Zeven tips om beter te gaan skiën!

Door Geertje

Ieder jaar is de wintersport vaste prik. Zodra je in je binding klikt, geniet je met volle teugen. Maar na een paar dagen begint er toch wat te knagen. Je bent een goede skiër, maar hebt het gevoel dat je vastloopt. Je zou je graag willen verbeteren. Echter, een vakantiedag opgeven om les te nemen zie je niet zitten. En om je niveau in Nederland op te vijzelen ontbreekt het je aan tijd en/of motivatie. Herkenbaar? Gelukkig kun je zelf ook aan de slag met een aantal tips.

Tip 1: Skiën uit de voeten en enkels
Bij het skiën vormen je voeten het meest directe contactpunt met je ski’s. De bewegingen van de voeten worden snel op de ski’s overgedragen. Je kunt je voorstellen dat je met het skiën dus heel veel vanuit je voeten moet werken. Toch zie ik de meeste skiërs dit niet doen. Die hebben weinig energie in de voeten als ze skiën. Daar is dus veel winst te halen! Ga maar eens staan, liefst op blote voeten, en kijk naar je voeten. Nu ga je je voeten en enkel in verschillende richtingen bewegen: naar links kanten, naar rechts kanten, druk op de bal van de voeten, druk op de hak. En beeld je nu eens in dat je voeten omsloten worden door goed passende skischoenen, en het effect dat die kleine bewegingen in je voet en enkel zullen hebben op je ski’s. Door actief en sterk te zijn in je voeten en enkels, kan je veel sneller en directer de ski’s sturen. Om de ski’s een paar graden meer te kanten, hoeft je enkel slechts een beetje naar binnen te kantelen terwijl je knie al een veel langere weg moet afleggen, en je heup en rest van je lichaam hebben nog meer tijd nodig om dit te bewerkstelligen.

Wanneer je meer druk wilt op de voorkant van de ski, probeer dan eens wat het effect is als je buigt in je enkel, en je scheen tegen de voorkant van je schoen druk. Ook dit is een veel kleinere en snellere beweging dan wanneer je gaat werken met de rest van je lichaam.

Tip 2: Zorg voor goed passende skischoen
Het voorgaande punt brengt me meteen op de daarin genoemde ‘goed passende skischoen’. ‘Skiën uit de voeten en enkels’ werkt alleen als jouw skischoenen meewerken. De twee meest voorkomende problemen zijn een te grote skischoen en/of te stijve skischoen.

Wanneer jij ijverig vanuit je voeten de ski’s probeert te kanten, en je voet vervolgens eerst een centimeter in de schoen verschuift, dan gaat veel van jouw energie verloren. Een goede skischoen omsluit je voet nauwkeurig en zit van zichzelf al krap. Je zal misschien denken dat een grote skischoen je meer comfort biedt, maar niets is minder waar. Een goed aansluitende skischoen biedt namelijk meer steun, en skiet heel veel directer.

Het tweede veel voorkomende probleem is een te stijve schoen. Veel skiërs denken nog steeds dat hoe stijver de schoen is, hoe beter dit is. Fout! Je schoen dient zo slap te zijn als voor jou kan. Hoe stijf een schoen moet zijn, is afhankelijk van het gewicht, de lengte en het niveau van de skiër. Ook de grootte van de voet/schoen spelen mee. Belangrijk is ook het doel van de skiër. De stijfheid van de schoen wordt aangegeven door de flex. Maar staar je niet blind op deze getallen. De flex is namelijk geen vastgelegde waarde en kan per merk verschillen.

Je kunt je voorstellen dat je door een te stijve schoen beperkt wordt in de belangrijke voorwaartse beweging van je enkel. Het gevolg hiervan is dat je niet alleen stijf bent in je enkels, maar ook in je knieën. Hierdoor wordt een positie gecreëerd waarbij het zwaartepunt ver achterop ligt. Ben jij zo’n skiër die problemen heeft met de voor-achter balans en moeite heeft om goed voorin te blijven? Kijk dan eens kritisch naar je skischoen. Indien deze te stijf is, is het overigens niet direct nodig om een nieuwe schoen aan te schaffen. Raadpleeg bij voorkeur een bootfitter om je te helpen met het aanpassen van je schoen, en stap anders naar een wintersportspecialist die er ook echt verstand van heeft.

Tip 3: Houding van de armen
Een volgende manier om te werken aan een juiste voor-achter balans, is de houding van je armen aanpassen. Vaak bevinden de armen zich tijdens het skiën naast of zelfs achter het lichaam. Een arm weegt ongeveer 3kg, en met beide armen samen kom je dus op zo’n 6kg gewicht dat je verder naar voren kunt verplaatsen. Een tip om dit toe te passen, is dat je tijdens het skiën altijd je handen vanuit je ooghoeken kunt zien. Verdwijnen ze uit beeld, dan zijn ze te ver achter.

