Favoriete moment van de dag

Door Ruud

Langzaam word ik wakker. Het is nog schemerig buiten en ik draai me nog eens om. Maar slapen lukt niet meer. Ik ben al te veel bezig met de dag die gaat komen: dag drie van de wintersportvakantie. Eigenlijk wil ik er al uit. Maar het is nog best vroeg en het is fris boven de dekens. Wij slapen altijd met het raam open en hier betekent dat dat het goed koud wordt in de kamer. Dus draai ik me nog eens om op mijn heerlijke Oostenrijkse matras, onder mijn heerlijke Oostenrijkse dekbed en verheug me op de Oostenrijkse pistes.

Na een half uurtje houd ik het niet meer. Ik sla het dekbed open en zwaai mijn benen over de rand. Ik trek gauw een trui aan en loop naar beneden om de kachel aan te zetten. We zitten met twee gezinnen in een groot huis, maar nergens hoor ik nog een teken van leven. Blijkbaar ben ik als eerste wakker geworden. Dat mag wel een wonder heten, ik ben geen ochtendmens en kom er normaal maar met moeite uit. Maar op de wintersport is alles anders. Dan popel ik om de dag te beginnen, met zijn belofte van heerlijke afdalingen, mooie vergezichten, sportieve pret, lekker eten en gezelligheid.

En dan is de nacht nota bene ook nog kort geweest. Gisteravond bleef het tot laat nog erg gezellig. Glimlachend zet ik een heel assortiment lege flessen in de keuken. Tjonge, hebben we dat allemaal naar binnen gewerkt? Gek genoeg heb ik geen houten kop en ook voel ik me uitgerust. Nadat ik de vaatwasser heb uitgeruimd en de lege glazen van gister in de machine heb gezet, zet ik alvast wat borden en koppen op tafel en leg ik een handje messen neer. Ik zet het theewater zachtjes op en ga dan douchen. Door het badkamerraam zie ik de zon over de bergen heen piepen. Het belooft weer een mooie dag te worden.

Als ik uit de douche kom zet ik het theewater uit en loop naar boven om me aan te kleden. Nog steeds is er niemand wakker. Ik probeer zo stil mogelijk te doen. In mijn joggingbroek en skipulli loop ik naar beneden. Ik check mijn mail, lees op mijn smartphone het weerbericht en pak de huishoudpot van het plankje. Dan is het tijd voor één van de favoriete momenten van de dag; broodjes halen bij de bakker. Ik schiet mijn schoenen aan en pak mijn jas van de kapstok. Ik stap naar buiten en constateer dat er vannacht een vers laagje sneeuw is gevallen. De sneeuw knirpt en kraakt onder mijn voeten. Een heerlijk geluid. Ik stap lekker door, omhoog naar het dorpspleintje, waar de bakker zit. Al lopend tel ik het aantal broodjes dat ik moet kopen. We zijn met zijn negenen en vanmiddag lunchen we een keer thuis; ideaal zo’n huis aan de piste. Dat wordt een flinke bestelling

Met een joviaal “Gruss Gott” stap ik de bakkerij binnen. Als ik aan de beurt ben plaats ik mijn bestelling; “36 Kaisersemmel bitte” De verkoopster geeft geen krimp en doet de broodjes in twee plastic tasjes. Blijkbaar krijgt ze vaker van deze flinke bestellingen. Ik betaal en stap de sneeuw weer in. Achter de huizen zie ik de mooie bergwereld opdoemen. Ik word ingehaald door een man die gekleed is in het pak van de plaatselijke skischool. Wederom knirpt en kraakt de sneeuw onder mijn voeten. Een heerlijk geluid. Als ik “ons” huis nader, zie ik een gezicht achter het raam: mijn dochter die een beetje slaperig naar me zwaait. Zeker pas ontwaakt. Dat geldt niet voor mij, ik ben klaarwakker en kan de hele wereld aan. Kom maar op met die pistes!

Als ik de keuken binnenstap waar de grote eettafel staat met typisch Oostenrijkse hoekbank, komt mijn jongste me tegemoet. “Ha mannetje” zeg ik. “ha pappaatje”, is zijn karakteristieke antwoord. Hij loopt naar het trapgat en schreeuwt naar boven: “Wakker worden allemaal! Papa is er met de broodjes!”