week behoorlijk kunnen fine-tunen ook op techniek.’

Hoe ziet een dag van en berggids in de winter eruit?
‘De avond van tevoren praat ik met mijn gasten. Natuurlijk weet ik al het een en ander. Of we hebben al samen geskied, of ik weet al aardig wat van de inschrijvingsformulieren. Ik vertel wat mijn plan is en wat ze de aankomende dagen mogen verwachten. Hoe zijn de sneeuwomstandigheden, hoe zien de weersvooruitzichten eruit  etcetera. Ik leg uit naar welk skigebiedje of welke berg we gaan en wat de mogelijkheden zijn. De dag erna beginnen we rustig met warm skiën.  Vaak pakken we dan een mooie off-piste afdaling naar een leuk hutje of iets dergelijks waar we goed kunnen lunchen. Als iedereen is voorbereid gaat dit vrij vlot en kunnen we snel door. Het middagprogramma is het plan vaak minder precies want in het terrein kom je vaak mooie verrassingen tegen. Skicapaciteit van de groep en de sneeuwcondities bepalen vaak wat we ’s middags doen. In mijn hoofd heb ik vaak al verschillende scenario’s uitgewerkt. Daarna hangt het van de groep af hoe laat we stoppen. Meestal is dit rond een uur of vier. Maar als de groep er goed inzit dan ski ik met hetzelfde gemak nog een uurtje door. Na een geweldige afdaling met zijn allen nagenieten en een drankje pakken is ook heel leuk! Heel veel mensen willen eigenlijk teveel. Als mensen moe worden is het belangrijk om ze af te remmen. Ik ben heel erg bezig met voorkomen van blessures.  Zo ben ik meer bezig met kwaliteit dan kwantiteit. Niemand heeft er wat aan om op de achterste benen te moeten skiën. Ik vind  het ook belangrijk om mensen te vertellen over de natuur, cultuur en de bergen in het algemeen. Het gaat mij om een totale ervaring, en niets slechts het consumeren van een poederafdaling.’

Hoe los je dit op als een iemand duidelijk zwakker is?
‘Dat is niet altijd even gemakkelijk, maar dan leg ik uit dat er morgen weer een dag is. Dan raad ik hen aan  eerder een terrasje te pikken of even relaxed een piste alleen te skiën en te werken aan de techniektips die ze net gekregen hebben. Dit levert eigenlijk nooit problemen op, het werkt heel goed. Daarna rijd ik met de snelle dames en heren nog een extra afdaling, ‘lekker fysiek’. Gelukkig  komt het zelden voor. Het spreekt voor zich dat er bij gevorderden harder wordt geknald dan bij beginners.’

Diepe poeder in Japan tijdens een powderguides trip

Is het weleens voorgekomen dat mensen zich voor een te moeilijke cursus hebben ingeschreven?
'Iedereen moet vantevoren aangeven wat ze kunnen en welke ervaring ze hebben. Wij verwachten dat je eraan voldoet, en dat serieus benaderd. Blijk je echt niet te kunnen skiën en je overduidelijk niet kan voldoen aan de instroomeis dan moet je maar zelf op de pistes gaan skiën. Dit is in al die jaren maar een enkele keer voorgekomen. Deelnemers kunnen dit niet maken naar andere deelnemers. Trouwens, voor jezelf is het ook niet leuk om elke bocht te vallen. We filteren hen er vaak van te voren al uit. Als ik sterke twijfels heb bel ik op. Families met kinderen bijvoorbeeld, dat kan best lastig zijn binnen een groep van individuele deelnemers. Ik geef de ouders heel duidelijk aan, dat als het kind het fysiek niet bij kan houden, zij samen met kind moeten stoppen. Hoe gek dat misschien ook klinkt, dat blijkt niet voor elke ouder even vanzelfsprekend te zijn.  Je kan een kind niet alleen achter laten. Maar begrijp dit niet verkeerd. Skireizen met ouders en kinderen zijn echt super leuk en het is genieten van het plezier die de kinderen beleven en om de trots van de ouders te zien. Wij begeleiden veel gezinnen en dat gaat altijd geweldig, en gepaard met heel veel plezier!’

