Wintersport in de Queyras

Door Rogier

Laat ik een paar zaken voorop stellen. Als je veel kilometers piste wilt, een groot gebied en een eenvoudige rit naar het skigebied toe, dan moet je niet naar de Queyras gaan. Ben je echter opzoek naar rust, natuur, authenticiteit en heel vaak hele goede poeder, dan is de Queyras die 13 uur(!) met de auto zeker waard. Toerskiërs doen er helemaal goed aan om richting dit onbekende deel van Frankrijk te vertrekken.

De Queyras is een verzamelnaam voor een aantal skigebiedjes die onder één skipas vallen. Geen enkele van deze gebiedjes is echt groot. Het zijn allemaal ‘ruime’ one-lift wonders. Maar elk gebiedje heeft iets bijzonders. En wie een week in de Queyras zit kan alle gebiedjes langs en zal daarmee in afwisselend terrein skiën.

De Queyras is trouwens helemaal niet zo onbekend als veel mensen denken, want een bij studenten populair skigebied ligt op de rand van dit gebied, namelijk La Fôret Blanche. Maar dit skigebied ligt op de rand van de Queyras en mist daarmee de beroemde Retour D’Est waarmee de sneeuw soms met bakken uit de lucht naar beneden komt in het oosten van de Queyras. En laat daar, in het Oosten, juist nou een van de leukste gebiedjes liggen: Abriès.

advertentie

Laten we bij het begin beginnen. Om in de Queyras te komen zijn er in de zomer verschillende mogelijkheden. De Col d’Izoard, de Col Angel vanuit Italië en via de Gorges de Guil. In de winter blijft slechts deze laatste open. Een indrukwekkende smalle vallei waar midden in een rotswand een weg is uitgehakt. Nadat je voorbij de afslagen van Risoul en Vars bent gereden kom je op deze indrukwekkende weg. IJspegels hangen langs de weg en in de tunnels. Hier rijd je de Queyras in. Meteen nadat de gorge wat breder wordt volgt de afslag naar Ceillac het eerste skigebiedje van deze regio. Een mooie bergweg voert in acht kilometer naar dit dorpje toe.

Mooie hellingen boven Abriès

Ceillac
Vanaf de parkeerplaats van Ceillac kijk je tegen een steile wand omhoog. Als je goed kijkt zie je verschillende bevroren watervallen. Vaak met veel ijsklimmers die daar ‘hun’ wintersport beoefenen. Een aanrader als je een dag wat anders wilt. Ook liggen hier prima langlaufloïpes in een sprookjesachtig mooi landschap. Maar de meeste wintersporters komen hier niet voor deze wintersporten, maar om te skiën. In het dal zelf liggen een paar grote weides waar je rustig kunt leren skiën. Kijk hier trouwens niet gek op als de lokale lawinehond zich omhoog laat trekken door de sleeplift. Dit is zijn favoriete ‘spel’. Het mag dus duidelijk zijn, gemoedelijkheid troef.

Een mooie moderne zespersoonslift brengt de meer gevorderde wintersporters omhoog naar een bergcol. Onder deze lift liggen twee fantastische pistes. Twee rode pistes die allebei hun ‘kleur’ zeker mogen dragen. Beide afdalingen zijn van die ‘nog een keer en nog een keer pistes’.

Als je over de col afdaalt kom je in een mooie kom. Hier heb je een fantastisch uitzicht op steile bergen. Je vindt hier vier leuke pistes. Een beetje zwart, wat rood en een klein beetje blauw. Maar allemaal stuk voor stuk mooi skiën en boarden. Als je hier verder omhoog gaat, met de sleeplift naar de Collet St. Anne sta je onder de voet van de imposante Fonte Sancte. Een indrukwekkende berg. Steil terrein toerskiërs kunnen hier hun hart ophalen. Piste skiërs vinden hier een zeer mooie lange rode piste. Helaas eindigt deze piste wel in een lang vlak pad. Goede wax is van ‘levensbelang’.

Toerskiën boven het skigebied van Ceillac

Toerskiërs hebben rondom Ceillac heel veel mogelijkheden. De Marcous, de Font Sancte, Col de Petit Part zijn een paar namen die lokale toerders het hart sneller doen kloppen. Met behulp van de liften in Ceillac zijn heel wat toerskitochten ook nog eens heel aangenaam qua hoogtemeters. Het is alleen jammer dat de prijs van toerskipassen de laatste jaren erg hoog is geworden, namelijk 12 euro voor een enkele reis.