Tip 4: Visualiseer de afdaling
Iedere topsporter doet het: visualiseren. Dus waarom zou jij als recreatieve sporter je er niet aan wagen? Het is namelijk bewezen dat het werkt. Als je een beweging maakt, dan wordt er in je hersenen als het ware een weg aangelegd waarlangs de impuls loopt. Hoe vaker je de beweging maakt, hoe sneller deze weg wordt, en hoe makkelijker je de beweging uitvoert. Maar onderzoek heeft uitgewezen dat niet alleen het maken van de beweging er voor zorgt dat de weg steeds sneller wordt afgelegd, ook het inbeelden dat je de beweging maakt, heeft dit effect.

Hoe realistischer het inbeelden is, hoe groter het effect. Betrek daarom ook je andere zintuigen erbij, en beperk niet alleen tot beelden. Je gaat nog een stapje verder dan alleen visualiseren. Dit heet imagery. Je ziet voor je dat je de beweging maakt, je voelt dat je de beweging maakt, je hoort misschien zelfs wat er om je heen gebeurt.

Wil je imagery toepassen om beter te gaan skiën, dan kan dat op twee manieren. Ofwel sta je niet op de piste en gebruik je het als voorbereiding op de eerstvolgende keer dat je weer op de ski’s staat. Hiervoor ga je in een ontspannen houding zitten of liggen. Doe je ogen dicht, en imagineer hoe jij de beweging wilt uitvoeren. Je voelt welke spieren er bij zijn betrokken en zich aanspannen, je voelt de druk onder je voeten, je ziet jezelf de juiste beweging maken, en ervaart de perfecte afdaling. Misschien lukt het je zelfs wel om de wind op je wangen te voelen, en hoor je de sneeuw onder je ski’s kraken. Doe dit regelmatig, en dit zal positief effect hebben op je leercurve als je eenmaal op de latten staat.

Ofwel kun je kun imagery ook toepassen als je al op de piste staat. Bijvoorbeeld als je bovenaan een lastige afdaling staat, of als het die dag gewoon even niet loopt. Doe je ogen dicht en zie voor je hoe je de lastige piste wil afdalen. Probeer dat beeld en gevoel vervolgens te benaderen als je skiet.

Tip 5: Videoanalyse
Om het visualiseren te ondersteunen is het handig om een beeld te hebben bij hoe je skiet. Hoe dichter jouw skiën namelijk het gevoel benadert dat je hebt, hoe makkelijker het wordt om dingen aan te passen. Het op elkaar afstemmen van gevoel en werkelijkheid kan door het gebruiken van videobeelden. Vraag of iemand een afdaling wil vastleggen op beeld. Bekijk de beelden achteraf, of beter nog, direct na de afdaling.

Wees niet bang om dingen te gaan uitproberen, en dingen te gaan overdrijven. Ga maar eens overdreven bewegen, of juist overdreven stijf skiën, en kijk op de video terug wat het resultaat is. Vaak heb je namelijk het gevoel dat de nieuwe beweging die je maakt extreem anders is, en zie je op beeld weinig of zelfs geen verschil. Ga hier dus mee spelen.

Het wordt helemaal leuk als je een buddy vindt, elkaar filmt en elkaar kunt helpen met het geven van aanwijzingen. Door het bespreken van wat je ziet, en het denken over een oplossing, verdiep je je namelijk nog eens extra in wat je doet. En dat heeft positief effect op het verbeteren van je techniek.

Tip 6: Focus maar op 1 verbetering
Het is heel verleidelijk om aan meerdere dingen te willen werken. Beperk je echter iedere keer tot één ding en concentreer je alleen hierop. Wanneer je meerdere punten in je hoofd hebt, zal niets daarvan goed lukken. Weet je op één ding te focussen, dan is de kans dat je daarmee succes hebt veel groter.

Tip 7: Wees positief!
Benader je gewenste verandering op een positieve manier. Wanneer je twintig bochten skiet, en je hebt bij één bocht het gevoel dat je wilt hebben, dan is dat een succes. Focus op die ene bocht en vergeet de andere bochten. Je bent namelijk niet bezig met hoe het niet moet, maar bezig met wat je wilt verbeteren. En dus werkt het veel beter om op die ene goede bocht te concentreren. Roep opnieuw het gevoel op dat je tijdens die bocht had, en probeer dit nu bij twee bochten toe te passen, en vervolgens bij drie bochten, vier bochten, en zo verder.

Succes!