Stel mensen willen dit allemaal wel; off-piste skiën enzo, maar hebben het niveau niet?
‘Wij zien inderdaad dat veel mensen  geen ski-goden zijn, maar ze wel heel graag willen proeven om off-piste gaan. Zij willen het avontuur buiten de piste, en dat natuurlijk veilig. Ook is stabiel  leren skiën  een wens. Daarvoor hebben we dit jaar de on- & off piste cursus ontwikkeld. Precies voor de pisteskiër die amper of nog nooit off-piste heeft geskied. Het doel is heel duidelijk om off-piste te gaan. We leren de deelnemers dus stabieler op de piste te skiën, om zo het terrein in te kunnen. Alle gidsen die deze cursus geven zijn ook skileraar.  We zoeken na de opwarmlessen op de piste eerst eenvoudig off-piste terrein, maar wel echt ver van de piste. Juist om die natuurbeleving. Ook zoeken we natuurlijk de beste en gemakkelijkste poedersneeuw op. Liever een helling maagdelijke poeder dan afgekraste off-piste hellingen toch? Op die manier is het nog makkelijker ook. Om dit te bereiken gaan we naar kleine skigebieden zoals Abriès, Saint Veran, Reallon maar ook naar deelgebieden als dat van het Italiaanse Clavière wat bij het grotere Montgenèvre hoort, want daar wordt minder off-piste geskied dus is het makkelijk poeder te scoren in niet te steile hellingen. We gaan dus niet naar Serre Chevalier, waar off-piste snel te moeilijk is en er meer poederstress heerst. Dat steile en meer uitdagende terrein doen we bij de freeride cursussen. Ehh, wat ik nog wil zeggen. We hadden het net over gezinnen,  deze cursus is ook een aanrader voor gezinnen die het terrein in willen.’

Tijdens de Traverse des Alpes

Deze cursus doe je dus in de Zuid Franse Alpen, waar je ook woont?
‘Die reden is er omdat wij hier wonen en dus alle gebiedjes echt op ons duimpje kennen. Hierdoor kunnen wij juist deze minder ervaren off-piste skiërs extreem veel zekerheid bieden.  Maar nog meer omdat wij dit gebied een warm hart toedragen. We willen de schoonheid van dit deel van de Alpen willen laten zien. En ik hoop ook mensen te enthousiasmeren voor kleine skigebieden.’

Waarom ben jij zo gek op kleine skigebieden?
‘Ik ga echt niet snel naar de grote gebieden. Natuurlijk hebben we wel eens een programma in Val d’Isère,  of op de Stubaier Gletscher. Maar in Ischgl, Sankt Anton of Zermatt en Verbier komen wij liever niet met onze reizen. Het is bij ons de natuurbeleving  en de relaxte benadering die het belangrijkste is. Dat is in die gebieden gewoon te ver weg. Het is daar te druk, te massaal. Een te grote industrie. Iets waar geen van de Powderguides gidsen zich goed bij voelt. Bovendien denk ik ook dat het beter is voor het milieu om vaker in kleine gebieden te wintersporten. Daar bovenop help je er ook de lokale bevolking mee. Anders sluiten die gebiedjes. Hele dorpen zijn dan verlaten, heel erg jammer. En het aardige is juist dat je in die kleine gebieden enorm veel poeder vindt. In elk terrein, dus geen poederstress. Ideaal voor zo’n on- & off-piste cursus. Hier kunnen we mensen rust en beleving geven. Stress is wel het laatste waar je naar opzoek bent als je wilt leren off-piste skiën.’

Spelen in het bos van Abries, een van die kleine gebiedjes in de Zuidalpen

Nu dan na tien jaar, nadat je gids bent geworden, ben je gelukkig als gids?
‘Jazeker! Ik ben gids geworden omdat ik van de bergen hou. Nog veel meer dan van de sport. De sport is fantastisch. Maar de  bergen zijn nog zoveel mooier dan dat. Ik kan zo genieten van zomaar kijken naar een steenarend. Of  aan het eind van de dag een biertje of wijntje drinken met tevreden klanten. Dat is toch het mooiste dat er is. Aan het eind van de dag terugblikkend op het plezier van de beleefde avonturen in de bergen is het allerbelangrijkste.  En wat je dan geskied hebt maakt dan niet zoveel uit.’

Wat is powderguides?
‘Powderguides is een Franse reisorganisatie, die ik heb opgericht samen met Francois Lombard. We werken met verschillende goede gidsen. Het is eigenlijk een vriendenclubje van absolute professionals. Gericht op Nederlanders en Vlamingen. Alle gidsen spreken perfect Engels. Wolfgang Hackel spreekt zelfs goed Nederlands. Pierre en François verstaan redelijk wat woorden. De jongens zijn extreem goede gidsen, elite-gidsen. Maar het mooie is, deze mannen lopen niet naast hun schoenen. Wij zijn heel erg duidelijk een vriend van de deelnemer. Natuurlijk behouden we verantwoordelijkheid en professionaliteit. Maar het plezier staat bovenaan. Wij voelen ons echt geen half-goden. Wij willen gewoon lekker skiën en het beste voor onze klanten.’

www.powderguides.nl