Hondensleeën op Groenland

Door Pieter

Sinds kort kun je samen met Inuit-jagers op hondensledetocht tussen de ijsbergen in de bevroren fjorden van het ruige Ammassalik-eiland in Zuidoost-Groenland. Op een 5-daagse avontuurlijke sledetocht van 135 kilometer lengte door schilderachtig besneeuwde valleien, nauwe kloven, over gletsjers en steile bergkammen met adembenemende panorama´s en langs authentieke vissersdorpjes, nemen deze natuurmensen je mee in hun eeuwenoude traditionele jagerscultuur die bedreigd wordt door de effecten van de klimaatverandering.

Bij aankomst in het vissersdorpje Tassiilaq krijgen we te horen dat de hondensledetocht wegens een gevaarlijke sneeuwstorm, de piteraq genaamd, met een dag wordt uitgesteld. ‘Jullie hebben pech’, zegt Lars. ‘Dit is de eerste piteraq van het jaar.’  Een piteraq is een plotseling opstekende storm van de Groenlandse ijskap. In enkele minuten tijd zwelt de wind aan tot een heuse orkaankracht. ‘Een piteraq kondigt zich enkele uren van tevoren aan doordat de lucht plotseling strakblauw wordt’, vertelt Lars. ‘Maar na een paar uur zie je stuifsneeuw over de bergrichels komen en raakt de luchtdruk in een vrije val, evenals de temperatuur. Je zult niet de eerste zijn die door de piteraq wordt overvallen.’ De Groenlanders hebben ontzag voor de piteraq. ‘Piteraq? You are dead!’, zeggen de Inuit. In het centrum van het dorp staat op de heuvel een hoge mast waarop een zwaailicht dreigend staat te seinen. ‘Dit is het piteraqalarm’, zegt Lars. ‘Wanneer je dit ziet moet je maken dat je naar binnen gaat. Soms steekt een piteraq zo plotseling op dat het piteraqalarm pas aangaat wanneer de wind het dorp overvalt.’

“De Groenlanders hebben ontzag voor de piteraq. ‘Piteraq? You are dead!’, zeggen de Inuit.”

Normaal gesproken komen er in het oosten van Groenland gemiddeld een stuk of vijf piteraqs per winter voor. ‘Maar dit is pas de eerste en het is al maart’, zegt Lars, ‘terwijl we deze winter al een stuk of tien nagiaqs hebben gehad. Een nagiaq is de tegenhanger van de piteraq en blaast in tegengestelde richting uit zee en voert vochtige lucht mee. Gedurende een nagiaq kan de temperatuur midden in de winter zomaar boven nul komen en gaat het hard sneeuwen. Bij een piteraq is de lucht kurkdroog en zakt de temperatuur gemakkelijk beneden de min dertig graden Celcius, ‘maar dat is deze winter nog niet voorgekomen’, zucht Lars enigszins teleurgesteld. Zijn ervaring is dat er de laatste twaalf jaar steeds minder piteraqs zijn en in toenemende mate nagiaqs. ‘Ik denk dat het te maken heeft met de opwarming van de aarde, maar helemaal zeker weten doe ik het niet.’

“We blijven de hele dag binnen. Aan het eind van de middag gaat de storm plotseling liggen alsook de stuifsneeuw en is het ineens prachtig weer.”

Het is kraakhelder en de sterren fonkelen uitbundig aan de nachtelijke hemel boven Tasiilaq. Maar het piteraqalarm is onverbiddelijk. Tegen een uur of zes in de ochtend wordt ik wakker van de plotseling opstekende wind die tegen het houten huisje beukt. In een mum van tijd staat het hele huis te kraken. Door de kieren blaast de piteraq zelfs in huis. De volgende ochtend is het dorpje in stuifsneeuw gehuld. Maar als je goed kijkt zie je een wazig zonnetje door de stuifsneeuw priemen. Halverwege de ochtend zwelt de piteraq aan tot orkaankracht. Rukwinden tillen plakken sneeuw op van de daken, die door de straten van het dorpje worden gesmeten. Het is uitgestorven. We blijven de hele dag binnen. Aan het eind van de middag gaat de storm plotseling liggen alsook de stuifsneeuw en is het ineens prachtig weer. Even later zijn de met sneeuw volgestoven straten gevuld met mensen. Moeders die hun kinderen dik ingepakt op de slee achter zich aantrekken op weg naar de supermarkt voor de nodige boodschappen.

Bij een temperatuur van min twintig en een harde ijzige wind is het de volgende ochtend snijdend koud in het haventje van Tasiilaq, waar Enok, Lars en Qunuuq zesendertig nerveus jankende Greenlandic dogs met een dag vertraging wegens de piteraq voor drie houten sleeën spannen. De opkomende zon doet rijen lange ijspegels glinsteren aan de dakgoten van de groen, rood, blauw en geel geschilderde houten huisjes die verspreid op de heuvels liggen. Over de balustrade van de veranda van één van de huisjes hangt de vacht van een ijsbeer met zijn kop er nog aan in de poolwind te drogen. ‘Dat is al nummer vijfentwintig deze winter die we hebben doodgeschoten’, bromt Lars. ‘Het is een ijsberenjong dat net bij zijn moeder weg was. Het dier kwam nietsvermoedend over het ijs naar de haven toe gewandeld, waar de politie het de dag ervoor noodgedwongen heeft neergeschoten.’ Officieel mag elke regio in Groenland twintig ijsberen afschieten. Maar als ijsberen de lokale bevolking bedreigen mogen er meer worden afgeschoten. ‘Door de opwarming van het klimaat smelt er steeds meer zeeijs en komen de ijsberen naar de kust om hier op zeehonden te jagen’, verklaart Lars.

