Gebiedsreview: Graubünden

Door Ruud

Bij de riviernaam de Inn denkt iedereen aan Oostenrijk. Maar de Inn ontspringt in Zwitserland, een stukje ten westen van Sankt Moritz en stroomt dan zo’n 80 kilometer over Zwitserse bodem door twee in elkaars verlengde liggende dalen, het Oberengadin en het Unterengadin. Dit gedeelte van de Alpen moet vooraan hebben gestaan toen het landschappelijk schoon werd verdeeld. De uitzichten die je hebt vanaf de piste zijn majestueus. Maar ook je simpelweg verplaatsten van het ene naar het andere wintersportgebied is een waar genot in het betoverende landschap van Graubünden, zoals dit meest zuidwestelijke kanton van Zwitserland heet. Zeker als je met de trein reist, zoals ik deed. Op mijn trip naar Graubünden bezocht ik twee plaatsen: Sankt Moritz, helemaal in het westen van het Engadin en Samnaun, helemaal in het oosten in de bergen tegen de Oostenrijkse grens.

Samnaun
​In die laatste plaats begon de trip. Het skigebied van Samnaun heet de Silvretta Arena en is het grootste skigebied van de oostelijke Zwitserse Alpen. Het is eigenlijk een tweelandenskigebied, want de Silvretta Arena ligt zowel op Zwitserse als op Oostenrijkse bodem. Op een aantal plekken in het gebied kom je zelfs kleine douanehokjes tegen. Ze waren onbemand, maar het schijnt dat er soms vliegende brigades zijn -of beter gezegd: skiënde-, die steekproeven nemen en rugzakken doorzoeken op illegaal ingevoerde sigaretten of drank. Niet dat dat erg de moeite loont in Samnaun zelf; het dorp is een belastingparadijs waardoor de prijzen er lager liggen dan in de rest van Zwitserland. Maar ik kan me niet voorstellen dat je met je neus tegen de etalages van de vele drank-, tabak- of parfumzaken blijft plakken als er een geweldig skigebied te ontdekken valt. Want een geweldig gebied is het, dat staat buiten kijf. Het is uitgestrekt en veelzijdig, met voor ieder wat wils. Van de wat rustigere pistes aan de kant van Samnaun, via de levendige Idalp, waar vele liften en afdalingen bij elkaar komen, tot de mooie lange afdalingen naar het Oostenrijkse Ischgl. Van fijne blauwe pistes, via heerlijke rode banen in allerlei soorten en maten tot mooie zwarte afdalingen van o.a. de Greitspitze en de Höllspitze. Van gezellige drukte op de pistes tot plekken waar je bijna niemand ziet en je echt in de natuur bent. Ook de horeca is er divers: van de grote, moderne en bijna designachtige restaurants op de Idalp tot kleinere, knussere en meer traditionele restaurants elders. Je kunt bovendien feesten in dit gebied, maar ook de rust opzoeken.

Vijf kernen
​Voor die rust zit je aan de kant van Samnaun goed. Als je aan het eind van de dag van de Palinkopf de lange piste neemt door het smalle dal naar Samnaun-Dorf, kom je weliswaar als eerste langs de après-skiërs bij de sfeervolle Smuggleralm, maar daarachter ligt een kalm dorp met voornamelijk hotels. Samnaun bestaat eigenlijk uit 5 kernen: Samnaun-Dorf ligt het hoogst op een respectabele 1840 meter, gevolgd door achtereenvolgens Ravaisch, Plan Compatsch en Laret, dat op 1700 meter ligt. Samnaun-Dorf is de meest toeristische kern;de andere plaatsjes zijn authentieke Zwitserse dorpjes. Samnaun is dan ook geschikt voorwintersporters die niet zo’n behoefte hebben aan gefeest en après-ski, maar wel willen profiteren van het skigebied van Ischgl met zijn afwisseling en faciliteiten. Er zijn twee dalafdalingen (die met goed gevoel voor marketing “taxfree runs” worden genoemd): ééntje langs Samnaun Dorfnaar Ravaisch en een ander naar Laret. Het skigebied ìn kun je alleen in Ravaisch, waareen hypermoderne dubbeldeksgondel 180 wintersporters per keer naar boven zoeft. Dat betekent dat je vanuit de andere kernen de af en aan rijdende bussen moet nemen naar de gondel of de eigen auto.

