De geboorte van de wintersport

Door Arjen

In het najaar van 1864 ging de hotelier Johannes Badrutt in St. Moritz een gewaagde weddenschap aan met Engelse zomergasten: hij beloofde ze de hemel op aarde – in de winter! Sindsdien geldt Graubünden als de geboorteplaats van het wintertoerisme. En Zwitserland als de ultieme winterbestemming.

Schaatsen in Pontresina

Het zomertoerisme in Zwitserland was allang ontdekt en bijzonder populair, toen de hotelier Johannes Badrutt in september 1864 met vier vaste Engelse gasten laat op de avond nog bij het haardvuur zat en enthousiast begon te vertellen. Op deze laatste avond voor hun vertrek vloeide de whisky rijkelijk en stelde hij ze voor om in de winter terug te komen. Dan was het klimaat namelijk net zo mild en zonnig, en op mooie dagen kon men gewoon in T-shirt buiten zitten. Als hij geen gelijk had, dan zou hij de reiskosten van de Britten vergoeden.

De Engelsen hielden behalve van de bergen ook wel van een gokje en gingen de weddenschap graag aan. In december reisden ze onder een strakblauwe hemel per paardenkoets van Chur over de Julierpas naar St. Moritz. Waar ze misschien verwacht hadden binnen een paar weken weer aan de thee in Londen te zitten, gebeurde het tegenovergestelde. Ze bleven tot Pasen. Niet wetend dat ze zojuist een revolutionaire ontwikkeling op gang hadden gebracht: de wintervakantie in de Alpen.

De berg op in Moléson

St.Moritz en Davos als trendsetters
Zo gaat in ieder geval de legende – al is het niet helemaal zeker of het werkelijk Badrutt was die 150 jaar geleden het wintertoerisme in Zwitserland uitvond. Maar het verhaal is mooi en absoluut het geloven waard! Zeker is wel dat het omstreeks deze tijd geweest moet zijn dat men in de Zwitserse Alpen de toeristische mogelijkheden van de winter begon te ontdekken. En met name St.Moritz toonde zich bijzonder inventief: in het toen nog weinig mondaine vakantieoord in het Oberengadin werden ijsvlaktes geprepareerd, sleebanen aangelegd en werd al het mogelijke gedaan om het dorp van zijn beste kant te laten zien. Het was ook St. Moritz waar niet veel later de eerste curlingwedstrijd op het Europese vasteland werd gehouden (1880). Verder vonden hier in 1882 de eerste Europese Kampioenschappen 'schaatsrijden' plaats, en slechts zes jaar later betraden stoere mannen op smalle schaatsen het ijs van het Engadin voor de eerste ijshockeywedstrijd op Zwitserse bodem.

Lang voordat de grote massa het skiën ontdekte, vonden de Engelsen het leuk om in de winter – in plaats van naar de Franse Rivièra of Egypte – naar Graubünden af te reizen. Al in 1870 richtten Britse gasten in Davos de eerste schaatsclub van Zwitserland op en begonnen met de aanleg van de grootste ijsbaan van Europa, die in 1877 werd geopend. Zo groeide Davos uit tot het centrum van de Europese ijssport. Hoewel niet meer zo prominent als vroeger, is Davos nog altijd een geliefde trainingslocatie voor topsporters. 

Oude wintersporten in Grindelwald

De Zwitserse winter: very British
Het waren sowieso de Engelsen die het Zwitserse toerisme ook in de winter op gang hebben gebracht. Ze hadden niet alleen een enorme belangstelling voor de bergwereld en exotische gebruiken (eigenlijk alles dat anders was dan in Engeland), maar ze hadden vaak ook de gekste ideeën om zich te vermaken in de sneeuw en op het ijs. De meest ongewone sporten op het ijs van die tijd waren houten hoepels rollen, ijssleeën, sneeuwschopduwen, banaanhappen, eierblazen, op stelten schaatsen en skijöring, waarbij men op ski’s door een paard over bevroren meren werd getrokken. Ook vandaag de dag nog vermaken wintergasten in Zwitserland zich met de meest aparte activiteiten in de sneeuw. Skijöring is op sommige bestemmingen nog altijd een populaire activiteit. Maar het meest populaire wintervermaak was lange tijd sleeën, dat in Davos begon. De eerste internationale sleerace in 1883 van Davos naar het naburige Klosters maakte het dorp Davos en de legendarische Davoser slee tot beroemdheden.

Skiërs in 1907

Graubünden was zijn tijd ver vooruit als het aankwam op wintertoerisme. Zo bleef bijvoorbeeld pas twintig jaar later (1888/1889) Hotel Baer in Grindelwald als eerste hotel in het Berner Oberland gedurende de winter geopend. Da's dus een dikke twintig jaar nadat de Engelsen in Sankt Moritz geweest. Toen in 1904 de eerste bobs over de allereerste bobbaan ter wereld van St.Moritz naar Celerina gleden, werd in de Engelse reisgids “Two seasons in Switzerland” winterplezier in Zwitserland aangeprezen: zwart op wit bewijs dat het wintertoerisme definitief een plaats verworven had. Kort voordat de Eerste Wereldoorlog uitbrak hadden zich drie belangrijke wintersportgebieden ontwikkeld in Zwitserland: het Berner Oberland, de Alpes vaudoises en Graubünden.

