Föhn en Stau

Door Roel

Föhn en stau zijn begrippen die vaak voorbijkomen in mijn weerberichten op wintersporters.nl. Deze fenomenen staan zelden op zichzelf, vaak komen ze zelfs gelijktijdig voor! Maar wat is föhn en stau nu eigenlijk?

Verschijnselen 
Met föhn bedoelen we een droge relatief warme wind die vanaf de andere kant van de Alpen komt binnengewaaid. Vakantiegangers in bijvoorbeeld Oostenrijk kennen het wel, van de ene op de andere dag wordt het warmer en trekt de wind fors aan. Hogerop kan het zelfs stormen waardoor liften moeten sluiten maar de lucht kleurt onverminderd blauw.

De andere kant van de Alpen ligt op hetzelfde moment onder een dikke bewolking waarbij het langdurig sneeuwt (of regent). Soms zelfs flink en de temperaturen zijn erg mager. Dit zijn typische kenmerken van Stau.

De grens van deze twee uitersten wordt gemarkeerd door de Alpenhoofdkam. Rondom deze kam kunnen de verschillen dus gigantisch zijn, maar hoe gaat dit in zijn werk? Je hebt van beide fenomenen een noordelijke en een zuidelijke variant.

Stau
De Alpen danken de meeste sneeuw aan stuwingsneerslag. Stuwing of Stau vanuit het noorden ontstaat als vochtige lucht vanuit Duitsland of Frankrijk tegen de Alpen wordt geblazen en wordt gedwongen op te stijgen. Tijdens het stijgen koelt de lucht af en ontstaat er bewolking en neerslag. Hoe vochtiger de lucht hoe meer waterdamp kan condenseren tot wolken en hoe meer regen of sneeuw er valt. Mits de lucht niet te warm is leidt dit vaak tot zware sneeuwval aan de noordkant van de Alpen.

Föhn
​Stau aan de ene kant van de Alpenhoofdkam - de hoogste keten van bergtoppen - betekent vaak föhn aan de andere kant. Als de lucht eenmaal de Alpenhoofdkam passeert stopt hij met stijgen en begint de lucht te dalen. De bewolking lost op en doordat de lucht veel vocht heeft verloren warmt hij tijdens het dalen snel op, veel sneller dan bij vochtige lucht het geval is. Wat je dan vaak ziet is dat het aan de ene op dezelfde hoogte veel warmer is dan aan de andere kant. De föhn is een feit!

Föhnmuur
​Zoals je op de satelliet ziet ligt er een scherpe grens van de bewolking dwars over de Alpen. Hier ligt de Alpenhoofdkam waar je in dit soort situaties de befaamde föhnmuren kunt waarnemen. Zo’n muur van bewolking blijft ogenschijnlijk op dezelfde plaats hangen maar in werkelijkheid waait het flink en lossen de wolken slechts op.

Omgekeerd
Wat voor de noordelijke variant geldt, geldt ook voor de Südstau/Südföhn. Wel liggen de temperaturen meestal wat hoger. De lucht komt immers vanaf een relatief warme Middellandse Zee. Het gevolg is dat de föhn aan de noordkant vaak warmer uitpakt en er aan de zuidkant meer sneeuw valt. Warme lucht kan immers meer waterdamp bevatten dan koude lucht.

Afhankelijk van de precieze windrichting profiteren de Franse Alpen wel of niet mee van een stausituatie. Dat heeft te maken met de kromming die de Alpen hier maken, goed zichtbaar op het satellietbeeld hierboven. Willen de hele Franse Alpen echt meedoen dan moet de wind op zijn minst een westelijke component hebben, ofwel zuidwest ofwel noordwest.

Gevolgen
Dat stau veel sneeuw kan veroorzaken is duidelijk! Minstens zo interessant zijn de gevolgen aan de andere kant waar de föhn huishoudt. Föhn kan een echte sneeuwvreter zijn, zeker als de sneeuw nog niet lang ligt en de föhn tot in de dalen doordringt. In een paar uur tijd kan de temperatuur meer dan 10 graden stijgen en dooit het zelfs ’s nachts hard.

Gelukkig komt dat niet altijd voor en zijn sommige dalen gevoeliger voor föhn dan andere. Op de gletsjers blijft de sneeuw vaak nog van prima kwaliteit (de liften kunnen wel door de harde wind sluiten), en als de föhn maar een dag aanhoudt heb je in ieder geval een mooie dag gehad. Een paar kilometer verderop aan de overkant van de Alpenhoofdkam kunnen ze dat in een grijze soep niet zeggen!