Hoe kom je in Samnaun?
​Met de auto kun je kiezen: over Oostenrijk of over Zwitserland. De Oostenrijkse route voert langs Ulm, Bregenz en Landeck. Daarna is het nog 40 kilometer binnendoor. Totaal zo’n 950 kilometer vanaf Utrecht. De Zwitserse route leidt langs Basel, Zürich, Landquart en Klosters. Daar neem je de autotrein door de Vereinatunnel. Dan is het nog 50 kilometer naar Samnaun. In totaal zo’n 1000 kilometervanaf Utrecht. Als je auto wilt laten staan kun je vliegen naar Zürich en dan met openbaar vervoer verder: de trein via Zürich, Klosters naar Scuol en daar met de bus naar Samnaun. Een mooie reis van in totaal zo’n acht uur

Sankt Moritz
Mijn tweede bestemming heeft me verrast. Ik heb er twee dagen doorgebracht en zelden heb ik heerlijker geskied. Eerlijk gezegd had ik dat niet verwacht toen ik Sankt Moritz binnen reed. Het voelt het namelijk niet alsof je in een echte wintersportplaats aankomt. Het bestaat eigenlijk uit twee delen: boven het meer ligt Sankt Moritz-dorf, dat eerder stads aanvoelt, met zijn hoge bebouwing, grote, dure hotels en dito winkels en in de vlakte ligt Sankt Moritz-Bad. Ook de instap in het skigebied is anders dan je meestal meemaakt. Je stapt namelijk pal in het centrum van het stadje een gebouw binnen dat het beginstation is van een wat antiek treintje. En dan moet je ook nog eens overstappen voordat je echt boven bent. Maar onderweg naar boven ontvouwt zich een prachtig panorama en langzamerhand krijg je zicht op een gebied vol heerlijke pistes. Overigens kun je tegenwoordig ook met twee moderne gondels rechtstreeks het skigebied in. Eéntje vanuit Sankt Moritz-Bad en ééntje vanuit het buurdorp Celerina. De daldorpen liggen op zo’n 1750 meter en de top van het skigebied ligt op maar liefs 3330 meter.

Meerdere gebieden
​Sankt Moritz heeft een naam hoog te houden als het gaat om pisteonderhoud. Bovendien is het in dit mondaine oord bovengemiddeld vaak mooi weer. Op de eerste dag van mijn verblijf was het ook daadwerkelijk prachtig weer en dat samen met de inderdaad perfect geprepareerde pistes zorgde voor een topdag. Ik skiede in het skigebied Corviglia, één van de vier gebieden die Sankt Moritz rijk is.

Naast Corviglia zijn dat Corvatsch, Diavolezza-Lagarp en Zuoz. De skigebieden zijn niet onderling verbonden, maar tellen samen maar liefst 350 kilometer aan pistes. Je kunt dus ’s morgens kiezen waar je de dag wilt doorbrengen, al naar gelang de omstandigheden en waar je zin in hebt. De vier gebieden hebben namelijk ieder een eigen karakter. Corviglia is een geweldig cruise gebied boven het stadje met veel rode en blauwe banen, Corvatsch is iets uitdagender en boomrijker, Diavolezza-Lagarp is majestueus gelegen in het hooggebergte en Zuoz is knus. In mijn geval was er niet veel te kiezen. Ik skiede er in begin december en toen was alleen het gebied van Corviglia open. Twee dagen in dit gebied hebben me erg nieuwsgierig gemaakt naar de andere gebieden. Van de uitzichten kan je niet genoeg krijgen en als de pistes in de andere gebieden ook zo geweldig zijn van kwaliteit, dan begin je te begrijpen waarom Sankt Moritz zo’n magische klank heeft.

Nu komt die magie natuurlijk ook door het mondaine karakter van dit skioord. En die meer poenige kant heeft Sankt Moritz ook zeker. Het is er zeer internationaal en niet goedkoop, maar er zijn echt niet allemaal 4 en 5 sterren hotels en restaurants. Zo zat ik in de lift met twee jonge Duitse gasten die vertelden dat ze logeerden in de plaatselijke jeugdherberg en voor relatief weinig geld profiteerden van de faciliteiten die Sankt Moritz biedt. Zelf zat ik ook in een normaal geprijsd middenklasse hotel. Ook op de piste kun je het zo duur maken als je zelf wilt

Hoe kom je in Sankt Moritz
​De route leidt langs Basel, Zürich, Landquart, Thusis en de Julierpas. In totaal zo’n 960 kilometer vanaf Utrecht. Je kunt ook net als ik deed vliegen naar Zurich en dan vervolg je de reis per trein via Chur langs kloven en smalle dalen en door het prachtige Albuladal waar de trein in korte tijd stijgt van 1000 naar 1600 meter door spiraallussen te maken langs en door de bergen. Toen ik er was sneeuwde het zachtjes; alles was zojuist bedekt door een dikke, dikke laag sneeuw, de bomen waren zwaar van de witte pracht en het uitzicht op de bergen was sprookjesachtig. Een hele ervaring zo’n treinreis door de Zwitserse bergen moet ik zeggen.