Bregenzerwald dichtbij en authentiek

Door Ruud

Amper zes uur nadat we bij Venlo de Nederlandse grens overstaken, rijden we al vlak voorbij het Bodenmeer de autosnelweg af. Argeloos volgen we de aanwijzingen van de Tomtom, die ons niet via de Landesstrasse het Bregenzerwald in leidt, maar via de Losenpass. Vast de kortste weg, maar niet bepaald de snelste. De extra reistijd stoort ons echter helemaal niet, want wàt een entree is dit!

We genieten van de werkelijk prachtige uitzichten en het schilderachtig dorp Schwarzenberg, waar je overal boerderijen ziet in de typische bouw van de streek. En wat een sneeuw! Nauwelijks zijn we vanuit het sneeuwvrije Rijndal een paar steile bochten geklommen, of de sneeuwlaag wordt zienderogen héél veel dikker. We wisten wel dat deze regio van Oostenrijk behoort tot de sneeuwzekerste gebieden van de Alpen, - Damüls is zelfs uitgeroepen dat het sneeuwzekerste dorp ter wereld-,maar het is toch heel mooi ter plekke  te kunnen constateren dat het echt zo is.

Oberlech

We bezoeken het mooie Vorarlberg en dan met name het Bregenzerwald, een niet door grote massa’s overlopen, on-Oostenrijks stukje Oostenrijk. Hier vind je geen mega-gebieden en geen uitbundige après-ski. Want in het Bregenzerwald willen ze inzetten op oorspronkelijkheid en kwaliteit. En ze pakken de zaken net iets anders aan dan in bijvoorbeeld Tirol. Toerisme is hier weliswaar belangrijk, maar er is ook veel andere activiteit; Vorarlberg is een economische motor. De beroemde firma Doppelmayer – ons wintersporters welbekend- komt bijvoorbeeld uit deze regio. Vorarlbergers gelden als hardwerkend en zuinig en er is zo goed als geen werkeloosheid. Doet een beetje Zwitsers aan allemaal, wat niet zo gek is omdat verschillende dorpen in het gebied ooit zijn gesticht door de Walliser kolonisten uit het buurland. Vorarlberg heeft zelfs in 1919 gestemd om bij Zwitserland te gaan horen, maar Zwitserland wilde uiteindelijk niet.

Ook als je rondrijdt in het gebied zie je heel duidelijk dat dit geen Tirol is. De bouw van de huizen doet veel soberder aan en in het Bregenzerwald vinden ze dat je nieuwbouw ook echt als zodanig mag herkennen. Er is een moderne variant ontwikkeld van de traditionele bouw. Nieuwe hotels, woningen en ook liftgebouwtjes in de skigebieden hebben een heel speciale vormgeving. Ik vind het wel wat hebben, mijn reisgenoot vindt het niks; over smaak valt niet te twisten, blijkt maar weer eens.

Maar goed, heel interessant die geschiedenis en architectuur; we kwamen hier voor de wintersport. Het niet zo heel uitgestrekte Bregenzerwald kent drie (middel)grote skigebieden en twaalf kleine gebiedjes. Dit gebied leent zich dan ook prima voor een vakantie waarin je meerdere skigebieden bezoekt. In de kleine gebieden kom je vooral locals en lokale toeristen tegen. Dat geldt voor one lift wonders als Hittisberg en Sibratsgfäll (wat een prachtige plaatsnaam trouwens), maar ook in de iets grotere gebieden als Schwarzenberg-Bödele, Bezau, Andelsbuch en Albertschwende, met ieder zo’n 20 kms piste. Alle vier authentiek,  familiegericht en goed te bereiken, want ze liggen bijna allemaal langs de landesstrasse die door het langgerekte dal kronkelt. Stijgen en dalen is vrijwel niet aan de orde. Qua hoogteligging bescheiden, maar toch behoorlijk sneeuwzeker. En het is er lekker rustig, zeker doordeweeks. Ideaal voor families en beginners en voor off-piste. Veel internationaler zijn de drie grotere gebieden; Diedamskopf, Damüls-Mellau en Warth-Schröcken.

Diedamskopf
De ruim 40 kilometers piste van Diedamskopf zijn uitstekend te bereiken; de hoofdlift ligt echt aan de doorgaande weg. Het onder aan de lift gelegen Schoppernau en het iets verder gelegen Au zijn authentieke en gemoedelijke boerendorpen. Après-ski moet je er niet verwachten, maar als je voor authentiek skiën komt in een oorspronkelijke omgeving zit je hier goed. Ouderwets wintersporten zoals het ooit bedoeld is, hoewel “ouderwets” niet echt van toepassing is op de moderne liften. Van boven op de Diedamskopf is het uitzicht prachtig. Vanuit dit gebied kun je met de auto of met de bus in korte tijd de gebieden van Damuls-Mellau en Warth-Schrocken bereiken.

Damüls

Damüls-Mellau
Mellau en Damüls zijn, hoewel ze recent verbonden zijn en nu één skigebied van zo’n 100 kilometer vormen, heel verschillende dorpen. Damüls ligt op 1400 meter onder de Faschinapass, Mellau ligt op 700 meter in het dal aan de Landesstrasse. Damüls is vooral een hoteldorp, Mellau een authentiek dorp met veel verschillende soorten accomodaties. De pistes van Damüls liggen tussen de 2000 en 1400 meter en die van Mellau tussen de 1700 en 700. Overigens kun je vanaf de toppen van dit skigebied mooi zien waarom er zoveel sneeuw valt in Vorarlberg; de neerslaggebieden komen hier vanuit het relatief vlakke Duitse voorland de eerste echte bergketen tegen en sneeuwen dan leeg. Damüls claimt gemiddeld  maar liefst elf meter sneeuw per seizoen.  

Warth-Schröcken
Helemaal achterin het Bregenzerwald ligt Warth-Schröcken.Het ligt op bijna 1500 meter, vlak onder de Hochtannenbergpass, die de overgang vormt naar Tirol en de Arlberg. Het is een authentiek, maar klein dorp met een skigebied van zo’n 60 kms piste. Omdat het hoogste punt op 2000 meter ligt zijn de afdalingen hier vrij kort, maar wel erg sneeuwzeker. Sinds vorig jaar is Warth-Schröcken verbonden met het skigebied van Lech, waardoor het totaal aantal kilometers op 190 kms is gekomen en de mogelijkheid is geboren in het vriendelijk geprijsde Warth te verblijven èn volop te profiteren van het skigebied van Lech.

Boven het dorpje Lech

Wintersporters die in Vorarlberg meerdere gebieden willen bezoeken kunnen een 3-Tälerpass nemen. Voor twee tientjes meer dan de passen van de skigebieden kun je ermee terecht in 41 skigebieden in het Bregenzerwald, het Lechtal, het Grosses Walsertal en het Brandnertal en krijg je korting op de skipassen van de Arlberg.

Samenvattend: het Bregenzerwald is dichtbij, sneeuwzeker en authentiek. Het is niet geschikt voor kilometervreters en fuifnummers, maar het is meer een regio voor fijnproevers.