Verrassend Flumserberg

Door Ruud

Niet bij iedereen is de naam Flumserberg bekend. Maar dit middelgrote en landschappelijk prachtige wintersportgebied in het oosten van Zwitserland is één van die onbekende skigebieden die je kunnen verrassen.

Voor mij begon de verrassing al bij de reis: Flumserberg is namelijk best vlakbij en op allerlei manieren goed te bereiken. Vanaf Utrecht is het nog geen 900 kilometer en het is autosnelweg tot aan het skigebied. Via Memmingen en de Bodensee rij je er vlot en rustig heen. Nadeel van deze route is dat je een klein stukje snelweg door Oostenrijk moet nemen en dat je dus een Oostenrijks èn een Zwitsers vignet achter de voorruit moet plakken. Dat kun je vermijden door via Basel en Zürich te reizen, dat is ongeveer even lang in kilometers, maar wel drukker. En dan is Flumserberg ook nog eens uitstekend te bereiken met vliegtuig en trein. De trein vanuit Zürich stopt namelijk aan de voet van het skigebied. Vanuit het station hoef je alleen de weg over te steken om in de gondel te stappen die je midden in het skigebied afzet.

De tweede verrassing is dat het er erg mooi is. Vanaf veel pistes heb je een betoverd uitzicht op de Walensee in het dal. Je zit nietsvermoedend in een stoeltjeslift, werpt een argeloze blik naar rechts en denkt “wow!” En als je eindelijk bent uitgekeken op die langgerekte diepblauwe spiegel in de diepte wordt je blik getrokken door het bijzondere reliëf boven het meer en door de robuuste rotsformaties waar je achteloos omheen skiet. En nou kwam ik uiteraard om te skiën, maar het oog wil ook wat. Een deel van de wintersportbeleving wordt toch gevormd door de natuur en de bergwereld.

De derde verrassing is de sneeuwzekerheid. Ik skiede er eind maart in de voor de noordalpen bepaald niet sneeuwzekere winter 13/14 en de kwaliteit van de pistes was nog prima. Flumserberg is niet een heel hoog gelegen skigebied –de pistes liggen tussen 1200 en 2200 meter- maar er ligt van december tot april sneeuw. Ondanks het overduidelijke voorjaarsweer trof ik goede pistes aan en het hele gebied was open. Het hele gebied? Nee, Een kleine tegenvaller was dat de Terza gesloten was, een –naar het schijnt- prachtige ongeprepareerde piste die tot vlak boven de Walensee afdaalt. Die is dan maar voor een volgende keer.

Nu is Flumserberg met zijn 70 kilometer niet het grootste skigebied, maar het is wel afwisselend. Zo zijn er bij Mittenwald korte blauwe beginnerspistes, in het gebied van de Prodalp is een hele reeks heerlijk en speels glooiende rode afdalingen en vanaf de Leist, het hoogste punt van het skigebied, gaan speelse zwarte pistes tegen een wondermooi decor van een rotsformatie en het blauwe meer in de diepte. Speciale vermelding verdient de zwarte 27, die niet zwart is omdat hij heel steil is, maar omdat hij smal en hol is. Hele gave piste, zoals je ze niet zoveel ziet.

Het is ook een gebied waarin je je makkelijk kunt verplaatsen. Skiën met een qua niveau gemengde groep is in Flumserberg dan ook goed mogelijk; iedereen kan pistes op zijn niveau doen en je kunt elkaar op ieder gewenst moment zonder veel gedoe weer ontmoeten. Uiteraard is een skigebied van deze omvang niet geschikt voor kilometervreters en zeer gevorderde wintersporters.

De sfeer in het gebied is familiair en relaxt. De dorpjes in het skigebied –Tannenheim op 1220 meter en Tannenboden op 1400 meter- zijn klein en dorps. Geheel buiten het skigebied ligt op ruim 400 meter beneden aan de Walensee het dorpje Unterterzen. Sinds de aanleg van een snelle gondel van Unterterzen naar Tannenboden, is ook Unterterzen een interessante verblijfplaats geworden. Geen haarspeldbochten en gedoe met sneeuwkettingen, maar eenvoudigweg de afslag van de snelweg nemen en het dorpje binnenrijden. Je kunt daar bijvoorbeeld verblijven in het Landal resort Walensee, schilderachtig gelegen aan de oevers van het meer. Over schilderachtig gesproken; het ritje met de gondel is bijzonder mooi. Overigens zijn niet alle faciliteiten even modern. Er zijn zo links en rechts best nog een aantal oude liften. Van die tweezitters met houten plankjes. Maar er zijn inmiddels steeds meer moderne en snelle liften.

Gezien de goede bereikbaarheid is het geen verrassing dat er vooral in het weekeinde veel dagjes-mensen naar Flumserberg komen. Mijn tweede skidag was een zaterdag en ’s morgens vroeg stond de parkeerplaatsen al vol met Zwitsers die nog een dagje kwamen genieten. Toch was het op deze dag eind maart in het skigebied en in de horeca hooguit gezellig druk, maar in het hoogseizoen kan het echt druk zijn in de weekends. Alle Zwitsers die ik sprak in de liften en op de terrassen vertelden echter ook dat het door de weeks altijd stil is. Over terrassen gesproken: een absolute aanrader is de Gruebhütte, een kleine hut helemaal rechts in het skigebied onderaan de stoeltjeslift naar de Leist. Erg lekker sfeertje, buitenbarretje, dierenvellen op de banken, zitzakken, relaxte muziek en heerlijk eten. Zo’n plek waar je even heel gelukkig zit te genieten van het voorrecht dat je in de bergen op wintersport mag zijn. Niet te versmaden is ook het restaurant op de Maschenkamm en vooral het dakterras van dit restaurant. Lekker voor een drankje met heerlijk uitzicht op de bergwereld. Wel Zwitserse prijzen, uiteraard. Hoewel het voor Zwitserse begrippen nog meeviel trouwens.

Wat het wintersporten in duitstalig Zwitserland altijd toch wel bijzonder maakt, is het Schwytserdütsch. Al die mensen om je heen die iets spreken wat bekend klinkt, maar waar je toch vrijwel niks van verstaat. Ik vond de wintersporters in dit gebied trouwens opvallend relaxed. Iedereen wilde wel een praatje aanknopen en tips geven –in standaard Duits gelukkig-. Veel locals en mensen uit de Zwitserse steden die al jaren in Flumserberg komen en die met warmte over het gebied spreken. Nee, het industriële skiën is ver weg in dit leuke gebied in het oosten van Zwitserland.