Arosa in de jaren '30

Populair dankzij de Olympiade
Tot in de jaren twintig van de vorige eeuw bleef wintersport voorbehouden aan de elite. Pas toen skiën populair werd, groeide wintersport langzaam uit tot een volkssport. De Olympische Winterspelen van 1928 in St.Moritz, waar voor het eerst skiwedstrijden werden gehouden, speelden hier een belangrijke rol in. Een jaar later openden de eerste skischolen van Zwitserland hun deuren, in St. Moritz en Zermatt. Een officiële opleiding tot skileraar was er nog niet. Toch duurde het tot na de Tweede Wereldoorlog, toen het toerisme in Zwitserland weer opbloeide, dat de winter het belangrijkste vakantieseizoen van het Alpenland werd. Zwitserse vakantieplaatsen als Gstaad, Zermatt, St.Moritz en Davos groeiden uit tot wereldberoemde wintersportcentra. Van deze internationale faam wist vooral St.Moritz te profiteren – dat werd zo populair dat men Zwitserland in het buitenland beschreef als “cosy little country around St. Moritz”, dat gezellige landje rond St. Moritz. Natuurlijk hadden naburige Alpenlanden de smaak inmiddels ook te pakken en breidden hun winteraanbod razendsnel uit, maar geen enkel land deed dit zo efficiënt als Zwitserland. 

Sleeën in Davos

Er werden spoorlijnen aangelegd naar de wintersportplaatsen, om te zorgen dat deze eenvoudig bereikbaar waren voor vakantiegangers. Sinds 1890 bestaat de spoorlijn Chur-Davos, sinds 1904 rijdt de Rhätische Bahn – tegenwoordig door UNESCO-werelderfgoed – naar St. Moritz, en precies honderd jaar geleden werd de spoorlijn Chur-Arosa feestelijk geopend. Al snel werd echter duidelijk dat de gasten de unieke bergwereld niet alleen wilden bewonderen, maar ook actief wilden beleven. Dus maakten de Zwitsers ook de bergen toegankelijk. De eerste, in 1912 speciaal voor de wintersport gebouwde kabelsporen voeren van Mürren naar de Allmendhubel en van St. Moritz naar Chantarella. En de eerste sleeplift ter wereld, de Bolgen-skilift, werd in 1934 aangelegd in Davos. De sleeplift is overigens uitgevonden door de Zwitsers Ernst Constam en Jack Ettinger.

Op pad in Arosa

Comfortabel omhoog 
In 1931 wordt in Davos het eerste gedeelte van de Parsennbahn geopend, een jaar later het tweede gedeelte naar het Weissfluhjoch. Al in de eerste winter maken zo’n 61.000 skiërs gebruik van de nieuwe kabelbaan.

Vandaag de dag zijn in Zwitserland bijna 1800 verschillende gondels, kabelbanen en sleepliften in gebruik. De exploitanten hebben alleen al voor de bedrijfsvoering door het hele land meer dan 9000 werknemers in dienst en realiseren een omzet van bijna CHF 1 miljard. Daar profiteren vooral de randregio’s van, waar de kabelbanen vaak de drijvende toeristische kracht zijn. Maar ook op gerenommeerde bestemmingen zijn het niet zelden de bergbanen die voor ontwikkelingsimpulsen zorgen.

Flumserberg

Zo investeerde Zermatt de afgelopen twaalf jaar ruim CHF 300 miljoen met als doel de unieke bergwereld tot op 4000 meter hoogte zo comfortabel en drempelvrij mogelijk toegankelijk te maken, zodat iedereen hiervan kan genieten. Met het “Rocksresort” heeft de Weisse Arena Gruppe in Flims-Laax haar visie op het (winter)toerisme van de toekomst gerealiseerd en meer dan CHF 80 miljoen geïnvesteerd in een toonaangevend vakantieparadijs. In het hart van Zwitserland, in Andermatt, verrijst momenteel een luxeresort dat alleen met superlatieven kan worden beschreven. Het resort, waarin meer dan CHF 1 miljard wordt geïnvesteerd, moet aan de hoogste eisen van de wintergasten voldoen.

Nieuwe innovaties
Maar het gaat er natuurlijk niet alleen om een optimale infrastructuur voor wintersportplezier te bieden. Wie de nummer één wil zijn, moet steeds met iets nieuws komen en zich blijven ontwikkelen op het gebied van wintersport en -vermaak. Je moet inventief zijn en goede ideeën hebben, zoals Johannes Badrutt met zijn weddenschap. Het is dus goed dat er ook tegenwoordig nog wintersporttrends worden gezet in Zwitserland. Zo introduceerde Joe Steiner in 2001 het Airboard, waarmee je op je buik van speciale pistes raast. Sinds 2011 worden skiërs in het Bündner dorp Tenna in het Safiental door de eerste skilift op zonne-energie naar boven gebracht. En in 2012 ging in Laax de eerste draaibare (45 °) stoeltjeslift in bedrijf, ontworpen door Porsche Design Studio.

Hoewel de Zwitsers in aantallen Nederlandse wintersporters al enige tijd geleden door de Oostenrijkse buren voorbij zijn gestreefd, doet dat natuurlijk niets af aan de kwaliteit en de beleving van het land in het hart van de Alpen. Want hoewel Zwitserland ook bekend staat om z'n bankensector, blijft het grootste kapitaal van Zwitserland haar natuur, de unieke bergwereld met haar vierduizenders, gletsjers en meren. Daaraan is sinds Johannes Badrutts revolutionaire idee 150 jaar geleden niets veranderd.