“Dit is een van de meest actieve gletsjers, die maar liefst vijf procent van alle Groenlandse ijsbergen produceert.”

Na vijf uur sleeën over ruig terrein en kilometers lange uitgestrekt bevroren meren komen we veertig kilometer verderop aan in de berghut aan de dichtgevroren Qaattu-baai. Hier bivakkeren we twee dagen. ´s Avonds staat er gebakken orka met uien en rendierenvlees op het menu. Terwijl we onder leiding van Lars met sneeuwschoenen de sprookjesachtige omgeving verkennen, verkennen Enok en Qunuuq met de honden het parcours voor de volgende dag. Meter voor meter checken ze nauwkeurig de dikte van het zeeijs met een prikstok langs de grillige inhammen van het Sermilik-ijsfjord richting het vissersplaatsje Tiniteqilaaq. Wanneer ze een halve dag later veilig terugkeren weten we in ieder geval zeker dat we niet door het ijs zullen zakken.

‘Vroeger was het vanzelfsprekend dat de fjorden helemaal dichtvroren en het ijs dik genoeg was, maar de laatste jaren komt het steeds vaker voor dat de grotere fjorden maar ten dele dichtvriezen’, vertelt Lars. ‘Soms is het ijs zo dun dat de sledetocht verlegd moet worden omdat het ijs onbetrouwbaar is.’ Door de zachtere winters vormt zich ook minder eenjarig zeeijs dat vanuit het noorden naar het zuiden stroomt. ‘Zeeijs is een goede golfbreker’, legt Lars uit. ‘Doordat er ’s winters minder ijs drijft kunnen de golven hoger worden, waardoor het ijs aan de mondingen van de fjorden sneller afbrokkelt en de fjorden nog moeilijker dichtvriezen.’ Omdat de randen van het ijs ’s winters steeds dichter bij land komen te liggen, verplaatst de zeehondenpopulatie zich ook richting het land. En het gevolg hiervan is dat de ijsberen die op zeehonden jagen zich in toenemende mate ook richting het land verplaatsen. Doordat de afstanden naar open zee kleiner worden, concentreert de zeehondenpopulatie zich op een kleiner gebied en is het voor ijsberen gemakkelijker om ze te vangen. ‘We zien de laatste jaren dus steeds vaker ijsberen met goed gevoede jongen’, verklaart Lars. ‘Het komt dus helaas ook steeds vaker voor dat ijsberen een Inuit-dorpje inlopen en in conflict komen met de bewoners.’

Het is stralend weer wanneer we de volgende middag over het ijs in het schilderachtige haventje van Tiniteqilaaq aankomen, waar op dat moment ook een groepje Inuit-jagers uit het fjord terugkeert met een drietal geschoten zeehonden. De houten hut bovenaan de heuvel waar we overnachten biedt een wijds uitzicht over het tientallen kilometers diepe Sermilik- ijsfjord dat door verschillende gletsjertongen met ijsbergen wordt gevoed. Helemaal landinwaarts in het fjord ligt de Helheim-gletsjer. Dit is een van de meest actieve gletsjers, die maar liefst vijf procent van alle Groenlandse ijsbergen produceert. ´s Nachts giert er een stormachtige wind om de hut, maar bij het ochtendgloren is het strakblauw en is de wind gaan liggen. De ontelbare kalkwitte ijsbergen in het Sermilik-ijsfjord liggen uitbundig in de goudgele zon te blinken.

Na een uiterst steile klim over de vijfhonderd meter hoge Tinit-gletsjer, is het volop genieten in de langgerekte wonderschone vallei met aan weerskanten majestueuze bergpieken op weg naar de hut op de Pitserpaajik-langtong. Hier aangekomen biedt het brede Amassalik-fjord adembenemende vergezichten over de bevroren zee, waarop her en der zeehonden liggen te zonnebaden. Aan het einde van de middag zet de ondergaande zon de grillig besneeuwde bergpieken aan de overkant van het fjord in een zalmroze gloed. Na het diner gaan we in het donker met Qunuuq ijsvissen. Met een stok waaraan een stalen punt zit prikt hij vakkundig een rond gat in het ijs. Vervolgens laat hij een vislijn met stukjes zeehondenaas zakken en is het wachten tot de vissen willen bijten. Ondertussen is het genieten van het noorderlicht dat sierlijk danst tussen de twinkelende sterren.

Zelf ook hondensleeën?
Hondensleeën op Ammassalik-eiland is alleen mogelijk in de maanden maart en april. Wegens grote belangstelling is op tijd reserveren raadzaam. Voor informatie over geschikte kleding, kosten en reserveringen zie www.greenlandtours.com, doorklikken naar ‘Hounds of Snow’. Warme snowboots en thermoslaapzakken kunnen ter plekke worden gehuurd. Voor algemene informatie over Groenland zie www.greenland.com.

Voor informatie over vluchten zie www.icelandair.nl en www.airiceland.is.