Ceillac ligt op de rand van het gebied dat door de Retour d’Est geraakt wordt. Hierdoor is het minder sneeuwzeker dan Arbriès en Arvieux, maar in tegenstelling tot deze gebieden pakt Ceillac wel sneeuw mee uit het noorden en westen. Dus elk jaar een mooi wit pak. Op de dagen dat het in het Oosten te hard sneeuwt zit je in Ceillac nog goed.

Mooie off-piste boven Abriès
Mooie glooiende hellingen boven Saint Veran
Indrukwekkende couloirs achter Saint Veran
Zon en verse sneeuw, niet raar in de Queyras, hier boven Abriès

Arvieux
Als je genoeg geskied hebt in Ceillac rijd je verder de Queyras in. Mooie valleien, bevroren watervallen, steile rotswanden en een diepe gorge brengen je naar de afslag van de gesloten Col d’Izoard. Je kunt hier ‘s winters nog wel omhoog rijden tot aan Arvieux. Een mooi Alpendorpje. Hier vind je een klein en zeer gemoedelijk skigebiedje. Dit is het enige gebiedje van de Queyras waar het off-piste wintersporten weinig voorstelt. De pistes zijn daarentegen erg leuk. Genoeg voor een dag skiën en de restaurants op de pistes zijn erg goed. Een gebiedje om te genieten van een heerlijke dag.

In Arvieux vind je 3 rode, 2 groene en een blauwe pistes. De ideale plek voor lichtgevorderde wintersporters om aan hun techniek te werken.  Vanuit Arvieux gaat er een mooie langloïpe omhoog naar de Col d’Izoard. Een loïpe die meer dan de moeite waard is. Ook zijn er veel mogelijkheden tot tochten met hondesledes. Erg leuk voor als je eens wat anders wilt.

Zoals ik al zei hebben off-piste wintersporters weinig te zoeken in Arvieux. Maar toerskiërs des te meer. Mooie tochten rondom de Col d’Izoard zijn zeker mogelijk. Vooral afdalingen rond de Arpelin, Côte Belle en door de Casse Deserte zijn de moeite waard.

Saint Veran
Klaar in Arvieux? Ga dan door naar Saint Veran.  Dit is het grootste pistegebied van de Queyras. Ook is het dorpje misschien wel het allermooist in de hele Queyras. Terwijl bijna alle dorpjes in de Queyras afgelopen eeuwen meerdere keren door lawines zijn weggevaagd, zijn verbrand of kapot geschoten in de Tweede Wereldoorlog is Saint Veran al deze ellende bespaard gebleven. Daarnaast is dit ook nog eens een heel oud dorpje. Hier werd lang geleden al koper gedolven. Tegenwoordig is het het toerisme dat hier voor de meeste inkomsten moet zorgen.

Knalpistes in de zon. Dat is Saint Veran in één zin. Veel leuke pistes op een zuidhelling en dat dus boven een mooi dorpje. Als je genoeg hebt aan zo’n 20 kilometer aan pistes, je van authenticiteit houdt en gek bent op natuur dan zit je hier goed. Zelfs voor een langere periode.

Zeer ervaren off-piste skiërs zitten hier helemaal goed. Vanuit het gebied kun je zo de kam over en heb je vele couloirs tot je beschikking. Dit is zeer serieus skiën of boarden en het lawinerisico moet hier zeer serieus genomen worden. Maar als de condities het toelaten is het hier fantastisch knallen. Keiharde freeride voor de echte cracks. Ga je graag off-piste maar liever iets rustiger? Dan kun je naast de pistes van het gebied genieten van glooiende poederhellingen of in het voorjaar lekkere firn. Ook toerskiërs zitten hier ‘wederom’ weer heel goed. Tientallen fantastische tochten, van eenvoudig (Carmarantran) tot pittig (Tête de Longet noord, zie “Dag uit duizenden” verder in dit magazine).

