Sölden, hotspot in het Ötztal

Door Kristof

We rijden via Bregenz het Alpenmassief in. Niet meteen de meest aangewezen route voor de doorsnee wintersporters om naar het Ötztal te reizen, maar voor mezelf blijkt het ieder jaar een voltreffer tijdens de drukke wisseldagen rond Carnaval en Pasen. Bestemming is ditmaal Sölden, een zeer bekend skidorp bij Belgen en Nederlanders, dat naast drie skibare drieduizenders enorm veel troeven heeft om een breed publiek te bekoren.

Zoals reeds gesteld zijn er verschillende manieren om tot dit skidorp te geraken. Via de Fernpass is wellicht de snelste route, maar bij slechte weersomstandigheden vaak niet de meest ideale. Alternatieven via de Arlbergtunnel of via Innsbruck bieden in dat geval soelaas. Waar je echter niet aan ontkomt, is de behoorlijke lange, maar best mooie rit van 45 minuten tot aan de voet van het dorp. Slingerend door het Ötztal ligt een weg die je via Ötz (bekend van het kleinere Hoch-Ötz) en Langenfeld (bekend van de Aqua Dome thermen) tot in de Dorfstrasse brengt. De relatief drukke weg splijt het dorp in twee, waardoor het aan charme wellicht niet bij de topgebieden van Oostenrijk hoort. Gelukkig bevindt het merendeel van de pensions en chalets zich aan de overzijde van de rivier Ötz, waardoor je de drukte van de skibussen en het doorgaand verkeer wat kan mijden.

Vanuit het dorp kan je het skigebied opdelen in twee delen: de Giggijoch en de Gaislachkogl. Beide delen zijn te bereiken vanuit het dal met een moderne gondellift, maar daar houdt de vergelijking dan ook op. Waar je op de Giggijoch veel skischolen en relatief makkelijke pistes aantreft, sta je aan de Gaislachkogl meteen voor pittige rode pistes. Wij starten langs de zijde van de Giggijoch, in feite het kloppend hart van Sölden. Onder het moto ‘If you snooze, you lose’ staan we reeds om 8 uur bij de lift! Meteen één van de grootste voordelen van dit skigebied: de twee gondels vanuit het dal starten al erg vroeg in de ochtend, waardoor je de drukte van de skibussen en klasjes kan vermijden. Tegen de klok in skiën, wordt dat wel eens beschreven. Onder een blakende zon komen we boven op het immense Giggijochplateau, waar de liften nog volop aan het opstarten zijn. Perfect geprepareerde, niet al te moeilijke boulevards worden ontsloten door moderne liften. Of wat dacht je van een 8-persoons koppelbare ‘Speedy Gonzales’ lift, gekenmerkt door de zwarte en oranje zeteltjes. Wij kennen het gebied, dus weten goed dat het op deze Giggijochvlakte vanaf 9 uur een drukte van jewelste wordt met skischolen en beginnende wintersporters. Gouden tip is om de Silberbrunnl lift te nemen en piste 11 af te dalen tot aan de voet van de Langgeg lift. Deze brede rode boulevard is de ideale opwarmer voor een lange dag op de latten en vormt tevens de verbinding naar de Gaislachkogl. Moet je nog gezien hebben op de Giggijoch als gevorderde wintersporter: de zwarte Rosskirpl op de Hainbachjoch. Deze gitzwarte piste met buckles doet menig bovenbeen verzuren. En na een lange uitbolstrook kom je terug aan het gezellige kinderland van de Giggijoch terecht.

“Maar deze ‘hotspot in de Alpen’, zoals ze het zichzelf toedichten, behoort zeker en vast tot de topgebieden van de Oostenrijkse Alpen!”

Gevorderd? Freerider? Dan moet je beslist naar de Gaislachkogl. Vanuit het dal te bereiken met een hypermoderne gondellift, merk je meteen het verschil met de G iggijoch. Steile flanken met rode en zwarte pistes, met als uitschieter de top van de Gaislachkogl op 3058 meter. Freeriders hebben hier heel wat mogelijkheden, met afdalingen naar het dal van Vent, naar het Gaislachtal of door de ‘Wasserkar’, de gigantische maar tevens lawinegevaarlijke kom onder de Gaislachkogl II. Ook niet-freeriders komen op deze flanken ruim aan hun trekken. Piste nr 1, misschien wel de mooiste piste van het hele gebied, brengt je terug naar de uitdagende rode en zwarte pistes boven het indrukwekkende middenstation. Beginnende skiërs hebben hier helaas niets te zoeken en dat is op zich best wel jammer, al was het maar voor het schitterende uitzicht over de alpenhoofdkam. Zij wijken het best uit naar de Gaislachalm, de zuidflank waar het vaak een stuk rustiger vertoeven is. En dat je uiteindelijk nog steeds in Tirol bent, merk je hier aan de gezellige hutjes langs de piste. De rijkelijk gevulde borden met lokale lekkernijen worden geserveerd door gastvrije diensters in typische Tiroolse klederdracht. Dit is vakantie, dit is Oostenrijk, heerlijk gewoon! Via de Heidebahn kom je terug het ruwere deel van het skigebied in. Maar ben je helemaal gaar na een dagje op een zonneterras, dan volstaat het tevens de blauwe piste terug naar het dal te volgen. Zo maak je tevens kennis met Innerwald, een klein gehuchtje net boven het dal waar familiegevoel en gezelligheid troef zijn. Twee makkelijke sleepliften en heel wat skischolen, zo leren beginners er op een aangename manier de kneepjes van het skiën en snowboarden.