Het mooie dorpje van Saint Veran
De Mont Viso, de koningin van de Queyras

Vanuit Saint Veran zit je zo in Abriès het laatste gebied van de Queyras voordat je de grens overgaat en ditzelfde gebergte de Piemonte als naam krijgt. Tijdens een mooie ochtend toerskiën ben ik via verschillende toppen van Saint Veran naar Abriès geskied. Een mooi dag was dat!

Abriès
Helemaal diep in de Queyras ligt het dorpje van Abriès. Lang geleden een bloeiend handelsdorp. Tegenwoordig een dorpje met enkele boeren en veel mensen die leven van het toerisme. Het skigebied is een begrip onder off-piste skiërs. Hier vind je regelmatig condities die skiërs in Japan, Canada en Alaska jaloers maken. Dumps van meer dan een meter komen hier vaak voor. Als die beroemde Retour d’Est toeslaat, dan gaat het hier helemaal loos. Bedenk dan een speeltterein met veel moois. Vooral de goed skibare bossen zorgen ervoor dat het een dag vol plezier wordt.

Rust, authenticiteit: de Queyras

Maar laten we beginnen met de pistes van dit gebied. Deze lopen door mooie bossen. Vooral de rode en zwarte pistes die naar Valpreveyre voeren zijn meer dan de moeite waard. Dat je na deze pistes met de skibus terug moet, dat mag de pret niet drukken. Want je gaat naar de Queyras voor de rust en niet om zoveel mogelijk pistes te pakken.

De off-piste mogelijkheden zijn bijna eindeloos. Goed skibare en lekker steile lariksbossen, mooie open vlaktes en een mooie graat (Gilly) waar je her en der prima naar beneden kunt skiën of boarden. En als je je skivellen mee hebt dan kun je hier rondom Abries misschien nog wel beter toeren dan rondom alle andere gebieden van de Queyras. Kortom Abriès is misschien wel de grootste aanrader!

Dit soort beelden zijn niet raar in Abriès
De Queyras

De Retour d'Est
De retour d'est is een bijzonder fenomeen. Het is bij ons nauwelijks bekend maar in de Zuidfranse en Italiaanse Alpen weten ze wel beter. Retour d'est, vrij vertaald "terugkeer uit het oosten", is een situatie met extreem zware sneeuwval als gevolg van een aparte luchtdrukverdeling.

Wat gebeurt er?
Normaal gesproken trekken lagedrukgebieden van west naar oost langs de Alpen, zo ook deGenuadepressie. Maar een Genuadepressie is niet zomaar een depressie, hij zorgt heel af en toe voor een tweede verrassing. Uit een ongebruikelijke hoek: het oosten. Als de depressie lang genoeg blijft hangen stroomt de lucht tegen de wijzers van de klok tegen de Italiaans/Franse Alpenhoofdkam. Deze lucht is vaak vochtig, en omdat hij vanaf de laaggelegen Povlakte ineens tegen een muur van bergen botst krijg je sneeuwval, hele zware sneeuwval op het grensgebied van Italië en Frankrijk. Soms kan er meer dan twee meter sneeuw vallen in 24 uur tijd! Iets dat je in andere delen van de Alpen zelden tot nooit ziet.

Slecht voorspelbaar
Het vervelende is dat ze zo moeilijk voorspelbaar zijn want lang niet elk Genualaag krijgt dit voor elkaar. Op de tweede plaats treedt de retour d'est lokaal op. Het zwaartepunt ligt soms maar in een paar vierkante kilometer. Echte retour d'ests, (soms nemen ze sneeuw mee die meer wijdverbreid is) vallen echt op de Italiaanse/Franse grens. Dus grof gezegd van Aosta tot en met Piemonte, vooral die laatste pakt vaak erg veel mee.

Hoe verder richting Frankrijk (over de Alpenhoofdkam), hoe minder er valt. Het verschil is goed te zien in het gebied van Via Lattea. Als er in Sestriere een meter valt valt er in Montgenèvre vaak helemaal niets (en dat in één skigebied). Rond de Col Agnel, naast de Mont Viso (skigebieden Queyras) kan het ook echt spoken, en ook dan zie je dat in nabijgelegen gebieden als Ceillac (vaak nog net iets) en Vars (helemaal niets) de verschillen enorm zijn. In de Queyras wordt het dorpje Ville Vieille als grens gezien voor de retour d'est.