Je zal zelden foto’s van het dorp zelf vinden met meters sneeuw. Ondanks zijn gunstige hoogte in het alpenmassief, op net geen 1400 meter, ligt het iets te dicht tegen de Alpenhoofdkam. Hierdoor is bij een nordstau het merendeel van de sneeuw blijven plakken tegen o.a. de Arlberg en moet Sölden het vaak stellen met de overschotjes en föhn vanuit het zuiden. Maar dat hoeft op zich nooit een probleem te vormen door de aanwezigheid van twee grote gletsjers, de Rettenbach- en de Tiefenbachferner. Waar de gletsjers vroeger enkel geopend waren in de zomer, moeten ze nu de meubelen redden in de herfst en de late lente. Hierdoor pronkt Sölden wel terecht met een hoge sneeuwzekerheid. Vanaf half september kan je normaliter terecht op de Rettenbach Gletscher, welke later in oktober het strijdtoneel vormt voor de openingsmanche van de Worldcup Slalom. Tijdens het skiseizoen bereik je de gletsjers via de Gletscherexpress, een laterale verbindingslift die je op ietwat knullige manier van aan de Rotkogljoch richting Rettenbach voert. Aangezien dit de enige toegangsweg is wanneer de Gletscherstrasse gesloten is (lees: vanaf november tot einde maart), kan het hier ‘s morgens wel even een bottleneck vormen. Maar arriveer je als eerste op de gletsjers, dan waan je je koning te rijk! De zwarte 31 is namelijk een piste die iedere gevorderde skiër gedaan móet hebben. Wil je het wat rustiger aan, dan biedt de Tiefenbach Gletscher een prachtige oplossing. Via een handige skitunnel bereik je een boulevard van ruim vijfhonderd meter breed. Perfecte hellingsgraad om een hele dag te cruisen en een vlotte liftverbinding naar de top van de Tiefenbachkogl. Hou er wel rekening mee dat je vanuit dit gedeelte van het skigebied niet terug naar het dal kunt skiën! Snel de kam over via de Seiterkar en je bent klaar voor een bijna 15 kilometer lange afdaling terug naar het dorp! Ook nog even dit: liefhebbers van mooie panorama’s komen ogen te kort op de gletsjers. Met het Schwarze Schneid platform op 3340 meter en het Tiefenbach platform op 3250 meter kijk je uit over tientallen drieduizenders, met als hoogtepunt de Wildspitz (3774 meter), de tweede hoogste berg van Oostenrijk.

Als we dan toch wat moeten aanmerken op het skigebied, is het de bottleneck aan de voet van het Rettenbachtal. Vanaf 14 uur is het hier vaak een kluwen van skiërs en snowboarders die alsnog de Langgeglift naar de Rotkoglhutte willen nemen. Het is vaak een stuk interessanter om ook bij de terugkeer van de gletsjers de Gletscherexpress te volgen, om zo onnodige wachttijden te vermijden. Tip: begeef je tijdens die terugkeer ook even op de Schwarzkogl, een rustige maar erg leuke zwarte piste die heel wat gevorderden om onbegrijpelijke redenen overslaan.

Genoeg over het overweldigende skigebied. De bijna 150 kilometer aan skipistes sluiten namelijk om 16 uur en dan begint deel twee van het grote Solden succes: de après-ski! Voornamelijk georiënteerd aan de Giggijoch, word je ondergedompeld in sfeer, gezelligheid en verschillende soorten après-ski. Of het nu in openlucht (Kuckuck), Duitse stijl (Schirm Bar), Nederlandse stijl (Almrausch) of een mengelmoes van alle talen (Mogul en Marco’s Treff) is, een feestje bouwen kan je hier alleszins. Zit je aan de Gaislachkogl-zijde met je accommodatie, trek dan naar Philipp’s of s’Finale. Oh ja, vergeet tijdens de dalafdeling via de Giggijoch niet even te stoppen aan Eugene’s Obstlerhutte, alwaar de muziek knallend uit de boxen vlamt aan de rand van de piste. Let wel even op met de verdere dalafdaling, want die kan er aan het einde van de dag behoorlijk brak bij liggen.

Sölden is als skigebied ronduit indrukwekkend en perfect omkaderd door mooie pistes en moderne infrastructuur. De drukte die het dorp met zich meebrengt, moet je er wel bijnemen. Maar deze ‘hotspot in de Alpen’, zoals ze het zichzelf toedichten, behoort zeker en vast tot de topgebieden van de Oostenrijkse Alpen!